David en het verdriet der vrienden – David vertrekt (17)


11 juli. Vandaag, drie maanden geleden, brachten wij David naar zijn ‘laatste rustplaats’ op Zorgvlied. Hij werd van het uitvaartcentrum gereden naar Borgia aan de Oude Zijds. Daar tilden we zijn kist voorzichtig op schagen in zijn dispuutskelder. Wij, vrienden, familie, collega’s en dispuutgenoten, schreven droevige en soms zelfs vrolijke woorden op de kist. Die verder was overladen met bloemen en met het shirt van ‘zijn’ Ajax, waarop de handtekeningen van alle spelers. Zo bleef hij een uur of twee bij ons en onze herinneringen.

Daarna legden we hem in een grote sloep in een zee van bloemen en voeren met klein, indrukwekkend konvooi door de grachten over de Amstel naar Zorgvlied. Het was behoorlijk koud. Er stond veel wind. Godzijdank het bleef droog tot we aankwamen bij Zorgvlied.

We hielden onze toespraken, we herinnerden hem liefdevol, vertelden anekdotes, zagen hem voor ons, zo levendig – amper een week dood, we huilden, we lachten, we luisteren naar muziek die hem met ons verbond. Bijna een uur later tilden we hem op voor de laatste wandeling naar zijn plek in de ‘Engelsche Tuin’ – een van de mooiste, intiemste pleintjes op Zorgvlied. Bij het verlaten van de aula – het regende nog steeds – zongen de Borgianen hun dispuutslied. Nee, niet zongen. Ze slingerden tekst en noten hard tegen wind en regen in. Als een collectieve schreeuw van verdriet.

We droegen David door de stromende regen over de paden van het prachtige park tussen een haag van familie, vrienden, collega’s en bekenden door. Het was mooi om hier met zovelen te zijn. Wat meer konden we voor hem doen?
In de Engelsche Tuin legden we David op de dwarsbalken boven het gat in de grond dat zijn graf zou worden. Het nieuwe thuis voor zijn lichaam, onder de liefdevolle hoede van een bloeiende kastanjeboom. Hoe onwerkelijk. We haalden de touwen onder de kist door en tilden hem voorzichtig op zodat anderen de balken konden verwijderen. Even zweefde hij tussen hemel en aarde, net als zijn ziel veertig dagen lang zou doen.

Hand-over-hand, secuur, vierden we synchroon de touwen – ons bewust van onze verantwoordelijkheid. De kist voelde loodzwaar van 23 jaar leven. Het kon ons niet lang genoeg duren: dit was ons laatste contact. Toch nog veel te snel bereikte David de grond. We wachtten even. Er was moed voor nodig om de touwen op te halen. Onze taak was volbracht. Het was zo definitief. We trokken traag de touwen terug en bleven staan, onwennig: was dit echt? We deden enkele stappen naar achteren als een schilder die zijn werk van een afstand beoordeelt. Ons verdriet intens zoals we het nog nooit hadden beleefd.

verdriet, te indrukwekkend, te mooi en zo hoopvol
Ineens hield de regen op. De wind ging liggen. De zon scheen. Alsof David wilde aangeven dat het ergste achter de rug was. Dat het goed was, wilden we geloven tegen beter weten in. Want niks was goed.
Zoveel pijn. Zoveel verdriet. Zo indrukwekkend. Wie van ons was hier überhaupt op voorbereid? We images-17verkeerden in een shock. De pijn die we voelden, de herinneringen die zich met weerhaken in ons vlees vastklampten, de tranen die we huilden, de leegte in ons – Davids dood joeg ons uit ons Paradijs. Schopte ons genadeloos de volwassenheid in.
images-20Zie ons. Zoveel verslagenheid om het verlies van de vriend die we diep in het hart hadden gesloten. Met wie we zoveel deelden. Ieder zijn eigen David. Het voelt als verdriet dat eeuwen oud is. Alsof wij – onze zielen – eeuwenoud zijn. Zo inspireerden we rond 1500 Vlaamse Meesters als Van Eyck, Van der Goes, Van der Weijden. Onze mantels scharlakenrood naar de mode van die tijd, onze tranen transparant, verzonken in het gepeins van de herinnering, onze ogen nauwkeurig geschilderd starend in het niets. Onze mondhoeken granada-diptych-right-wing-the-holy-women-and-st-johnvertrokken. Onze zielen verbonden met elkaar en met hem. Voor altijd. Verdriet went niet. Het is als de tranen op het schilderij: ze drogen nooit.

De dagen en weken daarna pakten we ons leven weer op. Bereidden ons voor op onze tentamens. Probeerden de vrolijkheid te hervinden en te hervatten. En de onbezorgdheid. Er waren feesten. Bals. Barbecues. Babes. We werden ouderwets dronken als in de beste dagen van ons Paradijs. Soms lukt het om deze gruwelijke Davidsdag te verstoppen achter een dijk vol alledaagsheden. Soms. Want er zijn ook vrienden voor wie de wond te schrijnend is. Bij wie de studie achter raakt. Want David – steeds weer. Er zijn er die élke alledaagsheid te zwaar vinden. Want David. Een zoekt professioneel steun. Een ander blijft David sms’en. Een volgende leest dagelijks alle mails die hij en David naar elkaar stuurden.

Vorig weekend, drie maanden na zijn overlijden, brachten we op Zorgvlied de letters en cijfers aan op de betonnen rand van zijn graf. Zijn naam. Zijn geboorte- en sterfdatum. En de laatste twee wonderlijke regels uit ‘Psalm’, het gedicht van Rutger Kopland: ‘Maar alleen de wind weet de plek/die wij waren, waar en wanneer.’

DSC_1100
David is de wind als zijn ziel ruist in de bladeren van de bomen. We ontdekken dat Davids overlijden onbeschrijflijk verschilt van het overlijden van ouderen. We praten er niet meer zo vaak over, maar er zijn DSC_1104situaties waarbij we merken dat we allemaal dezelfde wond hebben. Bijvoorbeeld als we samen zijn en iemand zomaar uit het niets zegt: “Shit, hier had David bij moeten zijn.” Op dat moment verandert de sfeer en duurt het even voor we verder kunnen. Het zijn gedachten die we allemaal al hadden, maar die ineens te confronterend zijn als iemand ze uitspreekt. Het went nooit.
DSC_1095We bezoeken hem regelmatig. Soms in groepjes. Vaker en liever ieder apart om hem voor onszelf te hebben. Om hem te vertellen over dat laatste tentamen dat goed ging, of niet, over de reis die we maken, over de sloep die we hebben gekocht waarmee in zaken willen gaan (en die we ‘David’ dopen), over dat we hem zo godsgruwelijk missen. Vooral dat. Dan ruist de kastanje naast zijn graf. Het is goed om daar bij hem te zijn. Meer is nooit meer mogelijk. We dragen David allemaal met ons mee. Hij was in zoveel opzichten méér dan een vriend.

———————————————————–o-0-0-0-o——————————————–

11 juli. Ik ben jarig vandaag. Voor het eerst zonder David. Ik bekijk foto’s van een jaar geleden. We waren op vakantie in Frankrijk. En zo gelukkig – juist vanwege David. Ik kan de foto’s niet aanzien zonder enorm verdriet te voelen. Vandaag laat ik een tattoo prikken (verjaardagscadeau): een Davidster, ter nagedachtenis aan het kind dat mijn leven zo intens kleurde. Ik kan niet wachten tot de naald zijn inktspoor trekt en de pijn van de leegte laat voelen. Leegte die zelfs met inkt niet op te vullen is. Het went inderdaad nooit. Gelukkig hebben we Davids vrienden: een mooiere erfenis kon hij ons niet nalaten.

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: