David en de loyaliteit – David vertrekt (25)


Het is nu een half jaar dat David alleen nog rondwandelt in mijn herinnering: een rommelige biotoop van vergezichten, traanwatervallen, doolhoven, plaatselijk eeuwige mist, bergpieken en gorges. Nu zijn er herinneringen waarvan je het bestaan nauwelijks meer weet, er zijn recente herinneringen en er zijn ‘levendige’ herinneringen. Maar de herinnering aan je overleden kind laat zich niet plaatsen in een categorie. David is er nog helemaal niet aan toe om als herinnering door het leven te gaan. En in een categorie heeft hij godzijdank nog nooit gepast.

Zijn vrienden vertellen hoe hij bijna tastbaar aanwezig kan zijn. Niet elk moment van de dag, niet elke dag – wel regelmatig. “We hebben het ook druk met werk, met studie,” zeggen ze excuserend, “maar er zijn van die momenten.” En dan blijkt David in dromen voor te komen, soms nachten achter elkaar. Soms ‘is hij er’ gewoon.

Soms appt een van de vrienden: “Ben je dit weekend nog bij David? Wij gaan zaterdag in elk geval bij hem langs.” Ze hebben me verteld dat ze bij voorkeur alleen of in een niet al te groot gezelschap bij hem willen zijn. Ik vind dat lief, ontroerend, mooi. Het laat zien wat David voor ze betekende, welke rol hij in hun levens speelt. Dat is geen herinnering. “Don’t leave me this way/I can’t survive, I can’t stay alive/ Without you love, oh baby/ Don’t leave me this way/ I can’t exist,” zingt Bronski Beat op de vintage soulzender precies op dit moment. Zo gaat dat. Er zijn zoveel momenten die met de geringste moeite linken naar David. Zolang dat het geval is, heeft hij nog lang niet het stadium van de herinnering bereikt.

Tegelijk maak ik mee dat ik dagen, soms weken beleef waarin hij minder betekenisvol aanwezig is. Ik kan me daarover zorgen maken terwijl ik besef dat dit blijkbaar is hoe het gaat. Nog steeds spreken mensen me aan over het Grote Verlies. Vaak hebben ze mijn blogs gelezen, dus zeggen ze: “Ik zal niet vragen hoe het gaat hoor, dat heeft inderdaad geen zin, maar dit moet wel heel eh… zwaar zijn.”
Ik knik dan, mompel wat: “Ja, het is niet makkelijk,” want ik heb (soms tot mijn schrik) ook geen tekst op zo’n moment.
“Ik wil in elk geval zeggen dat ik voor geen goud in jouw schoenen wil staan.” Nee, dat wil ik zelf ook niet, denk ik dan. Maar tegelijk kan ik zo’n opmerking wel waarderen. Ik denk er veel over na. Vraag me af wat ik nou werkelijk voel. En weet het niet. Het is zo ongelooflijk raar. Ik ben intussen ook weer in het leven gestapt, maak afspraken, doe boodschappen, kijk af en toe televisie (waar ik nog steeds slecht tegen kan), laat Bob uit, wind me op over van alles en nog wat. En dan duikt David zomaar ineens op. Terug van weggeweest, zogezegd. We hebben elkaar dan bijvoorbeeld al een week niet gezien of gesproken.

Ik wandel met Bob en voel de behoefte om tegen David te praten. Hardop. Het levert korte monologen op waarin ik vooral vertel dat ik hem mis in het dagelijkse. David ruist zijn antwoord in de bomen rondom. Intussen bekruipt me ‘iets van een’ schuldgevoel. Hoe kan het zijn dat ik niet meer dagelijks met hem bezig ben, geen dingen meer te regelen heb die met hem te maken hebben? Hoe kan het zijn dat ik mezelf erop betrap dat ik geen pijn van verdriet meer heb? Daniël vraagt wanneer ik voor het laatst heb gehuild om David. Ik vertel hem dat dat al maanden  terug is. “En jij?”
“Ik ook al een hele tijd niet.”
“Hoe vind je dat?”
“Ik weet het niet,” zei hij, “maar ik vind het niet erg hoor. Ik denk toch wel aan hem.”
“Niet huilen, betekent niet dat je geen verdriet kunt hebben,” zeg ik – ik heb die zin laatst ergens gelezen. Hij knikt.

Nauwelijks heb ik dit opgeschreven of ik kom voor het eerst sinds zes maanden op een feest bij een goede vriend. David zat bij zijn zoon op school die min of meer bij hun om de hoek ligt. Het huis was jarenlang verzamelplaats voor David en zijn vrienden. Ik sta in de keuken en de woonkamer en herinner me foto’s die de jongens in die tijd hadden gemaakt waarop onder anderen David. Bijvoorbeeld de schoolbord-keukendeur waarop ze hun schetencompetitie bijhielden. David stond meen ik bovenaan. Op het feest zijn diezelfde jongens ook aanwezig. Ik zie ze daar zitten, vertrouwd met elkaar, hun eigen jonge verleden delend en ineens schieten de tranen in mijn ogen. Ik ben verbaasd. Ik kan het nog! Er zit voelbaar zoveel David in dit huis. Het is zo niet terecht dat hij niet bij hun zit – het is niet te dragen. Binnen een half uur sta ik weer buiten. Uit het lood, geschrokken van mijn eigen emoties, huilend.

Terug naar Daniël.
Kinderen kunnen, nog minder dan volwassenen, niet zo goed hun rouwgevoelens formuleren. Toch maken ze hierin een ontwikkeling door. We merken dat aan Daniëls gedrag en zijn aangescherpte gevoeligheden, zelfs of misschien wel juist na zes maanden. Ook op school. De IMG_2018site Kind en Rouw heeft een lange lijst met aandachtspunten opgesteld, met name voor het schoolleven van een nabestaande. De laatste serie tips geeft de zwaarte van het proces aan – eigenlijk zou elke school de hele lijst als een protocol moeten hebben klaarliggen:

  1. “Na de begrafenis raakt de herinnering aan het overlijden voor leerkrachten en mede-leerlingen geleidelijk op de achtergrond. Voor de leerling die een gezinslid is verloren, is dit niet zo, ook al laat het niet of nauwelijks iets merken van zijn/haar gevoelens naar aanleiding van dit verlies. De volgende aandachtspunten zijn van belang bij de begeleiding van een leerling die een gezinslid is verloren.
  2. Niet alleen verdriet, maar ook andere gevoelens horen bij rouw. Accepteer elk gevoel. Geef geen adviezen of geruststellingen.
  3. Zoek een manier waarop het kind gevoelens als kwaadheid of verdriet kan uiten, zonder dat anderen hier last van hebben.
  4. Houd een vinger aan de pols bij kinderen die weinig laten merken van hun gevoelens.
  5. Bedenk dat leer- of gedragsproblemen het gevolg kunnen zijn van rouw, ook jaren na het verlies. Onderzoek deze mogelijkheid. Spreek het kind in dat geval niet aan op zijn gedrag, maar toon begrip.”

“Kinderen verwerken het overlijden van een dierbare vaak meer in stukjes. Momenten van groot verdriet worden afgewisseld met momenten dat er gewoon gespeeld wordt en het kind plezier maakt. Jonge kinderen uiten hun gevoelens van verdriet, boosheid en verwarring vaak ook op een andere manier, een manier die niet altijd even goed te herkennen is als rouw. Zo zien we vaak dat ze lichamelijke klachten melden of moeilijk of agressief gedrag vertonen. Ook boosheid, ontkenning, slaap- en eetproblemen, onrust en concentratieproblemen en het heel veel zoeken van fysiek contact zijn uitingsvormen van rouw die we veel zien bij jonge kinderen, ” schrijft psychologe Tamar de Vos – van der Hoeven op de site Opvoedadvies.nl. “Kinderen vanaf een jaar of negen/tien, zijn vaak ook erg bezig met hoe ze gezien worden door de wereld om zich heen. Wat wordt er van mij verwacht in deze situatie? Vooral in het contact met leeftijdgenoten willen ze hun gevoelens niet te veel tonen en niet te veel praten over het overlijden, uit angst in een uitzonderingspositie te komen en de aansluiting met leeftijdgenoten te verliezen.”

Rouwarbeid is, naast alles, een loyaliteitsconflict vind ik. Loyaliteit met mijn gestorven kind op de eerste plaats. Daniëls loyaliteit(conflict) naar David.
Trouw of loyaliteit is een morele verbondenheid, vasthoudendheid, of het zich houden aan een verbintenis, band, of verplichting. Waar deze verplichting niet wordt nageleefd, waar trouw wordt geschonden en wantrouwen intreedt, kan sprake zijn van verraad. luidt de webdefinitie.
En het Nederlands Woordenboek definieert: eigenschap dat je iemand of iets altijd steunt en niet alleen laat.

Een loyaliteitsconflict kan het gevoel geven van verraad. Ik laat iemand, David, in de steek. Pleeg ik verraad als ik een paar weken minder intensief denk aan hem? Pleeg ik verraad naar Daniël als ik af en toe meer bezig ben met David dan met hem? Kan ik verraad naar mezelf plegen? Het is uiteraard een kwestie van woordkeus. Als ik ‘verraad plegen’ vervang door ‘in de steek laten’ speelt (toch) een ander gevoel: laat ik David in de steek als ik een paar weken minder intensief aan hem denk? Laat ik Daniël in de steek als ik even meer met David bezig ben dan met hem? Kan ik mezelf in de steek laten?

Om even op het laatste door te gaan: ik voel mezelf af en toe in de steek gelaten – wrang genoeg door David. Die daar verder ook niks aan kan doen. Misschien projecteer ik wel mijn loyaliteitsconflict op hem. Ik weet het niet. Het is soms te verwarrend. En de vragen blijven bestaan. Ik zal ergens op een gedachte moeten stuiten die me helpt ook hiermee om te gaan. Een helpende gedachte.
Is het ook niet mijn probleem als ik me afvraag of ik David in de steek laat als ik een paar weken minder intensief aan hem denk? Het is mijn loyaliteitsconflict. Populair geformuleerd: het zegt veel over mij en mijn verwerkingsproces. Over mijn manier van omgaan met het verlies.

De eerste maanden na het overlijden ben ik met niks anders bezig dan met mijn overleden kind. Dat overkomt me. Dat plan je niet. Ik heb dat in een vorige blog ook al beschreven. Maar toch komt het steeds terug, dat gevoel van ‘doe ik er wel goed aan?’. Ik denk dat dit het moment markeert waarop ik blijkbaar aan de slag ga met deze fase in de rouwarbeid. Wat dat dan ook inhoudt. Zoals zo vaak ligt er geen pasklaar antwoord klaar. Het is weer eens zover. Opnieuw is er geen antwoord zoals er telkens geen antwoord mogelijk is op die eeuwige vraag: waarom overleed mijn kind? Mijn kind leefde en toen was het dood. Dat is behoorlijk kut. En nou denk ik ook nog eens af en toe een tijdje niet aan hem. Hoe kut is dat dan nog eens extra?

Zo is rouwarbeid jezelf erop betrappen dat je in disloyale cirkels draait. Tot je jezelf afvraagt wat je in godsnaam doet – dat is het moment dat je kunt ontsnappen. En stap je in de volgende cirkel. Er blijven namelijk nog genoeg over.
Op internet kom ik het volgende intieme (loyaliteits)gedichtje van Hans Hagen tegen:

Inhalen

Morgen haal ik hem in
Morgen sterft hij voor de 12e keer
Ben ik dan groter,
Ben ik dan ouder,
Wordt mijn grote broer mijn kleine,
Mijn ogen vind ik in de spiegel
Maar waar zijn de zijne

Gedicht ontleend aan de Masterthesis Klinische en Gezondheidstherapie (2008) van Judith Dapperen BSc onder de titel: ‘Wie ben ik zonder jou?’ ‘Identiteitsontwikkeling na verlies van een broer of zus’. Judiths broer verongelukte op zijn 22e, Judith was toen 10. In haar onderzoek ontdekt ze onder meer dat er weinig wetenschappelijke verhandelingen bestaan over dit onderwerp. Op zijn best wordt gesproken over ‘de vergeten groep’ en over ‘een weinig erkend verlies’. Verder blijkt niemand van de onderzochte ‘kindernabestaanden’ duidelijk waarneembare letsels te hebben overgehouden aan het overlijden van een broer of zus. Maar alleen al het gegeven dat Judith Dapperen deze studie volgde en deze thesis schreef, geeft aan hoe ingrijpend dit gegeven voor een kind kan zijn. Over loyaliteit gesproken.

DSC_1236

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: