David en de o.t.t. – David vertrekt (16)


Ik ontdek net dat ik over David schrijf in de verleden tijd. Begrijpelijk. Onbegrijpelijk. Mijn taallogica heeft het besluit blijkbaar genomen zonder overleg. Iets dat niet meer is, was. David was, David deed, David hield, David gaf, David betekende, David luisterde. Het raakt me hard. Hoe kan ik dat nou doen? Het is weer zo’n rouwend dilemma, zoals ze zich telkens voordoen. Want rouwen is de voortdurende strijd om de dood te ontkennen en tegelijk zo omzichtig mogelijk toe te laten in je leven.

Met terugwerkende kracht realiseer ik me dus dat ik sinds zijn overlijden niet anders doe dan over David praten en schrijven in de o.v.t. Terwijl ik voortdurend bezig ben hem levend voor me te zien. Sorry, Daav. Ik maak het goed met dit herinnerblog in de o.t.t.. Natuurlijk, tegen beter weten in. Maar in dit proces geldt geen beter weten. Het is vooral niet-weten. Zes niet helemaal willekeurige momenten met David Nu. Zeven foto’s die de herinnering in stand houden. Want daarmee moeten we het doen.

1.    David en Philip willen niets liever dan een huisdier. Hoewel de droom is om een poes te nemen, beginnen ze met een grasparkiet die ze Vogel noemen. Als David praat over Vogel hoor je in elk woord hoeveel hij houdt van dat rare beest dat helemaal geen huisdier is maar dat desondanks al heel snel besluit dat het appartement aan de Ferdinand Bol van hem is. Vogel verblijft bij voorkeur buiten zijn kooi.

David met Vogel

David met Vogel

Als Vogel je aardig vindt, gaat hij het liefst op je hoofd zitten. Pikt dan met zijn scherpe snavel in je huid. Iedereen die op de FeBo langskomt, is direct een fan. Helaas is Vogel geen lang leven beschoren. Als hij op vakantie is, krijgt David een bedroefd mailtje van Philip: Vogel is niet meer. Vogel kon niet goed tegen de airco. Philip heeft hem in een doosje gelegd, is ermee naar de Amstel gegaan en heeft hem huilend aan het Water toevertrouwd. Philip heeft nog lang op een bankje aan het Water zitten mijmeren. Laatste nieuws: op vaderdag gaan we bij Philip langs. “Ik heb een verrassing voor jullie,” whappt hij. We kunnen van alles bedenken. Hopelijk heeft het iets te maken met David. We rennen de trap op, te nieuwsgierig. Philip wacht ons op met een grote grijns. Hij wijst naar de donkere hoekbank. “Kijk, Febo.”

Philip en Febo

Philip en Febo

We moeten twee keer kijken, want de kitten is ook nogal donker getint. Maar wat een lieverd. Davids wens komt alsnog in vervulling (hij is hier nog volop aanwezig). En zelden iemand zo zielsgelukkig gezien als Philip met Febo – en omgekeerd.

2.    Meer dier. Zomaar uit het ongerijmde vind ik dat het tijd is voor hond. Vraag me niet waarom. Nooit eerder hond gehad. Ik vind een prachtig nest en niet veel later hebben we er een huisgenoot bij: Bob – die eigenlijk Jezus heet, maar dat is een ander verhaal. David gaat uiteraard mee om Bob op te halen van de boerderij waar hij is geboren.En is vervolgens voor altijd verslingerd aan hem. Van internet pluk ik een foto van het nest, Bob het meest rechts.

Bob, Bob, en Bob. De meest rechter is Bob.

Bob, Bob, en Bob. De meest rechter is Bob.

Een jaar of twee later ontdek ik dat David juist deze foto een tijd als portret op zijn whapps heeft staan. En na zijn overlijden zie ik dat dezelfde foto zijn screensaver is op zijn computer. Een paar dagen nadat we met z’n allen Bob hebben opgehaald moet Daniël voetballen. David en Bob gaan mee. Bob weet niet wat hij meemaakt. Zoveel te zien en al die aandacht die hij krijgt van al die voetballertjes.

met pup Bob, op het voetbalveld bij Daniël.

met pup Bob, op het voetbalveld bij Daniël.

Al snel is hij bekaf en gaat languit bij David liggen. Het is een verhaal van niks, er zit geen drama in, alleen de simpele herinnering die plotseling aan zichzelf ontstijgt. Bob is voortaan gezinslid en heeft aan David een superstoeimaatje.

3.    Na een broos begin zijn David en Daniël echte broers. Niks halfbroer. Gewoon: broer. Hoewel het leeftijdverschil behoorlijk is, staat dat de band tussen beiden niet in de weg. David maakt Daniëls leven compleet en stabiel. Neemt zelfs af en toe de rol van opvoeder over. We gaan een aantal keer met ons vieren op vakantie. Elke keer verbaast David ons met de liefde en aandacht waarmee hij zijn broertje omringt. Later vertellen Amsterdamse vrienden van David dat ze na verloop van tijd al weten dat je met David voor het weekend geen afspraken moet maken: dan is hij bij ons. En vooral bij Daniël.

jongen, jongen, wat was je toch een mooie man

jongen, jongen, wat was je toch een mooie man

In een van de condoleanceboeken die op LANX hebben gelegen, beschrijft een vriendin van David hoe ze, na een nacht bij hem slapen, samen genieten in het open raam van zijn kamer bij een ontbijt met croissants. (David weet hoe het hoort). Hij vertelt haar uitgebreid over Daniël en wat hij voor hem betekent. Hoe fijn ze het hebben. Hoe hij hem Fifa leert. En hoe Daniël ook gel in zijn haar smeert om zo nog meer op David te lijken. Het is een herinnering die haar is bijgebleven: die bijna-man die zo vol passie praat over zijn broertje dat 14 jaar jonger is.

4.   Tussen alle foto’s duikt deze op.
David met een forse joint tussen zijn lippen. Zo te zien is het niet de eerste die dag. We praten samen vaak over blowen. Dan wil hij horen sinds hoe oud ik het deed en hoe en waar. En ik vertel hem over de tussenuren op school die we blowend in het Haagse Bos doorbrachten om vervolgens giechelend saaie lessen biologie te volgen. Ofzo. En hoe ik een keer knetterstoned in een nogal vrolijk verende 2CV door de duinen reed en werkelijk dacht dat ik vloog. 11130214_953996227993053_4824546473925288739_nDavid geniet van die verhalen. Ik kom erachter dat hij op mijn zachtst gezegd niet voor mij onderdoet. We spreken af dat we binnenkort samen gaan blowen. Heel relaxed bij hem in Amsterdam. Of ik moet maar zeggen waar anders. We herhalen die afspraak vaak. Ja, nu echt. Ja maar wanneer dan. Nou eh… binnenkort. Jezus Pap, word nou eens concreet.
Als ik ergens spijt van heb, is dat het wel. Het is er nooit van gekomen. Binnenkort ga ik op een mooie dag bij David op bezoek. Daar, naast zijn schitterende plek op Zorgvlied zal ik de Moeder Aller Joints roken die we nooit samen hebben gerookt. Alleen, of samen met een paar vrienden van hem. Ik zal de rook in zijn aarde blazen en hem stonede gedichten voorlezen zoals het onnavolgbare ‘The cows are in de wei’ van Remco Campert (Liesje in Luiletterland, pag 47):

“The cows are in the wei
seen from the train
they are smaller
than from close nearby.”

Ik speel good old Bob Dylan af met Rainey Day Woman: “They’ll stone you when you’re there all alone But I would not feel so all alone Everybody must get stoned” of een fijne blues – stonede muziek bij uitstek. Of Joey BadaSS. Maakt niet uit. Ik zie wel. Maar, Daav, beloofd is echt beloofd.

5.  David heeft een schoolfeest. Hij wil met stropdas. Het kledingstuk dat hij tot dan toe verafschuwt. Hij snapt er niks van hoe je zo’n reep textiel om je nek bindt. Hij roept mij erbij. Eerst ga ik voor hem staan en probeer de das te strikken, maar zo recht van voren is niet echt handig. Dan ga ik achter hem staan en heb even zo’n gouden moment dat me nooit meer loslaat. Hier staan mijn jongen en ik op de rand van de tijd, dicht tegen elkaar aan – ik ruik zijn rijk opgespoten Axe Chocolat, voel zijn ongeduld met dit ritueel en geniet. Geniet intens van dit moment. Hier staat de jongen die IMG_0053bezig is man te worden op zijn eigen bonkige manier. Die in die periode meer niet thuis is dan wel. Die zijn eigen kompas is dat wild  rondtolt omdat overal magnetische velden zijn die hun aantrekkingskracht op hem uitoefenen. Maar hier, voor dit moment, geldt dat allemaal niet. Hier zijn we even vader en zoon. Zo intens. Zo warm. Zo bijzonder. Zo verbonden.
Jaren later zit ik op de rand van zijn bed in zijn Amsterdamse kamer. Het bed waarin hij is gaan slapen en nooit meer wakker werd. Ik kijk om me heen en zie een langwerpige doos die uitpuilt van de stropdassen, waaronder wel vier van Borgia. Ik huil verschrikkelijk en denk aan dat moment jaren geleden, dat ik dat joch tegen me aanhield en voordeed hoe je een das strikt. Dat joch op weg naar een volwassenheid met de lengte van een stropdas.

6.    Hij is waarschijnlijk even brood halen. Of sigaretten. Of zo. De deur van zijn kamer staat open. Zoals altijd is het een lekkere puinhoop. Hij heeft weer eens een fiets geritseld, of een van zijn vrienden, en wegens geen slot op zijn kamer geparkeerd. De deur van zijn kast staat open. In de chaos ontdekken we een soort orde. Jasjes en overhemden aan klerenhangers. Bovenin wat dozen. Benieuwd wat daarin zit.

Ook het bureau is een bescheiden bende. Niet direct de plek van iemand die net gemotiveerd aan zijn alweer derde studie is begonnen. En o v e r a l  gebruikte strips voor zijn bloedsuikermeter. Hij zal zo wel komen. Hij is even de deur uit. We wachten gewoon even.

Hij zal zo wel komen.

Hij zal zo wel komen.

Doe niet zo dom. We kunnen hier wachten tot in de eeuwigheid (flauwe grap). Hij is niet even brood halen. Hij is niet even sigaretten halen. De deur staat inderdaad open, maar dat is omdat hij nooit meer terugkomt. De laatste keer dat hij deze kamer  verliet, werd hij trouwens gedragen. Zijn lichaam. We durven ons niet voor te stellen hoe dat gegaan is. Het moet een onhandig gedoe zijn geweest. Waarschijnlijk is hij een paar keer rechtop gezet om de bocht te kunnen nemen. Hoe zouden ze van de overloop de trap naar beneden hebben genomen? Zijn trap, waar het altijd stinkt naar vocht. Stond de ambulance voor de voordeur? Hoe laat was het nou eigenlijk precies? Tegen een uur of tien ’s avonds? Dus in de avonddrukte van de Ferdinand Bol en het Heinekenplein. Bleven mensen staan om naar dat tafereel te kijken? Lag hij op een brancard? Zijn gezicht bedekt? Of in een bodybag?

We durven nauwelijks naar binnen, hoewel dat de reden is waarom we hier zijn. Het is een paar dagen na Davids overlijden. We weten dat, als we een stap naar voren zetten, we in de kamer zullen staan en links zijn bed zien – sindsdien onbeslapen. Valt er nog iets op te ontdekken? Hoe is het om daar te zijn? Zijn spullen aan te raken, zijn kleren tegen onze neus te drukken en zijn geur diep in te snuiven?
Zijn ziel omringt ons zodra we zijn kamer binnenkomen: warm, waardig, gastvrij en tegelijk wat onwennig. Zoals hij ons steeds omringt als we in het appartement komen. Hij kan het huis niet loslaten. Het huis kan hem niet loslaten. Wie wel?

Het is donker in de kamer, waarschijnlijk net zo donker als op die ochtend. Er komt nauwelijks geluid van het Heinekenplein, dat anders toch behoorlijk lawaaiig is. Dan kruipt Philip over het bed naar het raam. Davids bed, vertrekbed, ik-ga-slapen-doe-jij-even-het-licht-uit-bed, nooit-meer-slapen-bed.
Philip trekt het rolgordijn omhoog. Het licht springt naar binnen. Philip opent het raam. De serene rust in de kamer houdt het straatlawaai buiten. Ik heb de neiging om zacht te praten: ‘sssssst, zachtjes, hij slaapt nog – we gaan hem verrassen’.

Ik zit op de rand van het bed en neem alles in me op. Deelnemer in het stilleven van een vastgelopen, bruisend bestaan. Naast het bed, bij het hoofdeinde, ligt het pakje sigaretten dat hij zojuist heeft gehaald. Hij heeft vlak voor het slapen nog een gerookt. Of meer. Het afsluitbare asbakje is propvol.
Ik pak er een uit het pakje en steek ‘m op. Even is mijn kind heel dichtbij.
Hoe vaak heeft hij zo op de rand van zijn bed gezeten? Genietend van zijn kamer met die scheve vloer, van de lekkere bende om hem heen, van zijn spreeklint dat Philip weer eens heeft verstopt maar dat hij altijd terugvindt, van de dag zelf, van zijn leven?

Hou op. Hou alsjeblieft op. Vergeet het.
Er is helemaal geen o.t.t. Of o.v.t. Dikke lul, drie bier! Je kind is dood. Dát is voor altijd de o.t.t.. En tegelijk de onvoltooid toekomende tijd.
Maar dat soort ‘zijn’ is zo zielloos dat je net zo goed kunt zeggen dat het er niet is. Dood, dus. Niet voor nu. Voor altijd.
Hier geldt geen andere tijd dan indertijd. Toch, David? (‘Ja, Pap, en ook nu weer dóór.’)

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: