David en Max – David vertrekt (20)


Toen Max hoorde van Davids overlijden moest hij huilen. Dat is bijzonder, want Max en David hebben elkaar niet zo heel vaak ontmoet. Max is mijn aangetrouwde neef, oudste van vier kinderen en op dit moment 19 jaar. Verschil met David: vier jaar. Toch betekende Davids dood veel voor Max, afgezien van het geringe leeftijdsverschil. Het was voor Max binnen tamelijk korte tijd opnieuw een harde confrontatie met de dood. Zeven jaar geleden overleed zijn vader, Rob, net zo onverwacht als David nu.

De eerste maanden na Robs dood zagen we elkaar regelmatig. Ik realiseer me nu dat ik me toen net zo ongemakkelijk voelde als veel mensen op dit moment wanneer ze proberen mij een hart onder de riem te steken. Het verdriet dat over het gezin spoelde was intens en groot. Vertel maar eens aan kinderen van 12, 10, 7 en 5 dat hun vader is overleden. En wat voor gesprekken voer je als buitenstaander met ze? Zelfs met Max als 12-jarige was het moeilijk om erachter te komen hoe hij de situatie ervoer. Een tijdje zag en sprak ik hem wat vaker, maar na de eerste drie, vier maanden sinds Robs overlijden leek het leven beetje bij beetje zijn normale loop te nemen en al gauw zagen en spraken we elkaar weer alleen op verjaardagen. Die gesprekken gingen nooit erg diep, zoals dat gaat bij verjaardagen. Je informeert naar elkaar – school, sport, voortgang, gezondheid – en sporadisch naar het leven na Robs dood. Zijn antwoorden waren aarzelend, ontwijkend, bescheiden optimistisch. Net zoals ik nu op dat soort vragen terughoudend antwoord, want wat moet je er in godsnaam mee? “Ja, het gaat wel.” “Ja, het blijft lastig.” “Ja, ik mis hem ontzettend, vooral omdat er zoveel vragen onbeantwoord blijven.” En “Ja, je krijgt hem nergens mee terug.” God, wat haat ik vooral die laatste tekst. Veel verder kom ik niet. Geen zin. Ook niet instaat om er meer van te maken want ik weet eigenlijk niet precies wat ik nou wel of niet voel. Leegte, ja. Soort van zinloosheid. De ene dag meer dan de andere. De ene week meer dan de andere. En, ja, kutkutkut, ik krijg mijn kind inderdaad nergens mee terug.

David en Rob hebben elkaar overigens een keer enkele dagen meegemaakt tijdens een korte kampeervakantie. Ik herinner me vooral veel kinderen en eindeloos en uitgelaten jeu de boulen met veel wijn en sigaren. David probeerde er ook een. Jaren later had ik het nog wel eens met hem over die vakantie: het was voor David de eerste intensievere kennismaking met de familie van zijn tweede moeder met wie hij op dat moment ook bezig was een band op te bouwen. Hij had er goede herinneringen aan overgehouden, vertelde hij. Vooral dat sigarenroken met de mannen onder elkaar.

Max en David hebben elkaar een paar keer ontmoet, op verjaardagen of als we ergens met de hele familie uit eten gingen. David was onmiskenbaar de oudste van de kinderen. Ook al was hij min of meer buitenstaander er ontstonden nooit ongemakkelijke situaties. Integendeel, David praatte met iedereen die dat wilde. En voor zover ik me herinner, het meest met Max en iets minder met de IMG_1033andere twee Grote Neven Tim en Ivo. Stiekem bewonderde ik mijn zoon, die zomaar bleek te beschikken over het vermogen om in dit vreemde gezelschap aardig te zijn voor iedereen en oprechte interesse op te brengen. Het was voor mij een van de eerste signalen van Davids nogal grote sociale vaardigheid, die later in de weken rond zijn overlijden zo vaak werd geroemd.

Het is zondag, 29 juli 2015, buiten raast en rukt en Rambo’t de historische zomerstorm vlak voor onze deur bomen uit hun voegen. In de luwte van de woonkamer vieren we de verjaardagen van Davids broer, Daniël, en zijn Tweede Moeder, Daniëlle. Ook Max en zijn familie is er. Als ’s middags de storm is leeggelopen naar windkracht 9 loop ik met Max en Bob door het parkje tegenover ons huis. Bob kwispelt tegen de neerslaande regen en de gierende wind. Voor ik het weet raken Max en ik in een gesprek zoals alleen lotgenoten dat kunnen hebben. We delen onmiskenbaar dezelfde ervaring en emotie. Ik merk dat Max graag vertelt over de jaren na Robs dood. Hij kan zich bovendien als geen ander in mij verplaatsen zonder in cliché’s te vervallen.
Max wekte indertijd ieders bewondering door zijn gymnasium af te ronden zonder doublures. Alsof er geen gestorven vader bestond. Nu studeert hij in Nijmegen. Hij vertelt dat hij achteraf die gymnasiumtijd ziet als een soort vlucht. De vlucht ‘naar voren’ zoals dat in managementtermen heet. Hij herinnert zich Robs begrafenis levendig. Maar vooral de periode daarna waarin ze samen als gezin met een beeldend kunstenares een kunstwerk voor Robs graf maakten. De kunstenares woonde op ruim anderhalf uur rijden.  Ze zijn er een keer of vier naartoe gegaan om aan het kunstwerk te werken. Die gezamenlijkheid, het praten over het object, het daar delen van het verdriet, het laten ontstaan en concretiseren van hun diepste emoties had een helende werking. Toen het werk af was, en ritueel geplaatst op het graf van zijn vader, bleef de routine van het met elkaar praten over Rob en over het verdriet lange tijd bestaan. Veel met elkaar praten, delen – vertelt Max – heeft het gezin geholpen om door die eerste jaren heen te komen.

Ik begrijp hem en zie parallellen. Deze weken zijn ook wij druk met het maken van een kunstwerk voor David. In de Glasblazerij van het Nationaal Glasmuseum, Leerdam, werkt kunstenares Marinke DSC_1171van Zandwijk aan een schitterende serie van 15 ‘rugzakken’ die vanaf eind augustus Davids graf zullen sieren. Uiteraard zijn wij er nauw bij betrokken en denken we mee met het tot stand komen van het kunstwerk. Ook ik ervaar dit als helend, als een noodzakelijke bijdrage aan mijn verwerkingsproces. Ik vermoed dat met het plaatsen van het kunstwerk voor mij deel I van mijn rouwarbeid erop zit. Voor zover er delen I, II en meer bestaan.
Max en ik zijn intussen aangekomen bij de kop van het havenhoofd. De windkracht 9 jakkert en joelt om onze oren en jut het water op tot kwaadaardig zwarte golven. Het is fijn om hier met Max te staan in een uniek soort gezamenlijkheid. Ik vertel hem dat ik zoveel moeite heb met begrippen als  ‘accepteren’ of ‘plaats geven’ maar dat ik ze soms zelf ook gebruik. “Ik heb ook een hekel aan die woorden,” vertelt hij met wind mee. “Ze dekken niet de lading. Voor mij is het meer leren omgaan met de dood en met het verlies.” Ik val stil en laat de wind door mijn gedachten loeien. ‘Omgaan’ valt als een kostbaar geschenk in mijn ziel. Het woord laat me niet meer los. Het klaart de sombere luchten, de onneembare versperringen die ‘accepteren’ tot nu toe voor mij vormde en die ik maar niet kon afschudden. Ineens zie ik hoe dogmatisch accepteren eigenlijk is. Zo onverbiddelijk. Zo niet te doen. Zo onhaalbaar omdat het zo eendimensionaal is. Natuurlijk, het lijkt allemaal semantiek. Maar dat is het niet. Achter, in, onder het woord – tussen de letters in bevindt zich het individuele aspect. Dat zo weinig ruimte laat. Maar leren omgaan met de dood van je kind of van je jonge vader, betekent dat je jezelf alle ruimte geeft en alle ‘verplichtingen’ van je afschudt: om verdriet te hebben als je verdriet voelt, om niet te twijfelen als je verbaasd vaststelt dat je ook heel goed kunt functioneren ondanks het gemis, om de overledene te missen als je hem mist, zelfs om met plezier terug te denken aan de tijd voor het overlijden zonder verdrietig vast te stellen dat er nooit meer plezierige herinneringen bij zullen komen.

We lopen terug terwijl de wind lijkt af te nemen. Max vertelt dat hij deze vakantie weer even thuis woont en deze weken minstens twee keer per week het graf van Rob bezoekt. Er staat een bankje vlakbij waarop hij gaat zitten en zijn tijd neemt – ook om over heel andere zware onderwerpen na te denken. Dat is mooi. Ik vergeet te vragen of hij dat ook deed toen hij nog op school zat, maar ik krijg de indruk dat dat niet zo was. Het is niet belangrijk. Het past bij omgaan met de dood dat je de vrijheid hebt om aardse noodzaken naast je neer te leggen.
Omgaan met de dood geeft je de vrijheid om de overledene waardevrij te eren en in ere te houden. Max heeft mij dichter bij David gebracht dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Zo gaat dat tussen lotgenoten. Ook al is de een 19 jaar en de ander 64. Max is cool.

My man Max - paar jaar geleden

My man Max – paar jaar geleden

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: