Davids oog – David vertrekt (11)


Op het moment dat ik dit schrijf is het morgen 4 juni: twee maanden geleden dat David overleed. Acht weken. Een te korte tijd om ook maar iets ergens van te vinden. Om ook maar enigszins te kunnen zeggen hoe het voelt, hoe graag ik ook zou willen. Want ik weet het niet. Ik weet niet wat ik zou moeten voelen. Ik weet niet wat ik niet wil voelen. Ik weet niet wat ik wel voel. De dagen beginnen ‘normaal’ te worden. En terwijl dat gebeurt wordt de vraag alleen maar groter en de behoefte aan te begrijpen alleen maar kleiner. ‘Is hij hier?’ vragen we weleens aan elkaar – en we moeten het antwoord schuldig blijven.

Uit noodzaak zijn we geduldig en wachten op het kleinste teken van zijn aanwezigheid vanuit het hiernamaals. Dat ons zelden bereikt. Het is niet anders. We koesteren onze herinneringen en wisselen die uit. ‘Weet je nog die keer dat…?’ Het zijn momenten van troost en hoe langer hoe minder van verdriet. Nee, dat kan ik niet zo zeggen. Het verdriet verandert. Stolt als lava. En af en toe stroomt er nieuw verdriet ons hart binnen. Het duurt lang voor het is uitgegloeid. Laat staan afgekoeld.

Het meest ‘is’ David hier in bepaalde foto’s die wij van hem hebben. Foto’s die onbewust zijn gemaakt als portret. Er is iets bijzonders aan de hand met portretten. Sinds de Vlaamse en Duitse meesters besloten om iemand niet langer van opzij te schilderen maar ‘en face’ en ‘trois quant’ veranderde de relatie met de kijker voorgoed. Vanaf dat moment ontstond er grotere betrokkenheid tussen kijker en het veel levendiger schilderij. Portretkunst is fascinerend. Ik ontdekte dat, wanneer ik een reeks portretten bij elkaar zie, het vooral de ogen zijn die mij naar het portret trekken. Bijna als in het echte leven. De ogen van een portret zijn cruciaal. Als kijker ga je eerst op zoek ga naar de ogen in een portret. Als het goed is vertellen die het verhaal van de geportretteerde. De rest is eigenlijk niet belangrijk. Natuurlijk doet de stijl, het handschrift waarin is geschilderd, veel. Maar eigenlijk is zelfs dat niet-relevant.

Het zijn de ogen die het ‘m doen. Zelfs bij het beroemde zelfportret van Van Gogh: dat hij een verband om zijn hoofd heeft, een muts op, een pijpje rookt en een jas aan – het zal allemaal wel. Maar kijk hoe die ogen gitzwart om aandacht vragen, en krijgen. Of neem de dik opgelegde fascinatie voor vrouwenogen bij Van Dongen. Of het zelfportret van Rembrandt: het licht valt op zijn voorhoofd en tilt de ogen van de Meester uit het verder bijna schetsmatige schilderij. Zo geraffineerd en subtiel dat je er bijna overheen kijkt. Maar dat kan niet. Het is onmogelijk – bij elk van de portretten hieronder of waar dan ook. Die ogen zijn pogingen om de ziel van de geportretteerde te vatten en om mij als kijker daarbij te betrekken.

vandongen-576x345 images-4 DSC_0920
Rembrandt_-_The_Artist's_Son_Titus_-_WGA19171 28333965822823629812 2821191828 2823094730 2829575723

 

Tussen al die portretten vormt dat van David geen uitzondering. Het eerste wat je doet, is kijken naar zijn ogen. Als gauw zie je hoe fascinerend die zijn.
Ja, natuurlijk, dat zeg ik als zijn vader in al mijn verdriet. Maar kijk en ontdek hoe, helemaal volgens het boekje, zijn linker- en rechteroog verschillen en hun eigen functie lijken te hebben. In dit portret is zijn rechteroog voor mij ‘onontkoombaar’. Telkens als ik naar deze foto kijk, valt me op met wat voor blik hij mij aankijkt. Eigenlijk zoals hij nooit keek. We hebben foto’s die daarvoor en daarna zijn genomen en daarop staat David zoals we hem (dachten te) kennen: jongensachtig, slungelig, geconcentreerd in de weer met Daniël, knuffelend met poes Puck. Maar dan is er ineens deze foto, dit portret. Het is een ándere David. Volwassen. Zelfverzekerd. Trots. Met de milde glimlach van iemand die alles gezien heeft.

DSC_0920Kun je van het linkeroog nog zeggen dat het plezier had op het moment dat de foto werd genomen, dat lukt niet bij het rechteroog. Dat onderzoekt. Lijkt dwars door mij heen te kijken. Analyseert. Houdt me in de gaten en houdt me vast. Ik vind het ’t oog van iemand die zich niet in de luren laat leggen. Samen gaan beide ogen bijna een strijd met elkaar aan, terwijl ze tegelijk een verbond vormen – een twee-eenheid met een gezamenlijk netvlies.

De woensdagavond na Davids overlijden hield zijn hockeyteam een reguliere trainingsavond. Nouja, regulier, dat was het ook weer niet. Ze zouden een foto maken van het team met in hun midden een portret van David. Ter nagedachtenis. Uiteraard ging ik erheen: de afgelopen dagen waren te zwaar geweest met alle georganiseer voor Davids begrafenis, en de nabijheid van zijn vrienden en dispuutgenoten vond en vind ik ongelooflijk heerlijk en inspirerend. Toen ik op het veld kwam, zag ik dat zij dit portret van David bij zich droegen. Ze stelden zich op voor een van de goals met David in hun midden. Ik stond op een afstandje naast de fotograaf. En zelfs toen, of misschien wel, juist toen bleef David vanuit zijn portret aan mij trekken. Vanuit zijn rechteroog. Het ging als een schok door mij heen dat ik zo ontroerd was door dat rechteroog. Ontroerd en getroffen. Voor het eerst.

11050102_10206592422906327_4029671892882438839_n
Ik zou bijna zeggen dat het oog tot mij spreekt. In elk geval heb ik de sterkste band, van alle dingen die ik van David om mij heen heb, met dit portret. Juist omdat het zo niet David is. Het is de andere David. Misschien ook wel de David die wist.
Wie zal het zeggen?
Tegelijk brengt dit me bij een andere constatering en vraag. Namelijk of het zo is dat een foto van iemand die nog leeft een andere inhoud, betekenis, levendigheid bezit dan een foto van iemand die is overleden. In elk geval een andere lading.

Vaak kijken we naar zijn foto’s, niet alleen dit portret, en vragen ons dan hardop af: ‘Is dit wel David?’ Want op vrijwel elke foto die we van hem hebben, is het telkens net niet en net wel de David die wij ons herinneren. The mind plays tricks upon us, inderdaad, daar lijkt het op. Het frustrerende is dat ik onwillekeurig deze redenering ook toepas op het koesteren van de herinneringen die we hebben aan David. Hoe snel zullen ook die een andere vorm en inhoud aannemen en dus telkens net niet en net wel de David zijn die we ons herinneren. Het is een gedachte die ik liever niet heb, maar die onontkoombaar is. Als lava gestolde herinneringen.
Gelukkig heb ik dat ene portret dat zich niet laat stollen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

3 Responses to Davids oog – David vertrekt (11)

  1. Jens says:

    Hij lijkt erg op zijn vader op deze foto, ook de manier van kijken !

    Like

  2. just someone passing by says:

    Ja Han, ziek zijn brengt besef, bewustzijn van de kostbaarheid van het leven.
    Kinderen die ziek zijn wéten dat. Zij wéten ook hoe ouders zich zorgen maken.
    Voor je ouders houd je het daarom wat licht, onbenoemd; zij krijgen al zoveel informatie.
    Ouders zien hoe precies je je bloedwaarden bijhoudt, en weten daarmee al dat je weet hoe serieus dit is, en wat dat betekent.

    Je gleed in een vleselijke vorm en verscheen op aarde, en gleed daar ook weer uit, onderwijl verweven met allen die je ontmoette. De jonge zonen David, Titus ook..zij kijken,maken zielscontact, waar anderen nog afwezig langs het eindeloze leven gaan.

    De vorm is veranderd, het wezenlijke is gebleven. Heart and soul.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: