David het nieuwe jaar in – David vertrekt 31


Het is enkele dagen voor de jaarwisseling. De telefoon aan de andere kant van de lijn gaat drie keer over. “Louwman Exclusive,” klinkt de aangename vrouwenstem van de receptie van De Luxe Autodealer, “wat kan ik voor u doen?” “Ik wil graag een afspraak maken voor’n proefrit op  3 januari in de Bentley Mulsanne Speed.” “Ik verbind u door,” klinkt het zakelijk en vriendelijk tegelijk.

“U spreekt met Jacques Mulder. U wilde de Mulsanne bekijken?” er klonk enige aarzeling in de vraag. “Nou, vooral een proefrit maken. Ik heb namelijk serieus interesse in deze auto. Dat zit zo. Ik win komende donderdagnacht de Oudejaarsloterij van de Staatsloterij en ik ben ontzettend toe aan een nieuwe auto. Mijn Peugeot 203 uit 1995 overleeft de APK niet meer.” “Dat begrijp ik, meneer, Peugeot 203 leuk karretje voor de minvermogende. Mag ik u bij voorbaat feliciteren met uw prijs? Daar kunt u best een paar Bentley’s voor aanschaffen. Of een andere mooi merk. Heeft u al eens gedacht aan de Maserati eventueel een Rolls Royce? Ik heb hier een hele fijne convertible staan…”
“Nou, voorlopig is een genoeg hoor.Wat ik eigenlijk het leukste vind aan de Mulsanne, is dat er standaard twee City Umbrella’s worden bijgeleverd en vooral die Frosted Glass Refrigerated Bottle Cooler with Bespoke Crystal Champagne Flutes.
“Ha! U rijdt dan wel in een eenvoudig Peutertje maar ik moet zeggen, mijnheer heeft smaak. Prima. Dat mogen wij graag horen. Ik zal ook zorgen dat de  Maserati Ghibli 3.0 S Q4 voor u klaarstaat. Gewoon om te vergelijken. Maar eh, ik wil niet onbeleefd zijn, weet u zeker dat u de winnaar bent? Er hebben namelijk vandaag al vijf mensen gebeld die zeggen dat ze donderdagavond de Staatsloterij winnen.”
Shit.
“Oh, dat wist ik niet. Mijn zoon had mij beloofd ervoor te zorgen. Hij is nog niet zo lang geleden overleden en laatst had ik contact met hem en toen vroeg ik of hij ervoor kon zorgen dat ik zou winnen.” Het is even stil in de mond van de heer Mulder. Dan vervolgt hij:
“Tja, dat zeiden die andere bellers ook. Merkwaardig. Laten we afspreken dat u na de trekking nog even belt om uw komst te bevestigen. Dan houden wij de Bentley en de Maserati voor u vast. Is dat een idee?” Ik denk even na. Hij neemt mij niet serieus. Terwijl ik toch in het hiernamaals een hele sterke troef heb. Maar blijkbaar zijn er meer met rechtstreekse contacten aan gene zijde. Lastig. Ik wil niet nu al door de mand vallen. “Ja,” zeg ik zo kalm mogelijk, “dat lijkt me een goed plan. Dan probeer ik nog even contact te zoeken met mijn zoon – al heb ik geen idee wat hij momenteel uitspookt. Goedemiddag.”

Flauw woordgrapje om te zeggen dat je niet weet wat je dode zoon uitspookt. Maar het is eruit voor ik het weet en het zal meneer Mulder waarschijnlijk niet eens zijn opgevallen. Als ik later die avond David in gedachten spreek, vertelt hij me dat hij al een week voor de trekking heeft geprobeerd in de buurt te komen van de computer die de trekking van de Staatsloterij verzorgt, maar dat het toen al dringen was van al die zielen die hun nabestaanden wilden verrassen met de hoofdprijs. “Gekkenhuis, Pap, hysterisch gewoon.” Later was hij nog eens langsgegaan en toen was het bij de Staatsloterij helemaal een mêlée aan zielen die elkaar het licht niet in de ogen gunden. Maar goed, hij zou de 31e zijn best voor me doen, hoewel ik het hem niet kwalijk moest nemen als… En zo voort. Harde wereld. Dat je kind overlijdt is nog tot daar aan toe. Maar dat het vervolgens niet eens zijn taak als schutsengel fatsoenlijk kan uitoefenen, nee. Nog enkele dagen te gaan en dan is het Oudjaar.

Op 2 januari bel ik de autodealer en zeg het voorgenomen bezoek af. Met excuus van David. “Geen probleem,” zegt meneer Mulder, “ik ken het gevoel. Ik heb ook niks gewonnen, maar ik heb ook geen gestorven familielid. Succes met uw barrel uit 1995.” “Hoepel op, sukkel,” antwoord ik vriendelijk en druk hem weg.
De man in de kroeg aan wie ik dit verhaal vertel kijkt mij verbijsterd aan. “Heb je dat echt gedaan?” vraagt hij ongelovig. “Helaas niet,” beken ik, “maar ik had wel een Staatslot en mijn zoon is echt dood.” “Life sucks, jongen,” zegt hij. Ik knik. Ja, life sucks. Death ook, trouwens.

Oudjaar. Mijn volwassen leven lang bak ik op 31 december oliebollen. Ik heb een mooi recept dat zorgt voor oliebollen die bijna pure patisserie zijn. Dit jaar vraag ik me af of ik nu wel of niet oliebollen zal maken. Ik ben met Oud & Nieuw alleen (heb een aanbod voor een feestje afgeslagen) en om nou rond begin maart nog steeds met een schaal oliebollen te zitten – nee, dat is geen opbouwende gedachte. Toch blijft het wringen. Waarover maak ik me nou eigenlijk druk? Hoe belangrijk zijn die stomme  oliebollen voor me? Zit ik nou niet expres een potje zielig te doen? Ik deel mijn twijfels met een vriendin, die heel wijs adviseert om ze gewoon wél te maken. “Het is toch traditie voor je? Waarom zou je jezelf straffen? Ik zou ze gewoon bakken en wat je overhebt hang je straks als vetbolletje in de boom,” zegt ze. Shit, wat doe ik moeilijk. Natuurlijk heeft ze gelijk. Door die oliebollen te maken, geef ik mezelf een taakje voor de middag, maar ik maak mezelf ook duidelijk dat het geen zin heeft om het niet te doen omdat die 31e een zware dag is. Immers, David. Ik weet eigenlijk zeker dat hij dit geneuzel  allemaal lulkoek vindt. Dus ik maak mijn 26 oliebollen en voel me daarna opgelucht en trots. Desondanks zeil ik even later weg in een uit graniet gehouwen droefheid. Want, inderdaad, David. Kutzooi.

Op een van de laatste dagen van het oude jaar bezoek ik de overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Het is een fascinerende verzameling objecten vol maatschappijkritiek op een ‘gründliche’ typisch Duitse manier. Ergens, in de loop van de expositie kom ik deze vensters tegen. foto 1Ik ben al lang gefascineerd door dit soort objecten waarmee je ruimte afbakent en tegelijk nieuwe ruimte creëert. Het is eigenlijk een definitie van architectuur. En van het leven op zich.
Architectuur: stel je staat in een wijds landschap, zonder gebouwen dus je kunt kijken zo ver je wilt. Dan zie je in de verte iemand aankomen die een lange paal in de grond steekt. Vanaf dat moment wordt het landschap in tweeën gedeeld. Een vreemd lichaam is in het landschap geplaatst en dat is direct niet vrijblijvend. Stel je bouwt in dat landschap een huis van drie verdiepingen. Vanaf het moment dat het geraamte staat, een deel van de open ruimte in beslag neemt, gebeurt er iets bijzonders. Binnen de ruimte van het landschap ontstaan nieuwe ruimtes. Straks zullen bijvoorbeeld op driehoog wellicht kinderen spelen. Was te drogen hangen. Spullen worden opgeslagen. Er ontstaan nieuwe wetmatigheden in die nieuwe vorm. Zo is er ineens de mogelijkheid om van etage naar etage te gaan met een vanzelfsprekendheid die niet bestond toen het huis er nog niet stond. Neem wolkenkrabbers. Ik vind het helemaal niet vanzelfsprekend dat die er ‘zomaar’ zijn. Telkens als ik een zie, besef ik hoe bijzonder het is dat iets een functie krijgt vanuit zijn wezen in een omgeving – de open ruimte – waar dat eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. In de open ruimte bestaan geen lift die je in een paar seconden naar de 35e etage brengt. De open ruimte kent geen etages. De vensters van Genzken laten dat proces zien in zijn meest uitgebeende vorm. Bovendien verleiden ze de kijker tot nieuwsgierigheid en ervaren: toen deze opstelling er niet stond, was dit een witte muur die grenst aan een parketvloer waar iedereen langsliep zonder er aandacht aan te schenken. Nu de vensters er staan nemen nieuwsgierige bezoekers de tijd om door elk van de vensters naar dezelfde muur en vloer te kijken. Er ontstaat een andere ervaring van de ruimte. Het is alsof je kijkt door iemands ogen.
Het leven op zich: ieder leven dat ontstaat, is bezig ruimte in te nemen. Vanaf het prilste begin en de geboorte tot de dood aan toe. Hoe ouder je wordt en hoe groter je nieuwsgierigheid is, des te meer vensters zich openen, des te meer antwoorden je vindt op je vragen, des te meer je toeneemt aan betekenis voor anderen. De ruimte die David bezig was in te nemen, de vensters die hij opende, was nog relatief klein en tegelijk al behoorlijk groot. Iedereen die hij toestond om door zijn vensters naar de open ruimte van het leven te kijken, ontdekte de waarde van sociale vaardigheden, leerde van zijn interesse in menselijke contacten, ervoer zijn kracht als bindende factor en werd geïnspireerd door zijn talent als debater en als hockeyer.

Het is intussen 6 januari. In de aanloop naar Oud & Nieuw noteerde ik dat ik doodsbenauwd was voor het nieuwe jaar: hoeveel ellende zou er nu weer over mij heenrollen? Ik kon slechts door de donkerste vensters naar 2016 kijken en bittere grappen maken die alleen ik begreep. Maar het werd vanzelf 1 januari, en 2 en 3 en 4 enzovoort. Bijzonder genoeg voelde 1 januari anders aan dan de dagen ervoor. Er waren geen gitzwarte vensters meer waarin de somberste vooruitzichten spiegelden. Er was geen angst. Geen verdriet. Alsof ik mijzelf door een sleutelgat had gewurmd en terecht was gekomen in een andere tijd/ruimte-ervaring. Alsof de symboliek van Oud & Nieuw die nacht als een wolkenkrabber de open ruimte van mijn leven had ingenomen en mij had meegevoerd naar de hoogste etage, boven de wolken in zuiverend zonlicht. Met hoopgevend uitzicht.
Dit is eigenlijk geen tekst voor mij. Ik metafoor niet graag tenzij functioneel. Nog minder heb ik sinds Davids overlijden iets met horoscopen, tarotleggingen, uit- of intredingen of wat dan ook. Wellicht komt het doordat de Maan dezer dagen in het teken van de Kreeft staat – je weet het niet, hè?

Desondanks is het intussen 6 januari en ik heb besloten dat het nieuwe jaar het best bekeken en ervaren kan worden als door de open vensters van Genzken. “En weer door in 2016.”
Zo begint het nieuwe jaar: met de schoonheid van mijn roestbakje dat straks zijn APK niet meer haalt, met 4 april de eerste herdenking van Davids overlijden en verder met veel open ruimte om van te genieten. We zien wel wanneer life weer sucks.

 

 

 

Advertenties

Over hanvanwel
Alles voor de kunst. De kunst van het kijken, schilderen, schrijven, creëren, genieten, bedenken en maken. De kunst van het je eeuwig verbazen. Maar ook de kunst van het rouwen.

One Response to David het nieuwe jaar in – David vertrekt 31

  1. Gabi says:

    Weer hilarisch mooi geschreven Han, ps mocht je toch nog willen proberen je auto een kans te geven, wij hebben een bevriende automonteur die er alles aan zal doen om ‘hem’ te redden…liefs Gabi

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: