David vertrekt (4.11.1991-4.4.2015)


Hoe gaat dat? Je moest zondags terug want op maandag wachtte je werk. Je pakte je tas en je gele rugzak en direct was de tent een stuk leger. Buiten de tent nam je afscheid van je vrienden en vriendinnen met wie je deze vakantie had kennisgemaakt, had gewandeld over de heuvels van de Drôme naar Bourdeaux, gezwommen in het knusse zwembadje, maffe onderwaterfoto’s had gemaakt, (uiteraard) gezoend met het mooie franse nichtje van de campingbaas, gevoetbald – eindeloos gevoetbald – met je broertje Daniël en zijn vriendjes. Niets was je teveel. Je had genoten van het landschap, dat een complete verrassing voor je was gebleken.

Hoe gaat dat? We stapten in de auto en we reden de slingerweg af het dal uit. De zon scheen waterig: de hele vakantie was nogal waterig maar dat maakte jou niks uit. Na dik een uur rijden met jouw muziek over de speakers kwamen we bij het vliegveldje. We parkeerden de bus en moesten ruim een half uur wachten. Hangen op een vliegveld is nooit vervelend. Hangen op een vliegveld waar nog geen vliegtuig is geland, waar het enige winkeltje nog gesloten is en er lange tijd nauwelijks meer dan tien reizigers verveeld in de stoelen hangen – dat is pas echt hangen.

Hoe gaat dat? Ineens is het tijd om te boarden. We omhelzen elkaar zoals we dat altijd doen. Innig. Warm. Vader en zoon. Ik druk je even extra tegen me aan, het voelt zo fijn je zo tegen me aan te hebben. Zo’n moment mag van mij heel lang duren. Dat heb ik altijd als ik je omhels. Bijvoorbeeld als ik je zondagsavonds terug heb gereden naar Amsterdam, de auto parkeer aan het Heinekenplein en we nog even samen een sigaret roken en een potje ouwehoeren. Als onze peuken op zijn omhelzen we elkaar. Met alle warmte, liefde en onbegrip van mijn kant dat het weer eens zover is. Dat jij je eigen bestaan weer inwandelt en ik het mijne inrijd. Loslaten. Hoevaak zeggen ouders dat niet tegen elkaar? Loslaten en vertrouwen hebben dat je je eigen boontjes dopt. Loslaten in de zekerheid dat ik je binnen niet al te lange tijd weer zie en we elkaar weer even kunnen omhelzen, nu als begroeting.

Bye, vriendje.

Bye, vriendje.

Hoe gaat dat? Op die zaterdagavond bellen twee politieagenten aan. Het is half twaalf. Toen de bel ging dacht ik nog dat jij het was en dat je je sleutel weer eens vergeten was, maar ik bedacht ook dat je altijd een appje stuurt met de mededeling dat je eraan komt en dat je dat nu niet had gedaan, dus dat jij het waarschijnlijk niet was die daar aanbelde. Zodra ik de beide mannen zie staan, amper ouder dan jij, weet ik dat ik een rol ga spelen in een slechte film. Je bent dan al ruim 16 uur dood. Je bent vijf uur geleden gevonden door je vrienden die de schrik van hun jonge leven hebben gekregen. Je hebt 12 uur levenloos in je bed gelegen. Rond zes uur die morgen heb je nog Philip, je fijne huisgenoot gesproken en hem gevraagd het licht in je kamer uit te doen: je lag te ver weg van het lichtknopje en je had geen zin je bed uit te komen. Elkaar nog even spreken na een nacht stappen – het was jullie vaste gewoonte. Philip ging slapen, stond op, er kwamen vrienden langs om te ontbijten, ze maakten lol en lawaai en hielden zich dan in omdat jij nog sliep. Dachten ze. Ze gingen weg om een potje te voetballen, kwamen terug en vonden dat je toch wel erg lang in je bed lag. En vonden je. Al koud. Al 12 uur levenloos.

Hoe gaat dat? We wilden naar je toe. Je in onze armen nemen. Met onze warmte je tot leven wekken. Armen om je heen, lijf tegen lijf, tegen je zeggen dat het veel te vroeg was voor een afscheid als dit. Maar het kon niet. Je had zelf niet eens afscheid kunnen nemen van dit leven dat je de laatste jaren zo dierbaar was geworden. Je was in slaap gevallen en je diabetes had je bloedsuiker onverantwoord laag getrokken als een haai die een zwemmer grof onder de golven trekt. Je had er niks van gemerkt dat je onder de golven verdween. Je sliep en je te lage bloedsuikerspiegel en de hartritmestoornissen deden de rest. Je overleed in je slaap. Je gleed van slapen naar nooit meer slapen – in dit leven. Je gleed van verbale geweldenaar naar voor altijd zwijgende herinnering.

Tijd om te boarden was je niet gegeven. Laat staan tijd voor uitgebreide omhelzingen. Dit is verplicht loslaten, dit is nooit meer omhelzen en je lieve lijf tegen me aan voelen, dit is verplicht herinneren zo levendig als maar kan. Dit is het kilste afscheid denkbaar. We hangen nog wat rond op het vliegveld van jouw leven. Er zal geen vliegtuig meer opstijgen. Jij was de laatste passagier.

 

Advertenties

Afscheid David van Wel – 4 november 1991 – 4 april 2015


“Hier zijn geen woorden voor.”

Hoe vaak heb ik dit de afgelopen dagen niet gehoord.
En het klopt.
Er bestaat geen tekst na de dood.
Er bestaat poëzie. Meer dan genoeg. Er bestaan beschouwingen over. Als toeschouwers langs de lijn.
Maar na de dood, nee – geen woord.

Verdriet, intens verdriet – dát bestaat na de dood. Verdriet dat je verwerkt in je eentje. Verdriet dat je deelt met liefst zoveel mogelijk anderen. Verdriet dat nooit over lijkt te gaan.
Verdriet dat altijd tekort schiet.

Want hoe geef je het verlies een plek van iemand die zo dierbaar is als David. Hoe geef je dat vorm?Ik zou het bij God niet weten.
Wat ik wel weet, is dat het verdriet dat ik de afgelopen dagen heb gezien op de gezichten van die meer dan honderd vrienden, vriendinnen, dispuutgenoten, collega’s, zijn broertje, zijn familie – zo intens was, zo tergend droevig dat het een bijzondere schoonheid kreeg.

Dat kan namelijk. Verdriet kan de mooiste muziek voortbrengen, de schitterendste schilderijen en de meest intense beleving.
Maar verdriet om David overstijgt zelfs dat, heb ik de afgelopen dagen gemerkt.

David was meer dan een passant voor zoveel mensen.
David zorgde ervoor dat niemand in zijn omgeving zich achtergesteld voelde. David hield van mensen, ongeacht wie of wat ze waren.

En mensen hielden intens van David.
David: zoon, stiefzoon, broer, vriend, trouwe vriend, verstandige vriend, brutale vriend, geile vriend, hockeyvriend, knappe vriend, strenge vriend, blowende vriend, drinkende vriend, Borgiavriend, collega-vriend – David’s levensvlam die net bezig is zijn intense warmte te verspreiden, David is niet meer.

CIMG0072

“David is dood.”
Binnen de kortste keren verspreidt het nieuws zich via alle media.
’s Ochtendsvroeg gestorven in zijn eigen bed.
Waarschijnlijk binnen een kwartier nadat hij Philip heeft gesproken.
Waarschijnlijk rond half zeven. De oorzaak horen we waarschijnlijk pas over drie maanden.
Drie tergend lange maanden leven in onwetendheid.
Pas dan kunnen we de rust in onze harten enigszins laten terugkeren.

David is dood.
Het proces is onomkeerbaar. We blijven achter met onze herinneringen
Die op dit moment zo’n pijn doen.
Die branden, steken, etteren, schuren.
Op een manier die geen taal toelaat.

Want de dood staat geen taal toe.

David is dood.
Niets krijgt hem terug.
Geen tranen. Geen verdriet.

Volgens het Boeddhisme gaat de ziel niet dood. Die leeft voort in een eindeloos proces waarin niets toevallig is, waarin alles met alles is verbonden. Zoals de moleculen in een druppel water. Zoals druppels eeuwenoud water in de zee. De ziel is een watermolecuul op een eeuwige reis waarvan de route wordt bepaald door krachten groter dan wijzelf.

Wie dat kan accepteren, kan beter omgaan met het verlies van een dierbare.
Zelfs als hij David heet.
Immers de dood is geen eindpunt maar onderdeel van een proces waarin wij passanten zijn.

Tja.
Maar intussen… is David wel hartstikke dood en wordt hij intens gemist door ons allemaal.
David was de molecuul die in dit bestaan andere moleculen verenigde en verbond op een manier die ronduit uniek was.

De laatste tijd kwam het regelmatig voor dat ik hem om raad vroeg. En zijn antwoorden waren altijd raak, gemeend en wijs.
Ik besefte juist de afgelopen maanden dat hij hiermee het bewijs afleverde dat hij nu echt klaar was voor een lang en mooi en fijn leven. Tot ver in de 80. Hoedend over zijn broertje als ik er straks niet meer zou zijn. Levenslang houdend van Philip, van Jim, van Roald, van Bogie, van Christiaan, van Wouter, van Mark, van zijn vereniging, van zijn werk, van al zijn talloze andere vrienden en heel veel vriendinnen.

Dit is wat me het meeste dwarszit: David, de jongen die net man was geworden, die David mocht niet meer verderleven.
Godverdomme zonder opgaaf van reden.

En wij blijven achter. Sprakeloos. Hopeloos. Verlaten. Vol verdriet om een gemis waarvoor geen woorden zijn.
Want er bestaat geen tekst na de dood.

En niets krijgt hem terug.
We moeten leren leven met een leven zonder David.
Dat zal niet makkelijk zijn, maar we eren David het meest door te handelen in zijn geest.
Of zoals Marc, zijn hockeycoach, na een tegendoelpunt altijd riep: “En weer doorrrr.”Dat hoor ik David ook tegen ons zeggen, in al zijn wijsheid en houden van: “En weer doorrrr.”

Laten we vandaag Davids leven vieren en eren op de best mogelijke manier – met tranen, met boosheid, met omhelzingen en vooral veel bier. Koester hem houd van hem je leven lang, leer van hem.

Maar vooral: en weer doorrrrr.

 11080546_10205607427459349_7362509037589598245_o

 

Preview: Leuk Is Anders


Oom Harry – als de wereld niet had bestaan, had hij hem bedacht. Met zichzelf erbij. Geen oceaan namelijk of oom Harry had hem bevaren: als solozeiler, als kapitein in de containervaart, als actievoerder tegen de walvisvangst, in een roeiboot, zwemmend zelfs.

En geen jungle of oom Harry had zich namelijk met zijn machete (hij sprak dat uit als ‘matsjetih’) een weg erdoor gebaand, mysterieuze dieren als de driepotige struikuil aan zich onderworpen, eeuwige vriendschappen gesloten met volkeren die nog ontdekt moeten worden en afgedaald in vulkanen tot het midden van de wereld. En ver daar voorbij.

Als oom Harry vertelde over de steden waar hij kind aan huis was, dan kostte het weinig moeite om je voor te stellen dat je daar zelf liep. Noem een stad. Nu! Maakt niet uit. Moet je horen. Merkwaardige geuren dreven vervolgens uit zijn woorden je neus binnen: sandel-, zoethout, citrus, mest, koriander, tijm, wierook. Even vanzelfsprekend als onverwacht schoten felle kleuren, pastels, schaduwen in zwart en grijs door je verbeelding en klanken – van de oerhum van monniken uit Mongolië, opzwepend ritme van het 100-zigeunerorkest uit Budapest, didgeridoo, bedwelmende flamencogitaren, tot de koekoeksklok van je ouwe tante  – vulden je gehoorgangen. Liefdesgeschiedenissen wisselde oom Harry af met minder sympathieke intriges en oorlogen, verwoestingen maakten plaats voor ontdekkingsreizen, maakten plaats voor intieme beschouwingen over een net niet perfect plein en overweldigende zonsondergangen in de Indische Oceaan.

Als oom Harry vertelde, verstond en sprak je elke taal even vloeiend en er was geen instrument of je speelde er virtuoos een sonate, een mis of een tango op.

Oom Harry, zijn verhalen klonken alsof hij ze ter plekke bedacht. Maar altijd weer had hij voorwerpen bij zich: tekeningen, buskaartjes, treintickets, bekeuringen wegens landloperij, liefdesbrieven, aanbevelingsbrieven – die het meer dan geloofwaardig maakten.

Toch was er een verhaal waarvan hij nooit bewijsmateriaal liet zien. Dat was het verhaal dat hij altijd vertelde ná een andere ‘historie’. Je wist precies wanneer oom Harry ermee begon. Het waren steevast dezelfde woorden die hij gebruikte, als een bezwering.

Ze werden gebracht als een vraag – maar eigenlijk was het een bevel. Want als je al het lef had, was je wel volslagen gek om ‘nee’ te zeggen als oom Harry je vroeg:

‘Heb ik je eigenlijk aleens verteld over Leuk?’

‘Leuk?’ diende je dan met de nodige verbazing te zeggen,’bestaat dat echt?’

Oom Harry kneep zijn ogen samen, keek je extra slim aan en ging verder op samenzweerderige toon: ‘Je twijfelt toch niet aan mijn woorden? Je wilt toch niet zeggen dat al mijn verhalen verzonnen dingegjes zijn?’ (Oom Harry had een aparte manier van spreken.) Je haastte je te zeggen dat je niet twijfelde aan zijn reisverhalen. ‘Luister, ging oom Harry bezwerend verder: ’Leuk is het land voorbij elk ander land, achter de oceanen, en dan linksaf – ik ben er vaak geweest – maar altijd in het geheim. Want die van Leuk hebben niet graag pottenkijkers. Daarom alleen al is de weg erheen, de ingewikkeldste die ik ooit heb afgelegd. Maar, jongen, als je er eenmaal bent… Laat maar, ik zie aan je ogen dat je er niks van gelooft.’

Ook die opmerking hoorde bij de kolossale betovering die oom Harry voor je bezig was op te trekken. Je wist welke magische woorden je nu moest uitspreken om te worden meegesleurd in zijn kolkende avonturenstroom – rechtstreeks naar Leuk.

‘Natuurlijk geloof ik in Leuk, oom. Kan ik anders?’

Toelichting
Leuk, geschreven in 2009, beschrijft de reis van ‘oom Harry’, ‘been there, done that’ ontdekkingsreiziger, naar het gedroomde land der landen: Leuk. Harry beleeft er merkwaardige avonturen. Elk gebied in Leuk vertegenwoordigt een eigen sfeer, uitdaging en magie. Harteleuk is gebouwd volgens de grafieken van M.C. Escher, Wonderleuk kent geen straten maar alleen achtbanen van verschillende soort en ingewikkeldheid – wat achtervolgingen niet echt makkelijk maakt en Vreseleuk, ten slotte, heeft wijken in de vorm van labyrinthen.

Harry raakt verstrikt in een (schaak)spel waarvan hij de regels niet kent en waarin hij zelf een pion is. Hij voert een opdracht uit – heeft zichzelf aangedragen als oplosser van het probleem –  waarvan hij nauwelijks weet waartoe die zal leiden, laat staan hoe hij die zal oplossen. Elke stap die hij zet, brengt hem meer aan het twijfelen. Er wordt met hem gesold wordt hem duidelijk, nota bene met hem, de ervaren ontdekkingsreiziger. Alles wat hij ziet en meemaakt is een demonstratie van schijn en wezen. Spannend tegelijk. Het verhaal werkt toe naar de confrontatie met de ultieme engerd, Stil Stiller.

Stiller ‘knijpt zielen’ en heeft het onder anderen voorzien op de ziel van Oom Harry. Hij verwacht daarmee vette winst te halen. Zover komt het, na een harde confrontatie, niet.

Tegelijk beleeft oom Harry zoveel, en wordt hij zo ongelooflijk binnenstebuiten gekeerd in al zijn (al dan niet) halfslachtige pogingen om helderheid te krijgen, dat hij bijna beklagenswaardig wordt. Ten slotte blijkt niets wat het is en doet ook de regering van Leuk een duit in het zakje door glashard te ontkennen dat hij er ooit is geweest. Of toch niet?

Leuk is, al zeg ik het zelf, een merkwaardig avonturenboek. Grappig en melancholiek binnen dezelfde zin. Of, om professionele literaire meelezer te citeren: “Ik heb het met plezier gelezen, erg origineel en erg grappig. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit zoiets gelezen.”

Binnenkort verkrijgbaar
Leuk is binnen niet al te lange tijd verkrijgbaar als schitterend boek. Voorzien van prachtige illustraties van de hand van Lisa Brandenburg, met zorg en toewijding geproduceerd door uitgeverij Tienstuks, gebonden in prachtige Japanse rijgsteek. En met nawoord door de overheid…

Je kunt nu al intekenen op Leuk dat ca 80 pagina’s telt en rond de 20 euro gaat kosten.Meer specificaties:
Formaat: 17 x 31 cm, staand
Papier binnenwerk 100 grams Munken Lynx
Japans gebonden
Omslagen:  300 grams donkerrood voor en gebroken wit achter, notaris-sluiting, het achterplat is uitvouwbaar en bevat enkele grotere illustraties van Lisa Brandenburg.

Stuur me even een mail en ik reserveer een exemplaar voor je. Doe het vandaag nog – als je van echt avontuur houdt: hanvanwel@kpnmail.nl


Test, 1,2,3 – de start van Speechman


Na in een jaar tijd circa 90 speeches voor 1 persoon te hebben geschreven – na in ruim 20 jaar de meest uiteenlopende teksten te hebben geschreven – na beide constateringen bij elkaar te hebben opgeteld, besloot Speechman dat het tijd was om de wereld te vertellen dat hij toespraken smeedde. De woordensmid vertelde wat hij al veel eerder had moeten vertellen op zijn site http://www.schrijfmijnspeech.nl

En iedereen die daar zijn credo las, zei: ‘Ja, dat is zoals het moet. Niet een andere site over speechschrijven zegt het zo expliciet’.
Daar was Speechman blij mee. Maar op een site over speeches kun je niet alles kwijt wat je daarover wilt zeggen. Heel raar, maar het is zo. Dus begin ik mijn eigen Blog. Met het voornemen om wekelijks (ten minste) te schrijven over zaken die aan het schrijven raken. Met de uitdrukkelijke uitnodiging voor iedereen die mij vindt en leest, om te reageren, aan te vullen, uit te dagen, te bevragen.
Aldus.