David, de €rfenis van je tante… David vertrekt (4)


Je kunt op allerlei manieren doodgaan. Je kunt er zelf voor kiezen. Je kunt van ouderdom sterven, door pure pech zoals David, of je zoals mijn vier jaar oudere zus op haar 54ste deed: aan de idiote combinatie van een tweede niet-functionerende donornier, gangreen, sclerodermie en buikvliesontsteking. Ik kan een of twee defecten hebben gemist. Sinds haar dood heb ik altijd gedacht dat ik nu wel alles wist over stervensprocessen en overlijden…

 Na een korte carrière als violiste en een nog korter huwelijk dat eindigt met de fatale hersenbloeding van haar echtgenoot op paasochtend (!) raakt Em gevangen in het web van haar ziektes. De sclerodermie maakt het onmogelijk om nog viool te spelen laat staan om de veters in haar schoenen te strikken. Haar eerste donornier is afgestoten, de tweede laat lang op zich wachten en als die er eenmaal is wordt dat ook geen succes. Ten slotte woont ze meer in het ziekenhuis dan in haar eigen huis. Ik heb nauwelijks contact met haar. Maar op een dag krijg ik een uitnodiging van het ziekenhuis om samen met mijn ouders langs te komen. Die zijn dan al rond de 80 jaar, wonen op een uur autorijden en zijn allang niet meer fit.

“Ik wil het met u hebben over uw dochter en zus,” zegt de dienstdoende arts. “Het gaat steeds slechter met haar en we vermoeden dat ze binnen enkele weken zal overlijden. Ze krijgt nu sondevoeding en ze zal binnenkort aangesloten worden op de morfinepomp. Hoe snel zij daarna overlijdt weet ik niet precies, maar het zal niet lang meer duren.”

Mijn ouders knikken verdwaasd. Mijn moeder kijkt verdrietig voor zich uit en reageert niet op de rechterhand van mijn vader die zich zacht om haar hand krult. Ik heb geen idee wat ze nu denken. Wat moet je ook met zo’n mededeling die niet eens zo onverwacht komt. Maar die desondanks behoorlijk triest is: het gaat om een 54-jarige. Het gaat om je kind. Onder de 70 hoor je niet dood te gaan. Nouja, iets jonger is nog acceptabel, maar niet iemand van rond de 50.

“Wij hebben een verzoek aan u,” gaat de man verder en hij kijkt mijn ouders aan. “U woont hier niet om de hoek,” mijn ouders knikken,“uw zoon wel. Er komt snel een moment dat wij iemand van de familie officieel toestemming moeten vragen om het lijden van uw dochter te beëindigen,” weer knikken mijn ouders. “Omdat het op dat moment vrij snel kan gaan, eh… stellen wij voor dat wij uw zoon bellen,” hij kijkt onderzoekend naar mij. Mijn ouders kijken elkaar aan. Wezenloos. Berustend. “We begrijpen het,” zegt mijn vader tenslotte met samengeknepen keel. Ik tuur naar mijn schoenen, voel dat iedereen in mijn richting kijkt. Ik heb al die jaren nauwelijks contact met haar gehad en dan dit! “En wat als ik het niet wil doen? Of niet kan?” vraag ik als een verwend kind. “Ik stel voor dat u er eerst over nadenkt,” klinkt het geïrriteerde antwoord.

Drie weken later word ik rond twaalf uur ‘s nachts gebeld. “Met Wolvenklauw,” klinkt een tamelijk bekakte stem, ”ik ben de behandelend arts van uw zuster. Er ligt hier een afspraak waarin staat dat we u moeten bellen op het moment dat het leven van uw zuster in het geding is. Kunt u hierheen komen?”
Even later zit ik tegenover assistent-arts J. Wolvenklauw Ik ben niet zo goed in het omgaan met autoriteiten, laat staan met assistent-autoriteiten, en al helemaal niet in een idiote situatie als deze. De twintiger tegenover me heeft nog geen woord gezegd maar ik weet zeker dat het tussen ons nooit goed komt. Ik wil het gewoon niet. “Het gaat heel slecht met uw zuster. Meerdere organen zijn al uitgevallen en er is nu sprake van ondraaglijk lijden. Zelfs de morfine helpt nauwelijks. Dus heb ik uw toestemming nodig om te stoppen met de morfine. Ik vermoed dat het daarna snel zal gaan.”

“Dus u vraagt me om de stekker uit haar leven te trekken?” vraag ik recalcitrant.
“Zo is het niet helemaal. Of eigenlijk helemaal niet. Uw zuster heeft het leven eigenlijk al opgegeven.”
“Dat zal wel maar u wilt toch dat ik nu een eind aan haar leven maak? Waar is haar eigen arts eigenlijk? Wat vindt die ervan?”
“U maakt geen eind aan haar leven. Nogmaals, zij beëindigt uiteindelijk zelf haar leven. Als we haar in leven houden, zal zij alleen maar langer meer pijn hebben. Zinloos veel pijn. Als u toestemming geeft…”
“Hou toch op,” roep ik met een boosheid die ik nauwelijks ken van mezelf. Het wil er bij mij maar niet in dat dit een hele zinnige redenering is. In een paar minuten is mijn zus – of wat ervan over is – voor mij uitgegroeid tot het meest dierbare op aarde, we kwamen godverdomme uit dezelfde moeder, deelden dezelfde vader. Assistent-arts J. Wolvenklauw zwijgt. Dat heeft hij waarschijnlijk op een cursus crisisbeheersing geleerd.

Ik voel dat verzet zinloos is. “Goed,” zeg ik ten slotte, “ik wil haar wel eerst zien. Bij leven afscheid van haar nemen.” Die zit. Waarom precies weet ik ook niet.
Dan sta ik naast haar bed. De lucht die door de doorligmatras wordt geblazen, suist zacht, de morfinepomp achter haar geeft af en toe een bliebje, een ander apparaat staat te zoemen. Omringd met allerlei infusen – “die halen we dan ook weg” – ligt mijn zus reutelend te ademen – klein, vermagerd, verschrompeld als een mummie (gebalsemd door het leven), haar ogen gesloten. Ik pakt haar hand die ijskoud aanvoelt en keihard als gebakken klei – dezelfde hand die ooit soepel en sos virtuoos over de snaren van haar viool ging – en kijk haar minutenlang aan in de schemering terwijl het om ons heen rustgevend bromt, suist, bliebt en reutelt. ‘Zo gaat het dus,’ denk ik, ‘zo gaat het dus’. Tot diepere gedachten kom ik niet.

Nauwelijks twee uur later sterft Davids tante. “Gecondoleerd,” zegt J.Wolverklauw houterig. Hij steekt zijn hand uit. Er groeien zwarte haartjes op. Ik krijg een gele See, Buy, Flyplastic tas mee met haar bezittingen erin en haar wandelstok. De kamer is al helemaal leeggemaakt. Zo ga je efficiënt om met de dood. Op weg naar de uitgang probeer ik uit hoe je wandelt met zo’n stok.
Binnen vier jaar daarna overlijden ook Davids oma en opa – mijn ouders. Hun overlijden is logisch, begrijpelijk en in vergelijking met dat van hun dochter merkwaardig licht. Ik denk in die tijd dat ik nu wel weet hoe het zit met de dood.

IMG_0462

Voor David is het goede nieuws dat hij een behoorlijk bedrag erft van zijn tante. Vanaf zijn 18e is hij vrij om het te besteden. Ik heb visioenen hoe hij het geld gaat gebruiken om zijn rijbewijs te halen, een deel van zijn studie mee te financieren, wellicht een vakantie ermee betaalt. Dat soort dingen.

Al snel blijkt dat hij daar anders over denkt. Hij beleeft rond zijn 18e zijn eerste Grote Liefde. En die zal dat weten ook. Tot onze ontzetting koopt hij een peperdure ring voor haar. Neemt haar mee uit eten in betere restaurants. Overnacht met haar in fijne hotels in Nederland en België. Regelmatig vraag ik hem naar het saldo van zijn erfenisje. “Maak je geen zorgen, Pap,” zegt hij telkens. “Ik weet wat ik doe, er blijft nog genoeg over.” Maar dat zegt hij me iets te vaak. Van ongerust word ik steeds bozer. Zoveel onverantwoordelijkheid! Maar ik kan hem niet stoppen. Het is zijn geld en hij is 18, bijna 19. Dan weet je immers hoe de wereld in elkaar zit en omhels je intens je vriendin en het leven. Ten slotte is het geld op. Natuurlijk! We hoeven het er niet eens over te hebben om het te weten. Ik ben teleurgesteld – hebben al mijn woorden dan helemaal geen effect gehad?

Het is nu een jaar of vijf later. David is dood en ik heb geen reden meer om boos te zijn op hem. Eerder het tegendeel. Uit alle brieven, condoléances, toespraken op zijn begrafenis en latere gesprekken met zijn vrienden leer ik hem kennen als de zoon waarop ik alleen maar trots kan zijn. Soms denk ik aan mijn teleurstelling over hoe hij is omgegaan met zijn erfenis. Hoezo onverantwoordelijk? David heeft het enige juiste gedaan: hij heeft geleefd zoals hij het moest doen. Zoals hij het alleen maar kon en zoals het hem paste als een handschoen. Het is waar, de dood helpt te relativeren. Zelfs als het gaat om het grootste verlies in je bestaan.

Davids overlijden is het voorlopig laatste hoofdstuk in mijn verzameling ervaringen met de dood. een ding weet ik zeker, je kunt niet zeggen dat de ene dood erger was dan de andere. Hoewel, de dood van je kind – daar kan weinig tegenop.

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

One Response to David, de €rfenis van je tante… David vertrekt (4)

  1. Gerard says:

    Beste Han, v
    Voor mij gaat je verhaal vooral over liefde, als ik het tenminste goed begrijp.
    De manier waarop je vader de hand van je moeder vastpakte, de manier waarop David groots zijn eerste liefde omhelsde, de liefde van al die vrienden die jou over David vertelden.
    En last but vooral not least de manier waarop jij over David schrijft.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: