David en het gestolen woord – David vertrekt (13)


Misschien moet ik niet zo kleinzielig zijn. En mensen in hun waarde laten. Natuurlijk is het verkeerd om verschillende soorten ‘leed’ met elkaar te vergelijken. Dat wil ik ook niet. Maar nu doe ik het toch, er is geen ontkomen aan. Want ik erger me kapot. 

Vanavond was op het Nieuws – ongeveer de eerste keer in 9 weken dat ik ernaar keek – een item over werkgelegenheid voor 50+. Die categorie komt vanuit werkloosheid nauwelijks meer aan de slag. Triest natuurlijk. Een mevrouw vertelde dat ze al 90 sollicitaties had gedaan en niet een keer was opgeroepen. Dat voelt behoorlijk klote. Die plicht om, vaak tegen beter weten in, te moeten solliciteren is voor veel mensen ondoenlijk en vernederend. Maar je kunt je ertegen wapenen. Zo niet deze mevrouw. Die kon er maar slecht tegen. “Je komt toch in een rouwproces,” zei ze. Rouwproces? Rouwproces? – dacht ik. Flikker op. Je weet niet waarover je het hebt.

Taal is een merkwaardig fenomeen. We hebben woorden die specifiek zijn bedoeld voor specifieke situaties, handelingen, gevoelens. Maar op de onderstroom van de maatschappij die voortdurend verandert, wijzigt vaak ook de kracht en de waarde van sommige woorden. Een bijzonder voorbeeld vind ik het woord ‘bizar’. Het is de laatste jaren meer en meer gebruikelijk om dit nogal krachtige begrip te gebruiken voor situaties die allerminst ‘bizar’ zijn, maar hooguit merkwaardig. Of raar. Of opmerkelijk. Maar nee, tegenwoordig is ‘bizar’ het woord voor al die begrippen. Dat is pas bizar. Ik kan daar slecht tegen. Je ontneemt een schitterend woord zijn helderste betekenis en toepassing. Het verslonst, verluiert, ver-Jan Saliet.

Wat ‘rouwen’ en ‘rouwproces’ aangaat, bekruipt me hetzelfde gevoel. Waar ik als ‘rechthebbende’ bij uitstek dagelijks worstel met het inhoud geven aan mijn rouwen en mijn rouwproces, kaapt iemand die geen werk kan vinden en zich daardoor ellendig voelt, dat woord van mij weg. Zo voelt dat. Kutzooi. Rouwen gaat over het verwerken van verlies waarom je niet hebt gevraagd, het verlies van leven. In mijn geval van het dierbaarste leven denkbaar: van je eigen kind.
Rouwen is een naar woord. Evenals rouwverwerking, rouwarbeid, rouwrandjes, rouwkleren. Rouwen is een zwaar woord, zwart als de nacht en de dood zelf. Rouwen is het moeilijkste wat er is. Omdat het niet te vatten is. Omdat er sowieso voor de dood van een geliefde geen woorden bestaan: na de dood bestaat geen taal tenzij poëzie – moeizaam vehikel.

Wat er nu gebeurt is dat dit ingewikkelde, beladen en onmogelijke woord, wordt toegepast bij een situatie die van een totaal andere orde is. Die helemaal niet gaat over het ‘leven Min 1’, maar over het niet meer hebben van een tijdsbesteding waarvoor je wordt betaald, een tijdsbesteding die  jouw eigenwaarden opkrikt. Vanuit ‘mijn’ rouw bezien is dat zo oppervlakkig als je maar kunt bedenken. Onterecht ook. Bizar eigenlijk – zou je bijna zeggen.

Kan ik het die mevrouw kwalijk nemen? Ik weet het niet. Denk eigenlijk van niet. Weet zij veel. ‘Zalig zijn de onwetenden’ – zoiets. Maar het ergert me omdat er niemand is die er wat van zegt. Omdat mensen zelf ook te lui zijn om zich af te vragen of het woord, het begrip dat zij gebruiken wel in deze omstandigheid op zijn plaats is. Het is eerder andersom. Ik verdenk sommige mensen ervan zich met een zeker genoegen zo’n zwaar woord aan te meten om de hulpeloosheid van hun situatie een etiket te geven. Een erkenning, een diagnose die de triestheid van hun situatie bevestigt. Maar die zo onterecht is. Ik weet het. Ik wind me op uit onmacht. Ik wind me op omdat ik dagelijks bezig ben met mijn ‘leven Min 1’ zin te geven. Er de woorden voor te vinden, de emoties ook om mijn verlies te verwerken. Het is inderdaad rouwarbeid. Het is hard werken. Niet 24 uur per dag bij mijn dagelijkse gang van zaken, maar wel 24 uur in de schaduw van diezelfde dag.

DSC_0960

Ik heb er een nieuwe vriend bij en hij heet Rouw. Hij zal nooit mijn beste vriend worden. Eigenlijk haat ik hem. Maar ik kan ook niet zonder hem. Al weet ik vaak niet hoe hij er precies uitziet in zijn vele gedaantes en gewaarwordingen. Rouw is puur, soms keihard en grof, dan weer slijmend en meevoelend. Empatisch desnoods. Rouw vertrouwt mij toe dat hij er ook de pest over in heeft dat hij als begrip wordt ingezet in situaties die helemaal niks met hem te maken hebben. Ik leg hem uit hoe taal kan veranderen. Hoe we langzamerhand in een maatschappij terecht zijn gekomen waarin we materiële tegenslagen ervaren als het Grootste Leed dat ons kan overkomen. Om dat te compenseren kiezen we Grote Woorden die ons Leed erkennen en legitimeren. Maar materie is helemaal niks waard als het gaat om echt geluk en echte tevredenheid. Die ontstaan door heel andere oorzaken. Bijvoorbeeld door de zekerheid dat allen die je dierbaar zijn midden in het leven staan. En de basis vormen van jou leven. De enige bijl die de wortels van dat geluk bedreigt, is geen andere dan de dood.

Misschien is dat wel de kern van het rouwen. Het is het besef hoe kwetsbaar het ware geluk is. Het is het besef dat het een eer is om het ware geluk te mogen kennen. Maar nooit te bezitten – de enige die het leven bezit is de dood. Het is het wrange besef dat je dat blijkbaar alleen kunt ervaren met terugwerkende kracht. Dat is pas bizar.

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: