Kunstpraat 12.12.13: Noortje Zijlstra’s dierlijk universum (R.I.P.)


Ze dragen titels als ‘degrootstezullennietaltijddesterkstezijn’ en ‘mijnregenboog’ of ‘ongewonetapijten’. Zonder uitzondering gaat het hier om dieren. Opgezette dieren. Vogels. Muizen. Eekhoorns. Het is het dierlijke universum van Noortje Zijlstra.

En waar soms de naam al iets zegt over waar iemand mee bezig is (firma Beenhakker doet in rolstoelen, de heer Baksteen was voorzitter van de vereniging van piloten en Berend Strik…), is die van Noortje eerder misleidend. Dat komt vooral door die –tje. Dat maakt dat je verwachtingspatroon iets doet met ‘klein’, ‘lief’, ‘meis-je’.
Tot op zekere hoogte is dat ook zo. Vervolgens is het ook niet zo. Want Noortje haalt merkwaardige dingen uit met haar dieren. Ze plaatst ze in een ander perspectief. Geeft ze postuum een nieuw hoofd of andere lichaamsdelen. Desnoods maakt ze van een eekhoorn een kaarsenhouder. Of beglittert zes rattenschedeltjes in vrolijke kleuren en hangt die in soeppotjes. 

36_dsc7220-2

Daarnaast is Noortje gefascineerd door haar. Of misschien nog meer door iets als ‘aaibaarheid’. Dus plet ze een rat en legt die elegant op de vloer met de titel ‘ongewoontapijt’. Maar evengoed plakt ze zelf baarden aan haar gezicht en laat zich daarmee fotograferen. En, nog wat extremer, ze neemt een echte baard, pluist die haar voor haar uit elkaar en vult daar zeven canvassen mee. Als extra commentaar bij ‘1baard7canvassen’ vermeldt ze nog dat het een jaar kostte om alle haartjes uit elkaar te halen. Voer voor psychologen, zou je zeggen. Maar gaat het echt daarom?
“Noortje, vanwaar die fascinatie voor deze dieren?” vraag ik.
“Tis vooral een grote liefde voor dieren waarom ik werk maak over en met dieren. Tis meer de vraag/ boodschap erachter: hoe gaan we met dieren om? Die ik naar voren wil brengen. Mijn thema’s zijn vaak mijn fascinaties voor bepaalde zaken; zo heb ik veel werk gemaakt rond “de baard”, algemene maatschappelijke kwesties als “weet wat je eet” en hoe gaan we met dieren om. Maar ook persoonlijke gebeurtenissen zoals het krijgen van een neefje of nichtje zie je terug in mijn werk.”
“Oké, maar eh…”
“Omdat het de mens is die zo IDIOOT met de dieren om gaat en niet anders om. Daarbij ben ik een grote dierenliefhebber.”

th-24_dsc0309

Natuurlijk, dat verklaart alles – not. Natuurlijk not. Als het zo simpel was, als het zo simpel aanvoelt zou iemand als de Belgische kunstenares Stephanie Leblon er absoluut geen been in zien om samen met Noortje te exposeren in Galerie De 7e Hemel. Want Stephanie is behoorlijk kritisch – zoals veel van haar Belgische collega’s. Dus is er meer aan de hand met Noortjes werk.

Het gaat over maakbaarheid – uiteraard, maar net zo goed over kwetsbaarheid. Het gaat over herschikken, over ‘tweede gebruik’, het gaat over humor – onmiskenbaar, maar net zo goed over cynisme. En het gaat over het opzoeken van grenzen. Maar wat mij betreft gaat het vooral om voor- en tegenstanders. Om geen middenweg. Noortjes werk is behoorlijk extreem, het dwingt standpunten af. Bij geen enkel van haar werken kun je een tussenweg bewandelen. Je vindt het of niks – eventueel walgelijk – of je vindt het prachtig. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat iemand dit ‘een beetje mooi’ vindt. Of ‘een beetje lelijk’. Of ‘een beetje grappig’. Noortje dwingt je om je standpunt te bepalen en bovendien jezelf af te vragen waarom je dat vindt.
Natuurlijk zijn ‘ongewonetapijten’ niet meer dan ‘voorstudies’ die waarschijnlijk nooit verder komen dan deze fase, maar ze zorgen wel ervoor dat je er stil bij staat en of je het wilt of niet er ‘iets’ van vindt: een papegaai als tapijtje is dat nou zieliger dan een schapenvacht op de vloer, of een zebrahuid? Of niet

37_dsc7257-2

En van een dode rat een koddig trekpopje maken – dat is toch eigenlijk hartstikke fijn voor die rat?

SONY DSC

Nou dan!

In de beeldende kunst hebben we het vaak over de ‘gelaagdheid’ van een werk. Vooral bij schilderijen is dat een betrekkelijk ‘makkelijk’ criterium om te gebruiken bij het bespreken/beoordelen. Je kunt er dan voor kiezen om het letterlijke standpunt in te nemen of het conceptuele. Bij Noortjes werk kun je eigenlijk alleen het conceptuele standpunt innemen als je praat over de gelaagdheid van haar werk. En dan kom je moeiteloos uit op meerdere lagen. Waarbij het nog altijd zo is dat je voor of tegen kunt zijn. Zo blijft Noortje vlijmscherp verrassen. Mooi is dat. Beestachtig mooi.

SONY DSC

Vanaf 16 februari t/m 22 maart 2014 in Galerie De 7e Hemel, Bussum dubbelexpositie: “Opduiken”  Noortje Zijlstra en Stephanie Leblon – dier en doek, zogezegd.

In november is de Hemel van Glas


Glasposter3.2 - uitnodiging-1 kopie

Kunstpraat 24 oktober 2013: Nick Andrews – Engelse Belg overdondert met intens werk.


In een van mijn favoriete Belgische galeries, De Zwarte Panter – Antwerpen, is momenteel werk te zien van de Engelse Belg Nick Andrews onder de titel Beyond the Scene. Nick (Londen, 1972) is in 1996 afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en ‘dus’ Belgisch schilder. Wat mij betreft. Maar afgezien daarvan is Nick zo’n schilder/tekenaar waarop je verliefd wordt omdat alles wat hij maakt zo intens is, zo gekund, zo verhalend, zo godvergeten goed dat je het eigenlijk nooit over hem wilt hebben want je wilt hem voor jezelf houden. (Zegt de galeriehouder die bezig is een bestaan op te bouwen met zijn 7e Hemel).

In Beyond The Scene presenteert Nick gebeurtenissen, gedroomde scenes, bij verhalen die waarschijnlijk nooit zullen worden verteld, in elk geval niet door hemzelf. Hij geeft daarmee de toeschouwer alle ruimte om zelf het verhaal te bedenken. Het is zoiets als met 6-woord verhalen, die ooit door Hemingway waren bedacht, onder het motto ‘het beste verhaal vertel je in zes woorden’. Zijn oervoorbeeld luidde: “For Sale, Baby Shoes, Never Worn”. Op het moment dat je zo’n tekst leest ben je eigenlijk al bezig zelf het verhaal te (re-)construeren. Een paar jaar geleden heb ik met zulke teksten – gemaakt door Nederlandse en Belgische schrijvers tijdens de ‘Night writer’-avonden van Kluun – een serie spannende affiches gemaakt. Ze zijn nu nog te zien op de site van de openlucht-galerie waar ik ze exposeerde: www.k2g.nl

De scenes van Nick Andrews zijn als het ware het beeld bij de tekst die er nog moet komen. Nou is dat niet uniek. Er zijn genoeg andere schilders die dat ook doen. Maar de formule die Nick toepast is dat je als toeschouwer niet meer te zien krijgt dan het noodzakelijke – zijn scenes zijn vrijwel nooit ‘overzichten’, het zijn eerder details. Die je naar zich toe zuigen. Daardoor is de betrokkenheid met het beeld enorm. En dat maakt zijn werk bijzonder. Hoe merkwaardig de scene ook is die hij neerzet – er lijkt geen afstand te zijn tot de toeschouwer. Oke, oke – dat is uiteraard strikt persoonlijk, maar dat is deze hele blog. Net zoals elk kunstwerk dat is.

Tegelijk zijn de scenes wel degelijk te plaatsen. Zeker als je ze bij elkaar ziet – dan ontdek je dat het momenten zijn uit een circusbestaan. Er is zelfs een circusdirecteur te zien en er is een intrigerend werk waarin de cast van het circus wordt gepresenteerd – een van de weinige ‘totalen’ in deze serie. Nou is die associatie met circus niet zo vreemd als je weet dat Andrews Frederico Fellini (Italiaanse filmmaker) nam als uitgangspunt voor deze serie. Fellini was gek op circussen en extravagantia.

Nick circus totaal

 

Beyond The Scene betekent dan letterlijk ‘achter de schermen’. Maar er zijn ook genoeg werken bij die ‘voor’ de schermen spelen. Je kunt zelfs zeggen dat voor- en achtergrond in zekere zin samenvallen, ook in elk afzonderlijk werk. De afgebeelde personen hebben een achtergrond nodig – een open raam bijvoorbeeld van waaruit je een deel van het verhaal ‘hoort’.

Overigens speelt Andrews een uitermate subtiel spel met zijn ‘voorgrond’ en ‘achtergrond’. Je kunt niet zeggen dat hij slordig omspringt met de achtergrond, zeker niet. Je kunt wel zeggen dat zijn achtergrond, of eigenlijk de ‘setting’ ten dienste staat aan de figuren die hij daarin laat optreden. Zijn deze figuren al in een bijna impressionistische (voor veel toeschouwers overigens ook een verdedigbare ‘Ensor-istische’) penseelvoering afgebeeld – de omgeving waarin zij zich bevinden is nog een graad abstracter. Maar zodanig dat het lijkt of de figuren eruit zijn ontstaan. En juist doordat ze zich eraan ontworsteld hebben hun vorm krijgen. Je kunt zeggen dat Andrews organisch schildert. Die aanpak geeft zijn schilderwerk een enorme kracht en dynamiek – zelfs als hij twee (liggende) lijven schildert, gaat daar een ontzettende energie vanuit.

Die energie in kleuren en lijnvoering is kenmerkend voor alle werken van Nick Andrews. Het is intens in elk opzicht. Zo intens, zo impressionistisch, zo barok, zo overweldigend als de films van Fellini – ik weet het zeker, Frederico zou een groot liefhebber zijn geweest van Nick’s werk.

Naast tekeningen, aquarellen, grafiek en keramiek wordt ook het tapijt ‘Vessel Virgins’ tentoongesteld dat Vera Vermeersch Atelier naar een schilderij van Andrews heeft gemaakt.

Beyond The Scenes, Galerie De Zwarte Panter, Hoogstraat 70-72-74, Antwerpen, www.dezwartepanter.com , Beyond the scenes is nog te zien tot en met 3 november. Op deze site vind je ook meer afbeeldingen van de expositie.

Kunstpraat 17 oktober: Raphaël Hermans beklimt de bergen van zijn intuïtie


De ene berg is de andere niet. Objectief gesproken. En subjectief. Ben je een wandelaar op vakantie dan is de berg die je beklimt meestal een recreatieve attractie. Ben je beroepsklimmer dan is de berg meestal een fysiek/organisatorische uitdaging. Woon je tussen de bergen, dan is elke berg een noodzakelijk gegeven, dat wordt beheerst door de seizoenen en waarmee je in het beste geval hebt leren leven.

 Een van de mooiste boeken die ik ken, is het middendeel van de trilogie die Jon Kalman Stefánsson schreef ‘Het verdriet van de engelen’. Kalman Stefánsson is een van de weinige schrijvers waarop ik echt jaloers ben. Zoals hij zijn woorden pakt, op een heel natuurlijke manier met metaforen werkt, erin slaagt om elke zin pure poëzie te laten zijn en tegelijk een echte verteller is – Wow! Het boek gaat over een postbesteller en een verder naamloze jongen die samen post moeten bezorgen in een onbekend, schaars bewoond gebied op IJsland . Er volgt een gevaarlijke tocht over bergen, langs fjorden, in de vrijwel voortdurend striemende sneeuw. Die waait als het ware uit het boek recht in je gezicht. ”De sneeuw klapt in hun gezicht als koude handen die raak slaan.”,  noteert Kalman Stefánsson. Zo, dus.

Die tocht die ze maken is bijna eh, ‘intuïtief’ – ze lopen op hun innerlijke kompas tegen de gevaarlijk steile hellingen op, struikelen even hard weer naar beneden, deels over paden, deels over ja, over wat eigenlijk? Intussen dromen ze over diezelfde bergen in de lente, als het gras frisgroen is, als er bloemen bloeien, als de schapen en de geiten erover lopen, als er liefde in de lucht zit.

Goed, lange inleiding, maar noodzakelijk. Want ik ben op bezoek bij Raphaël Hermans. Die schildert. Eigenlijk zijn leven lang al. Maar dan werkelijk. Daarnaast is hij bassist – dat je het weet, want een bassist in een band behoort tot de ritmesectie. En dat hoor je als het ware weer terug in zijn schilderwerk. Dat is namelijk behoorlijk ritmisch als je goed kijkt.

Nou is er iets bijzonders aan de werkwijze van Raphaël: hij heeft geen vooropgezet plan, geen idee – zou je bijna zeggen. Raphaël is zo’n schilder (en dat is hij echt) die zijn leven laat dicteren door zijn verf en zijn kwasten. Zoals veel schrijvers ervaren dat de ene zin logisch voortkomt uit de voorafgaande, zo accepteert Raphaël het dat hij ‘t niet zo voor het het zeggen heeft in de relatie tussen zijn materialen. Hij is vooral intermediar. Intuïtieve intermediair. Die tot voor kort nogal figuratief werkte, maar die nu steeds abstracter schept. Niet omdat hij dat vooraf heeft bedacht, maar omdat het zo gaat.

_MG_4424

Nou zou je kunnen denken dat Raphaël er ook verder niet over wil nadenken. Maar dat is dus niet zo. Wat hij doet is allereerst accepteren dat het process hem leidt – en niet andersom. Vervolgens, op een bepaald moment in dat proces, neemt hij weer de leiding, beredeneert het werk, kiest uiterst zorgvuldig zijn kleuren en kwasten en rondt het proces beheerst af.

Deze dagen werkt hij aan een tentoonstelling van schilderijen in De Nieuwe Liefde, Amsterdam. Ik zie twee soorten ontstaan: portretten, waaruit blijkt dat Raphaël – zoals zovelen – een groot bewonderaar is van Bacon, zonder echter de nieuwe Bacon te willen zijn, wat ook godsonmogelijk is. En bergen. Eindeloos veel bergen. Vooral toppen van bergen. Met hier en daar een ijslijk. Eindeloos veel bergen die eindeloos op elkaar lijken en die daardoor een bepaald ritme ontwikkelen – zie ‘bassist’ – wat nogal hypnotiserend werkt. Ongeveer zoals een berg zijn beklimmer in zijn greep kan krijgen. En ongeveer zoals een sneeuwstorm diezelfde beklimmer opeet.

Raphaël weet niet wat er voor hem ‘achter’ zijn bergen ligt. Hij vermoedt nog veel meer abstractheid. En als je een uurtje met hem praat, ontdek je dat hij oprecht dat avontuur wil aangaan. Voor hem geen interessant-doenerij, geen strategische afwegingen – Raphaël is bijna de boeddha onder de schilders die ik ken. Hij laat het materialisme voor wat het is en accepteert dat daarvoor in de plaats processen komen die hij simpelweg moet volgen zonder te vragen.

_MG_4410

Dat levert nu dus ijzingwekkende bergen/bergtoppen op. En dito portretten. Het leuke is, als je dit allemaal weet en hebt geprobeerd te begrijpen, dat je net als Raphaël nieuwsgierig wordt naar wat er komen gaat. Dus wat er achter die bergen ligt. Dus eigenlijk wat er achter zijn intuitie ligt. Ik vermoed, nog heel wat bijzonder werk. En op een dag ontstaat een werk dat leest als een roman van Jon Kalman Stefánsson, met zinnen als deze: ‘”De sneeuw klapt in hun gezicht als koude handen die raak slaan.” Maar dan in verf. In De Nieuwe Liefde ontdek je het begin van die bergbeklimming.

Ik kan het  niet laten Goehte moet erbij:

Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.

 1815

luister maar

 

Verkorte weergave openingstekst bij Magic Convocation. (Handig als handleiding bij de werken van Yoshiyuki in De 7e Hemel.)


In Galerie De 7e Hemel is tot en met 17 november de expositie Magic Convocation van de Japanse beeldend kunstenaar Yoshiyuki Koinuma te zien. Magic Convocation bestaat uit een serie werken die je bij oppervlakkige beschouwing gemakkelijk kunt afdoen als exotische schilderijen. Punt. Uit. Maar dan doe je Yoshi’s werk geen recht. Dus is nadere beschouwing geboden. Voor de opening heb ik de volgende speech geschreven, die makkelijk als handleiding bij de wondere Japanse wereld en geest van Yushiyuki’s werken kan worden gebruikt. (Want een bezoek aan de expositie is absoluut de moeite waard).

Magic Convocation, het themawerk van deze expositie, is een natuurschilderij dat rechtstreeks wortelt in het Shintoïsme, hier en daar voorzien van een ultramodern accent zoals een abstract toetsenbord en een computermuis. Letterlijk vertaald betekent Shinto ‘de weg der goden.’ (hieronder een detail uit het vier meter brede werk):

detail Magic Convocation

Het Shintoïsme is een religie. Het wordt weleens verward met het Boeddhisme, maar dat is per definitie geen religie. In Japan liggen het Shintoisme en het Boeddhisme dicht naast elkaar, zijn zelfs behoorlijk met elkaar verweven. Het een als godsdienst, het ander als levensvisie. Shinto is een sterk ontwikkelde natuurgodsdienst (animisme), die diep verankerd is in de Japanse maatschappij. Maar het is ook een ideologie die nog niet zo lang geleden misbruikt werd om het toenmalige Japanse militarisme te rechtvaardigen.

Shintoïsten geloven dat elk individu na zijn of haar dood een Kami, een natuurgeest wordt. Hoe beter je geleefd hebt, hoe belangrijker je wordt als Kami en hoe meer je dus wordt vereerd. Kami vind je overal in de natuur. Het kunnen bijvoorbeeld speciaal gevormde bomen en mooie stenen zijn. Naarmate het Shintoisme langer bestond werden de Kami steeds menselijker. Er zijn zo vele mythen ontstaan waarin menselijk lijkende Kami belangrijke rollen spelen.

De meest belangrijke zijn de kami die zorgden voor de schepping van Japan (en dan met name Izanagi, Izanami en Amaterasu, de zonnegodin). Tijdens het hele scheppingsproces ontstonden ook allerlei kami die een duidelijke functie op aarde kregen, zoals Inari, de rijstkami.  Een andere groep kami zijn de demonen of ‘oni‘ en andere vreemdsoortige wezens.  Zij vertegenwoordigen het kwaad al hebben ze vaak ook wel goede trekjes, ze zijn soms ietwat dommig of goedgelovig.

Naast de oni, die als demonen of duivels worden gepresenteerd zijn er ook kappa of watervampiers. Dit zijn de meest woeste wezens, slijmerig met schubben. Het vreemdste is dat ze een uitholling boven op het hoofd hebben waarin vloeistof ligt. Zodra ze iets van die vloeistof verliezen, verliezen ze ook hun kracht. Ze hebben ook iets positiefs, ze houden namelijk altijd hun woord. Meestal bedoelt een Japanner met Kami meerdere goden. Ook Boeddha wordt als Kami beschouwd. En dat is dus een merkwaardige situatie. Maar goed. Tot zover de Kami.

Nu de zee als thema in deze expositie.
We weten het allemaal: Japan wordt  rondom omgeven door de zee. De afhankelijkheid en de verbondenheid zijn dus groot. Niet voor niets is een van de indrukwekkendste Japanse kunstwerken de beroemde golf van houtsnijder en schilder Hokusai. Japanners leven al sinds hun ontstaan met zeedraken, zeegoden – en met de meest wonderlijke zeedieren. De bekendste is de wonderlijke Kogelvis. Yoshi toont zich ook hierin een echte Japanner: hij schept een wereld van zeedieren die zo ‘echt’ lijken, dat je je bijna niet kunt voorstellen dat ze niet werkelijk bestaan. Je komt ze hier ook overal in de galerie tegen.

Maar, als je van de natuur houdt, zoals volgens mij alleen een Japanner dat kan doen, weet je ook dat die natuur zich tegen je kan keren. De tsunami die Japan in 2011 raakte – ontstond uit een zeebeving die zich voordeed om 14:46:23 uur lokale tijd en zich bevond op ongeveer 130 kilometer ten oosten van Sendai, op zo’n 10 kilometer diepte.

Het officiële aantal doden en vermisten lag op 14 mei 2011 op 24.525
410.000 mensen werden geëvacueerd uit de getroffen gebieden
87.772 huizen raakten beschadigd.

De Reincarnatieserie die Yoshi maakte en die hier volop te zien is, vindt zijn inspiratie in deze gruwelijke gebeurtenis.  Hij neemt hier als thema de wedergeboorte. En gebruikt daarvoor twee symbolen: de vlinder en de spiraal.

homepage facebook Yoshi

In Japan en China wordt de vlinder veel gebruikt als teken bij momenten van geluk of vreugde. In Japan schenkt men een bruidspaar of jonge ouders zelfs twee vlinders die het stel of het gezin “op vleugels naar het geluk dragen”.
Men vereert de vlinder ook als symbool voor de ziel van de overledene of als beschermer van de levenden – niet alleen in Japan overigens.

Als we dus hier op veel werken vlinders zien, weet dan dat het de zielen zijn van de slachtoffers van de tsunami. Maar Yoshi gaat een stap verder door de vlinders spiraalsgewijs af te beelden. De spiraal is het teken van de reis van het innerlijke leven en de ziel naar buiten. Het is de reis van de ziel die het lichaam verlaat na de dood. De spiraal heeft zo een hoge spirituele betekenis. Bij veel natuurvolken symboliseert hij de cyclus van leven en wedergeboorte.

Door het samenvoegen van de vlinder en de spiraal symboliseert Yoshi de reis die de zielen van de slachtoffers van de tsunami afleggen van leven naar dood naar wedergeboorte. Overigens is onlangs vastgesteld dat de vlinders in Japan ernstig muteren als gevolg van de kernramp die door de tsunami werd veroorzaakt… Uiterlijk, in de vleugels en de ogen, en genetisch! (En hoe gruwelijk dat wellicht ook lijkt, eigenlijk ontstaan daardoor nieuwe natuurgeesten, Kami).

Yoshi’s grootvader (schilderij)
In de visie van het Shintoïsme treedt, als iemand overlijdt, de geest uit het lichaam en voegt zich bij de andere kami. Het is aan de nabestaanden om ervoor te zorgen dat de ziel na de dood goed terechtkomt in het hiernamaals. Deze voorouderverering is zeer belangrijk voor Japanners.

Yoshi vertelde mij dat zijn, 10 jaar geleden overleden, grootvader een grote rol heeft gespeeld in zijn opvoeding. Het schilderij dat hij heeft gemaakt van en voor zijn grootvader is een prachtig voorbeeld van de grootouderverering. Yoshiyuki beeldt hem af omgeven met natuursymbolen die verwijzen naar zijn bewondering voor zijn grootvader: de uil die geluk symboliseert, de slang (die eenvoudig ook weer te duiden is naar de spiraalvorm van de wedergeboorte), de slak die liefde symboliseert, maar ook een zichtbare foetus – hoe letterlijk wil je het hebben..

Als je al die zaken zo overziet, dan kun je alleen maar vaststellen dat Yoshiyuki ons laat kennismaken met zijn door en door Japanse ziel. Wat zijn werk bijzonder maakt is dat het een mengeling is van eeuwenoude tradities en een moderne ‘geest’,
wat een beeldtaal oplevert die absoluut oorspronkelijk is en die mij – in elk geval – nieuwsgierig maakt naar zijn verdere ontwikkeling als beeldend kunstenaar.

Yoshiyuki’s ‘Magic Convocation’ – vanaf a.s. zaterdag 17.00 in De 7e Hemel, Bussum


Onder de intrigerende titel ‘Magic Convocation’ vindt in Galerie De 7e Hemel, Bussum, een even intrigerende expositie plaats met werk van de jonge Japanse kunstenaar Yoshiyuki Koinuma. De opening van de expositie is op zaterdag 12 oktober om 17.00 uur, in bijzijn van de kunstenaar. 

Yoshiyuki Koinuma woont en werkt sinds twee jaar in Rotterdam. Hij studeerde beeldende kunst in Japan, aan de Universiteit voor beeldende kunst van Musashino, en in Nederland als ‘artist in residence’ aan de Rijksacademie. Het werk van Koinuma wortelt diep in de Japanse schilderstradities – waarin de natuur een grote rol speelt -, en is tegelijk uitermate modern in zijn stripachtige benadering die weer duidelijk is gebaseerd op de bekende Japanse Mangastrips. Hieronder een detail uit het magistrale ‘Magic Convocation’:

Magic Convocation, 1500

Maar ook zit er een flinke vleug (Japans) boeddhisme in veel van zijn werk. Vooral in de schilderijen die hij heeft gemaakt naar aanleiding van de de beruchte tsunami die enige jaren geleden de kust van Japan teisterde.

IMG_2108

Koinuma is een schilderende verteller die ons spannende verhalen vertelt over bosnimfen, saters, merkwaardige demonen en watergoden – zoals in het titelstuk van de expositie ‘Magic Convocation’. Maar met evenveel intensiteit brengt hij een hommage aan zijn grootvader, die hij schildert omgeven met tal van symbolen die verwijzen naar de lessen die hij van hem kreeg.

Yoshiyuki Koinuma maakt schilderijen volgens de beproefde aanpak van olieverf op doek én hij maakt spannende collages die bestaan uit olieverf op doek, uit collagetechnieken en dat alles onder een laag epoxyhars. Welke techniek hij ook hanteert, hoe groot of hoe klein zijn werken ook zijn, de wereld die hij ons voorschotelt is absoluut origineel, on-europees – het is een wereld die intrigeert, verrast, betovert en indringend verhalen vertelt. Het is een wereld die je niet wilt missen.

IMG_2118

‘Magic Convocation’ by Yoshiyuki Koinuma

12 oktober t/m 17 november

Opening 12 oktober, 17.00 uur

Galerie De 7e Hemel, Kerkstraat 10, Bussum

Kunstpraat 22 – 25 september: Angeline’s bed – keramiek.


Op dit moment is in onze galerie De 7e Hemel de expositie ‘Gratis is het Woord niet’ te zien. Ruim 30 kunstenaars reflecteerden op het gelijknamige, ontroerend mooie gedicht van Arnon Grunberg over Hoer C. Het is geen geruisloze expositie. Het gedicht nodigt uit tot behoorlijk expliciet werk op uiteenlopende formaten en in uiteenlopende materialen. Dat maakt het kijken een waar feest. Terwijl ik bezig was met het inrichten, kreeg ik een mailtje dat Angeline Dekker haar oorspronkelijke inzending verving door een nieuwe. Er zat een foto bij van een eenvoudig bedje. Een keramiek bedje. Een eenvoudig, wit keramiek bedje. Een eenvoudig maar vooral reuze kwetsbaar, wit keramiek bedje. Een bloedmooi bedje.

Omdat ik houd van confrontaties en tegenstellingen en dialogen en wat al niet meer om nog meer lawaai en tegelijk echte stilte te veroorzaken, besloot ik om Angeline’s bedje (op witte sokkel, onder perspex doos) een prominente plaats te geven. Tussen Aat Verhoog (Pute C) en Charlotte Schleiffert (Hoer C) in. Tussen € 5.000,- en € 12.000,-. Tussen olie op doek en gemengd/papier.

Daar staat het nu. Onder de prachtige titel “… dat was niet de afspraak”. Het staat daar precies zoals je wilt dat iets kan staan. Kan passen. Het doet precies wat het moet doen. Het creëert ruimte tussen de Verhoog en de Schleiffert. Maar voor alles dwingt het aandacht af, op een manier waarop dit soort fragiele objecten het patent lijkt te hebben. Dat wil zeggen, het verleidt de kijker. Het lokt hem naar zich toe. Het prikkelt de nieuwsgierigheid – meer dat welk expliciet werk ook. Als de bezoeker er eenmaal voor staat, staat hij bijna letterlijk voor een raadsel. Een raadselachtig bed(je). Het matras is verwijderd. De spiralen ook. Alleen de ‘outlines’ zijn over – dunne draden keramiek die samen de bekende geometrische vormen van elk bed vormen: een rechthoek en twee rechthoeken. De essentie van de notie ‘bed’.

Bedje Angeline Dekker

Een tijdje geleden was ik in een kringloopwinkel. Er was een aparte hoek ingeruimd voor bedden. De meeste daarvan waren oud. Niet mooi. Maar zo onmiskenbaar vol verhalen dat je er bijna niet langs durfde te lopen. Ik in elk geval niet. Ik zag er levens in ontstaan en vergaan. Ik voelde er vreugde en verdriet en eenzaamheid. Vooral dat.

Die eenzaamheid vind je ook terug in het bed van Angeline. Je vraagt je af of kwetsbaarheid en eenzaamheid elkaar aanvullen. En verdriet. Het bed van Angeline verdient een plaats bij een verzamelaar die het koestert, bewondert, die er verhalen bij bedenkt en die vertelt aan zijn mogelijk verbaasde bezoek want wie koopt er nou zo’n uitgemergeld bedje? Dan vertelt de verzamelaar over zijn passie voor schoonheid, over de weerloosheid van kunst en over Hoer C, het prachtige gedicht van Grunberg dat Angeline inspireerde tot het maken van dit object van keramiek – dat temidden van alle expliciete lawaai zo knap stand hield. Daarom, zegt hij, daarom moest ik het hebben. Er gaat zoveel kracht van uit.

‘… dat was niet de afspraak”, Angeline Dekker, € 1.350,-

angeline's bed (2)

Kunstpraat 19 – 23 september: Beste Herman Heinsbroek,


Volgens de theorie van het Internet zijn u en ik hooguit drie clicks van elkaar verwijderd. Het zou me niks verbazen als dat inderdaad zo is. In elk geval bijna letterlijk, want we wonen in hetzelfde ghetto. Nou kan ik natuurlijk een ouderwets papieren brief sturen maar dit experiment leek me wel zo spannend. We hebben wel wat hulp nodig van een paar meelezers die deze tekst dichter bij u brengen en ten slotte helemaal in uw mailbox – maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken. Waarom ik u schrijf is dit:

cabellut

Als kunstkenner kunt u mij meer leren dan ik u. Want u bent al aardig wat jaren op allerlei manieren betrokken bij de beeldende kunst. Ik meen te begrijpen dat u zelfs behoorlijk gespecialiseerd bent in de Chinese moderne beeldende kunst. Als verzamelaar heeft u ook ongetwijfeld uw vaste adressen. Ik wil daar graag een aan toevoegen.

Ik heb namelijk sinds 1 april een schitterende galerie – ja, helemaal tegen de stroom in, ik weet het. Nota bene in Bussum, in de Kerkstraat. Hemelsbreed amper 5 kilometer bij u vandaan. Ik heb daar ruim 200 vierkante meter expositieruimte en elke vijf weken opent er een nieuwe expositie. Wij willen werk brengen dat ten minste aanleunt tegen het museale. Behoorlijk ambitieus inderdaad, maar wel zo uitdagend.

Bijvoorbeeld is in oktober werk te zien van de jonge Japanse kunstenaar Yoshiyuki Koinuma. Schitterend werk, een mengeling van Manga, Japanse traditionele schilderkunst en een eigenzinnige eigentijdse geest. Ook organiseren we allerlei activiteiten die met beeldende kunst te maken hebben. Bijvoorbeeld  lezingen over Kunst & Filosofie.

Maar waarover ik het vooral met u wil hebben is onze huidige de expositie: ‘Gratis is het Woord niet’ – naar de titel van een liefdevol gedicht van Arnon Grunberg over de (oude) ‘Hoer C’. Ruim 30 kunstenaars hebben op dit gedicht werk gemaakt of geselecteerd. In Bussum laat ik een selectie van zo’n 25 werken zien. Onder anderen van Charlotte Schleiffert, Hadassah Emmerich en Lita Cabellut.

De Cabellut is letterlijk het opvallendste werk van de expositie. Het doek meet drie meter hoog en twee meter breed en  het heeft een ongekende expressie. Nouja, dat weet u waarschijnlijk wel want u kent haar werk ongetwijfeld. Toch is deze Cabellut wel de reden waarom ik u deze brief annex uitnodiging schrijf. Ik zou het namelijk bijzonder leuk vinden als u een dezer weken  tijd kunt vrijmaken om De 7e Hemel te bezoeken en de Cabellut – samen met alle andere ‘hoerige’ werken te bekijken. Ik heb lang geaarzeld of ik het werk wel zou laten zien in deze brief. Veel schilderwerk is gefotografeerd nog niet een fractie van wat het in werkelijkheid is. Maar deze Cabellut houdt zich ook in een blog als deze ijzersterk. Het is het mooiste visitekaartje van zichzelf. Dus als het werk u aanspreekt, is de volgende stap dat u het in werkelijkheid komt bekijken, bewonderen, bespreken. Want ik stel uw mening zeer op prijs.

De galerie is open op donderdag- en vrijdagmiddag van 14.00 – 17.00 en op zaterdag van 13.00 – 17.00 en verder uiteraard op afspraak. Ik zie u graag!

Met vriendelijke groet,

Han van Wel, galeriehouder

 

Beste Bloglezer, jij bent nu aan zet. Help dit blog in drie clicks te krijgen waar het moet zijn: bij Herman Heinsbroek. In ruil daarvoor maak je kans op een klein maar fijn schilderij uit onze collectie.

Kunstpraat 16 tm 19 september: Hadassah Emmerich – must have!


Momenteel vieren wij in De 7e Hemel de goddelijke expositie rond het gedicht ‘Gratis is het Woord niet’ van Arnon Grunberg. Ruim 25 beeldend kunstenaars reflecteren op dit liefdevolle gedicht over ‘Hoer C’. Nou is wat mij betreft een van de leukste bezigheden als galerist het inrichten van de galerie. Ik hoor van collega-galeristen dat ik daarin niet de enige ben. Ik neem ruim de tijd voor het inrichten. Dagen op zoek naar de juiste balans. Moet ik de werken hun eigen verhaal laten vertellen? Maak ik combinaties die samen een verhaal vertellen? En, misschien wel het allerbelangrijkste, hoeveel ruimte geef ik elk werk? Bijvoorbeeld aan het schitterende ‘Gratis is het Woord niet’ van Hadassah Emmerich.

Bij deze expositie heb ik, voor mijn doen, een paar gewaagde stappen genomen. Ik heb de hoogte van de werken bepaald op 1.45 harthoogte – geïnspireerd door de prachtige tentoonstelling over Hunderwasser die momenteel te zien is in het Cobra Museum. Het is een ideale hoogte waardoor je als kijker maximaal contact hebt met het tentoongestelde werk.

Een andere beslissing die ik heb genomen is om onze fameuze tussenmuur te geven aan (slechts) een kunstwerk. Namelijk aan ‘Gratis is het Woord niet’ van Hadassah Emmerich. Het werk meet 100×140 en is uitgevoerd in houtskool. De muur waarop ik het heb gehangen meet 360 x 300. Toen het werk hing, was dat behoorlijk emotioneel. De verhoudingen bleken te kloppen en tegelijk kwam het werk zo mooi tot zijn recht. Ongelooflijk.

Hadassah

Omdat je misschien niet direct in de gelegenheid bent om hierheen te komen, beeld ik het hier af. Kijk ernaar. Geniet ervan. En vraag je af of je het wilt kopen. Om de prijs hoef je het niet te laten: € 2.700,-
Dat is, als je kijkt naar de ontwikkelingen die Hadassah Emmerich momenteel doormaakt, een interessant bedrag. Ik denk dat ik geen poep praat als ik voorspel dat dit werk over vijf jaar het vijfvoudige opbrengt. Want Hadassah geldt als een van de sterkst stijgende NL beeldend kunstenaars.. En dat is terecht. Want niet alleen heeft ze een geheel eigen handschrift, het handschrift op zich is zo knap, zo gekund, heeft zoveel te vertellen – met zoveel kracht en tegelijk subtiliteit dat je er stil van wordt.

Wat dat betreft is het heel erg de moeite waard om een dezer dagen toch naar de galerie te komen (Kerkstraat 10 Bussum) en ‘live’ te genieten van dit topwerk – samen met de ruim 20 overige kunstwerken die er ook mogen zijn en waarover later meer.
Dus, hoeveel meer argumenten wil je hebben? We zijn open op donderdagmiddag en vrijdagmiddag van 14.00 – 17.00 uur en op zaterdag van 13.00 – 17.00 uur.

Oja, en voor elke bezoeker staat er een heerllijk gratis VEDETT-biertje klaar. Alleen tijdens deze expositie.

Later!

 

 

Jakob de Jonge en wat nog niet gezien is


‘Schoonheid,’ zegt Jakob, ‘wil zeggen dat iets mooi is wat ongerept is. Ik wil schilderen wat nog niet gezien is. Ik verzet me tegen het pessimistische denken dat je op dit moment veel om je heen hoort. Ook in kunstenaarskringen.Schoonheid kun je overal ontdekken: in het leven, in gedroomde landschappen, in karakters van mensen, maar bijvoorbeeld ook in propagandafoto’s uit de Sovjettijd of uit de tijd van Mao.’

Jakob de Jonge werd opgevoed met de opvatting dat men iets nuttigs dient te doen in dit leven. Niet zo vreemd met een vader die predikant is. Dus besloot hij godsdienstfilosofie te studeren, aangevuld met een minor ontwikkelingsstudies.  Het was onvoldoende  voor hem, zegt hij nu. In deze studies was niemand geïnteresseerd in wat jij als student van een vraagstuk vond. Het bleek voornamelijk literatuurstudie, waarbij vooral de opvatting van al die invloedrijke geschriften en gerenommeerde geleerden belangrijk is. Niet die van jou als student. Als je aan het eind van je academische carrière één oorspronkelijke gedachte zou formuleren, gold dat al bijna overmoed. Immers, over de zoektocht naar de Zin van het Bestaan bestaat al zoveel literatuur. Dus wie ben jij eigenlijk in vergelijking met figuren als Plato, Aristoteles, Spinoza, Hegel of Heidegger?

jakob-de-jonge-source-170-x-240-cm-acryl-op-doek

Na zijn afstuderen ging Jakob aan de slag bij Justitia & Pax, een wereldwijde organisatie voor mensenrechten. Hij bleef daar precies vijf jaar en vond het een tijdlang een nuttige baan. Ontmoette verlichte mensen – straks meer daarover – die hij waarschijnlijk zijn levenlang bewondert. En kreeg van zijn vriendin een schildercursus cadeau.

Nadat vervolgens zijn schilderdocent hem adviseerde naar de Kunstacademie te gaan, maakte hij de stap naar de Kunstacademie Den Haag.

Daar ontdekte hij hoe je in alle vrijheid kunt studeren. In vergelijking met zijn eerdere universitaire studie, was de Kunstacademie een verademing.

‘Op de academie doet het er helemaal niet toe wat je allemaal niet aan kennis bezit over bijvoorbeeld de kunstgeschiedenis of over andere kunstenaars,’ zegt hij. ‘De aandacht gaat meteen uit naar jou als individuele student. Vanaf het allereerste begin is het daar van het hoogste belang om te achterhalen wie jij zelf eigenlijk bent en wat jij te zeggen hebt aan de wereld, door middel van je kunstwerken.’

jakob-de-jonge-70-x-100-cm-fog-acryl-op-doek

Tijdens deze studie leerde hij vooral ‘zien’.Leerde op zoek te gaan naar het verhaal achter het verhaal. Leerde zoveel over compositietechniek (‘je moet weten wat je wilt zeggen, dan volgt de techniek vanzelf ‘– ‘je compositie moet wel kloppen’), leerde scherp te kijken, letterlijk vanaf één stoel voor de inhoud en vanaf een tweede stoel voor de vorm, leerde over de houding die je moet aannemen om een goed schilderij te maken (‘een groot schilderij moet ook op de vierkante centimeter kloppen’). En ontdekte de meergelaagdheid van het schilderen. De vorm – ‘dat is waarmee je een schilderij binnenstapt’ en de inhoud – ‘wat nog niet gezien is, kun je ook politiek vertalen’.

jakob-de-jonge-love-beard-170-x-120-cm-acryl-op-doek

Jakob kan zijn religieus/filosofische achtergrond niet helemaal loslaten en zijn ervaringen in het werken met mensenrechtenactivisten al helemaal niet, wordt in ons gesprek al snel duidelijk. Als we komen te praten over de ‘schoonheid in karakters’ vertelt Jakob vol passie over Sylvestre Bwira, een Congolese strijder voor de mensenrechten die hij regelmatig ontmoet. ‘Wat Sylvestre bijzonder maakt,’ vertelt hij, ‘is iets dat ik heel vaak bij dit soort mensen ben tegengekomen. Het is het met doodsverachting tegen de stroom ingaan. Je doet iets absoluut niet uit eigenbelang, maar omdat het ‘gewoon’ moet. Veel van deze mensen, hebben de dood vaak letterlijk in de ogen gekeken. Die hoef je niets meer te vertellen over hoe je naastenliefde uitvoert, die zijn door hun uiterste grens gegaan. Dat zijn zulke bijzondere karakters, zo gezuiverd door alle ellende die ze hebben meegemaakt en overleefd. Ik heb daar alle bewondering voor. Dat laat me ook niet los. Zij hebben een soort optimisme dat lijnrecht ingaat tegen het doemdenken dat je hier veel tegenkomt. Dat soort positieve energie kan kunst ook overbrengen.’

Jakob schildert in felle acrylkleuren. Gedroomde steden waarboven als een UFO een eiland zweeft vol frisse groene bomen, struiken, planten. Een bomengroep in strak architectonisch gelid. ‘De natuur is voor mij een verwijzing naar het ongerepte,’ vertelt Jakob, ’naar het paradijs.’

Ik merk dat hij dat met enige aarzeling zo zegt. Want bijvoorbeeld zijn boom, die hij als een atoompaddestoel laat oprijzen uit de binnentuin van het Pentagon, heeft allerminst paradijselijke trekken. Als je goed kijkt zie je dat de takken en bladeren bestaan uit allerei agressieve voorwerpen: geweren, raketten – noem maar op. Maar goed, die boom onstaat dan ook uit het Pentagon en dat is een heel eh… bijzonder paradijs.

jakob-de-jonge-i-have-a-drone-170-x-250-cm-acryl-op-doek

Hiermee hebben we wel de ware Jakob te pakken denk ik. Want als iets meergelaagd is, dan is het zijn visie op ‘schoonheid’. Meer en meer besef je als kijker dat Jakob’s vrolijke kleuren, opmerkelijke perspectieven en onverwachte combinaties een geladen boodschap bevatten. ‘Schoonheid’ is in de handen van iedere beeldend kunstenaar een ander begrip. In de handen van Jacob is het de schijn van de ongereptheid, de vaak bijzondere toepassing van het perspectief en vooral de soms merkwaardige combinatie van zogenaamd wezensvreemde elementen, als Osama bin Laden omgeven door paradijsvogels. Het zijn stuk voor stuk verhalen in verhalen, waarbij niet lijkt wat het is. Bovendien zijn het geen vrijblijvende verhalen in de meeste gevallen. Je kunt zeggen dat Jacob een nieuwe ‘ongereptheid’ creëert die soms behoorlijk schuurt.

‘Maar,’ zegt Jakob,’als je mijn politieke boodschap niet wilt zien, vind ik dat ook niet erg. Ik wil niks opdringen. Het is alleen wel mijn persoonlijke fascinatie. Kunst is voor mij eigenlijk altijd politiek geladen. Het is ook een middel voor propaganda. Nouja, wat is eigenlijk geen propaganda. Alles dient een doel, alleen wij zijn ons lang niet altijd daarvan bewust. Die boodschap heeft zijn eigen schoonheid, die wil ik blootleggen, weergeven. Want dat is wat ik toch het meeste wil: schilderen wat nog niet gezien is.’

Van 21 september tot 13 oktober exposeert Jakob samen met Marit Dik bij Galerie Helder in Den Haag. De opening is op 21 september vanaf 16:00u. De titel van de expositie is ‘The Ideal World’. Zie ook: www.galeriehelder.nl/exhibitions?id=57.

Van 2 tot 6 oktober vindt de eerste professionele kunstbeurs van Den Haag plaats: Art The Hague. Op deze beurs is werk van Jakob te zien bij de stand van Galerie Helder. Zie voor meer informatie over deze beurs: www.artthehague.nl.

Meer informatie is ook te vinden op zijn website: www.jakobdejonge.com