28 augustus: Aan het Water, live – 09.12 u


 

Let op in de verte: die eend. Die zwemt naar de zonnebank. En verdwijnt volledig uit het zicht in het kei-witte licht. Kleine Icarus. Ach zo is alles niet zoals je denkt dat het is. En dat is alleen maar mooi.

Let op in de verte: die eend. Die zwemt naar de zonnebank. En verdwijnt volledig uit het zicht in het kei-witte licht. Kleine Icarus. Ach zo is alles niet zoals je denkt dat het is. En dat is alleen maar mooi.

Advertenties

De Koppoter en de toeschouwer – Erik Buijs en het brons


“Mijn eerste koppoter ontstond tijdens het maken van mijn dagbeelden. Daar gunde ik ‘t mijzelf om zonder ideeën of kunst te willen maken, toch beelden te produceren. Toen heb ik veel geleerd over het bereik van mijn beeldentaal. Ik ben er erg voor als het ‘verhaal’ begint bij het beeld. De toeschouwer kan dan zijn eigen verhaal maken,” vertelt beeldhouwer Erik “ik maak geen objecten, ik maak beelden” Buijs.

Koppoter? Ja. Koppoter. Als kinderen hun eerste mensachtigen tekenen, is dat meestal een hoofd op pootjes. Als Erik Buijs zichzelf toestaat om ‘zonder ideeën of kunst te willen maken, toch beelden te produceren’, kan dat (dus) ook uitmonden in een Koppoter.

kopie koppoter 1000 dpiIn deze Koppoter. Eigenlijk doe ik hem onrecht aan door hem hier af te beelden. Want, zoals dat gaat met niet ‘plat werk’, je moet er met je neus bovenop kunnen staan, er omheen draaien, stiekum even met een voorzichtige vinger contact maken. En vooral het meesterschap ontdekken waarmee dit beeld is gemaakt en uitgevoerd in brons. Vooral dat laatste, wat mij betreft, in combinatie met de kleitechniek van Erik.

Zijn beelden zijn of uitermate glad, gepolijst en dan vaak uitgevoerd in Neolith of aluminium, of ze zijn precies het tegenovergestelde – als het ware met grote halen opgezet, expressief tot op hun botten. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat het telkens een hele doordachte beslissing is op welke manier hij zijn beelden wil uitvoeren. Op dit moment is in Galerie De 7e Hemel (Kerkstraat 10, Bussum) een expositie van Eriks werk te zien en dat is ontzettend de moeite waard. Gewoon om naar te kijken uiteraard, maar vooral ook om stil te staan bij het verschil in expressie van de toegepaste materie. En dan is de Koppoter een prachtig voorbeeld, waaraan je precies ontdekt wat de kracht is van een visie op materiaal.

Want, laten we wel zijn, brons is over het algemeen een metaal waarmee behoorlijk duffe beeldjes worden gemaakt: danseressen, liggende naakten en vooral van die symbolische samenstellingen (cirkels, acrobaat-achtige constructies) die het goed doen als relatiegeschenk van de ene burgemeester aan de andere. En kijk, dan is daar dus Erik Buijs die zijn ongepolijste stijl juist (of misschien wel expres) toepast op dat duffe brons dat daardoor ineens ongelooflijk spannend wordt en niet gering bijdraagt aan het expressieve karakter van de Koppoter. En van zoveel andere beelden die Erik in brons vertaalt. Ja, ik weet het, Erik is niet de enige die zo met brons omgaat. Maar zijn Koppoter is niet door iemand anders gemaakt – het beeld kan ook alleen maar door hem zijn gemaakt. Dat ontdek je ook als je in De 7e Hemel kennismaakt met al zijn ander werk. Het is Eriks ‘beeldentaal’. En beeldverhaal.

Overigens is een bezoek aan zijn site ook een leuke introductie. Maar de Koppoter in het echt de hand schudden, daar kan geen foto of site tegenop.
En verder moet je, zoals Erik dat ’t liefst heeft, er zelf je eigen verhaal bij maken. Ik verzeker je, dat gaat moeiteloos.

De expositie ‘Beeldfest’ met werk van Erik, Anne van As en Fenneke Hordijk is nog te zien tot en met 9 februari 2013. Uiteraard in ‘de interessantste galerie van ’t Gooi’: Galerie De 7e Hemel, Kerkstraat 10, Bussum.

Kunstpraat 2.07.2013: 4 maanden kunstpraat


Het was en is me een waar genoegen. Bijna dagelijks blogs schrijven over kunst. Niet omdat ik er zoveel verstand van heb, maar juist omdat ik er niet zoveel verstand van heb. En omdat ik er veel verstand van wil krijgen. Op eigen kracht en volgens mijn eigen opvattingen.

Galerie Ik ben eraan begonnen voor Galeries.nl in de aanloop naar de opening van mijn/onze Galerie De 7e Hemel. De jaren ervoor heb ik allerlei projecten in de beeldende kunst bedacht en uitgevoerd, heb kunstbeurzen bezocht, met veel beeldend kunstenaars, directeuren en conservatoren gesproken. En meer en meer kreeg het virus mij te pakken en de ontzettende zin om de dingen die ik zelf mooi vind te tonen. Vraag me niet waarom. Het is, voor zover ik het nu begrijp, iets als een Heilig Moeten.
Een galerie beginnen is een ding (en wat voor een! Zonder onze vastgoedengel was het nooit gelukt – beitel zijn naam in marmer, geef hem een plaats in je meditaties), maar een galerie invullen is iets heel anders. Om te beginnen heb ik een compagnon met wie ik af en toe behoorlijk kan verschillen van mening over wat hier past en wat niet. En dat is goed,  zo houden we elkaar scherp.

Cliché  Maar vooral heb ik mezelf. Ik dacht dat ik wist wat ik wilde – maar nu ik er echt mee bezig ben, ligt het allemaal een stuk ingewikkelder. Mijn blogs helpen mij om mijn visie aan te scherpen. Ik gebruik ze om te ontdekken waarom het nou eigenlijk gaat – in mijn relatie tot beeldende kunst. Waarom ik zo’n ontzettende hekel heb aan cliché’s in de beeldende kunst, vooral die van kunstbesprekingen. Een van de ergste die ik tot nu toe heb gehoord, in verschillende variaties, is ‘zijn kunst gaat een dialoog aan met de omgeving’. Maar deze mag er ook zijn: ‘hij schildert mensen die elkaar niet lijken te ontmoeten’. Allejezus, dat kan toch niet waar zijn! Maar nee, het is wel waar en er zijn zelfs kunstenaars die het er helemaal mee eens zijn. Godzijdank zijn er ook die zeggen dat ze nog nooit zo erover hebben nagedacht en dat ze gewoon zo werken omdat het eruit moet.

Dat heb ik eigenlijk het liefste. Natuurlijk is het goed als iemand vanuit een bepaalde visie iets maakt. Maar om daar nou hele heftige, psychologiserende teksten aan te hangen waarin je vergaat van existentiële overwegingen en waarin de ene vaagheid niet wil onderdoen voor de andere – nee, mij kan het niet bekoren.

Ontdekken  Ik heb geblogd om mij af te vragen hoe en of ik me thuisvoel in de abstracte kunst, waarom wel, waarom niet? En ik ben tot de ontdekking gekomen dat ik ‘abstracte’ muziek (Cage, Ligeti, Andriessen voor mijn part) aangenaam luisterbaar vind, maar dat dat omgekeerd niet geldt voor abstracte beeldende kunst. Ik zal niet zeggen dat het me verveelt, zeker niet. Ik zie hoe knap abstract  Richter is bijvoorbeeld. En dat geldt wel voor meer. Maar er ontbreekt in mijn visuele hersentjes een relevant aan/uitknopje waardoor ik er echt van kan genieten. Bacon, ja. Wel degelijk, Maar die vind ik ook niet zo abstract. Kirkeby, absoluut. Twombly absoluut niet. Ja, sorry. Ik weet dat ik nu door een aantal mensen in de ban word gedaan. Maakt me niet uit. Ik weet ook niet waarom ik dat vind. En ik heb ook geen zin om dat helemaal te bedenken of me ervoor te verantwoorden.

Figuratief abstract  Dus kom ik in de buurt van andere dingen, die net zo onbenoembaar zijn, maar waarbij ik met gemak in tranen kan uitbarsten. Bij wijze van. Mijn vriendin Els, die mijn vorderingen in de kunst op de voet volgt en hier&daar bijstelt, formuleert dat ik bezig ben thuis te komen in de ‘figuratief abstracte’ kunst.  En dat is een term die me goed bevalt. Want zo voelt het ook.

Wellicht heeft het te maken met mijn wortels als tekstschrijver. Wellicht liggen tekst en figuratief dichter bij elkaar dan tekst en abstract. Zou zomaar kunnen. In elk geval kan ik sneller blij worden van doeken waarin iets gebeurt, die een verhaal vertellen aan de hand van figuratieve elementen. Want hoewel ik zie dat een werk van De Kooning gaat over de zee, en het licht dat op het land speelt – en ik ook voel dat het met een bepaalde meesterhand is geschilderd – zie ik het ook niet. Ziende blind, zoiets. En omgekeerd, met het werk van de tot in de hemel geprezen Atelier van Lieshout heb ik echt helemaal niks. Sorry. Sorry. Sorry.

Belgen  Gelukkig blijft er van alles over. En heb ik ontdekt dat ik iets speciaals heb met Belgische schilders, zelfs meer abstracte als Werner Mannaers en Raveel. Maar zeker figuratieven als Stephanie Leblon, DeConynck, Deglin en Hervé Martin. Ik moet nog analyseren wat dat precies is. Denk dat ik een antwoord heb, maar daaraan moet ik eerst nog werken voor ik het je vertel. Wie ik de afgelopen maanden eruit vond springen: Thijs Jansen, Melvin Anderson, Leen Kaldenberg, Klaas Kloosterboer, Wiersma, Lego City en niet te vergeten Jim Impelmans. En er waren genoeg anderen die de moeite van het bespreken waard waren. Bijvoorbeeld Petra Werlich en Wieke Terpstra.

En gelukkig blijft er nog genoeg om over te schrijven, de beelden van Erik Buijs bijvoorbeeld. Veel Belgen uiteraard. En veel Hollanders. Maar heb ik nu een lijn te pakken om het beleid voor Galerie De 7e Hemel bij uit te stippelen? Ik weet het niet. Het begint te komen. Godzijgeloofd ben ik er nog niet uit. Misschien wel nooit. En ook dat is mooi, en misschien wel zo gewenst. Wat ik in elk geval weet, is dat we voor 2013/2014 een boeiende galerie-agenda hebben waarop ik me ongelooflijk verheug.

De komende twee maanden neem ik even gas terug qua Kunstpraten. Niet meer elke dag, maar twee, drie keer per week. Mocht je suggesties hebben, aarzel niet. Commentaar, graag. Het ga je goed.
Later!

1152_l

Kunstpraat 9.4.2013: Alex Baams’ social media-expositie


Ik heb een korstje op mijn knokkel in de vorm van Nederland.

Ik heb een korstje op mijn knokkel in de vorm van Nederland.



Knopje ga eens weg! Hier wil mijn knie

Knopje ga eens weg! Hier wil mijn knie


Alex Baams schildert een jaar lang op formaat 13 x 15 momenten van de dag. En voorziet ze van typische titels – die direct de sfeer bepalen van zijn schilderijen. Voor een keer het citaat dat de galerie aanleverde:

“Objecten en teksten in ‘alledaagse’ situaties vormen een kernwaarde van het werk van Alex. Des te stelliger een object of tekst is opgenomen in het hedendaagse, des te interessanter het wordt voor hem om deze op te nemen in zijn schilderijen. Zijn onderwerpen dienen zich veelal vluchtig aan. Desondanks hebben enkele daarvan, door hun verstilling, grote impact op de kunstenaar. Hij gebruikt die verstilling en zoekt daarin naar een mogelijk zelfbewustzijn. Het zelfbewustzijn van objecten en teksten trekt hem zo aan omdat hij zich ervan bewust van is dat het zijn ego is die hij daarop projecteert.”

Kijk eens wat de postbode met mijn brief heeft gedaan.

Kijk eens wat de postbode met mijn brief heeft gedaan.

En voor een keer toon ik een veelvoud van zijn werkjes. Omdat ze zo verschrikkelijk oorspronkelijk zijn. Omdat ze zo eigenwijs zijn. Omdat ze zo perfect in deze tijd passen. Om dat ze zo consequent van kwaliteit zijn. Ik ga er gewoon ontzettend van genieten. Doe het nou ook maar als je er tijd voor hebt. Het kan nog een weekje. Bij Galerie Vonkel, Den Haag.

Nee! Mijn mooie kaars gesmolten.

Nee! Mijn mooie kaars gesmolten.

Kunstpraat 31.3.2013 Rembrandt Van Rijn’s zelfportret


Lachen man! Ik weet even niet meer waarom. We hadden al vroeg een roemer wijn op tafel. En die jongen van Hals die was over uit Haarlem. Leuke stad trouwens. Kom r graag. Veel geld zit daar. Mooie opdrachten liggen daar. Vertelt Hals tenminste. We namen er nog maar een. En nog een. En toen zei die Hals, het lukt je nooit om je eigen zo te schilderen als je je nu voelt. Jij, Harmenszoon Van Rijn met al je prachtige lichten en donkeren en die zachte toets van empathie die over je schilderwerk ligt. Of licht. Kom op Rembrandtje.

En ik: pardon hoor ik daar een uitdaging? Wacht maar. Ik zal je laten zien hoe ik dat doe.

Dus ik schonk ons nog eens in en pakte toen mijn palet en mijn kwasten. Ik wist precies wat ik zou doen. Had nog een plank staan met een mooie ondergrond en een begin van een portret ‘man met kuras’. En hop! Hals – ik ga je laten zien hoe ik dat aanpak. Ik voelde me licht en wilde het licht ervan laten afspatten, met een reepje zon op m’n tanden waar ik de laatste tijd nogal last van heb, maakt het uit – wie zegt dat Rembrandt Harmenszoon van Rijn geen plezier kan stoppen in zijn werk? Hier moet je kijken, Hals, ik pak je helemaal terug. Het is Halser dan Hals en tegelijk een echte Van Rijn. Wat een kop! Benieuwd hoe ze daar over een paar eeuwen over denken.

0125425rijn_(rembrandt)_rIk begon deze serie met Bacon. Er is wat mij betreft schilderkunst vanaf Bacon. En tot Bacon. Die tot Bacon begint bij Rembrandt.

De afgelopen weken heb ik alleen maar kunst vanaf Bacon besproken. Ik realiseer me dat ik daarmee de (onze) kunstgeschiedenis groot onrecht aandoe. Ik denk dat die geschiedenis er ook anders had uitgezien zonder Rembrandt (en Bacon). Zoals de muziekgeschiedenis er ook anders had uitgezien zonder Mozart. Daarom is mijn laatste kunststukje van deze maand gastschrijverschap voor Rembrandt.

Gelukkig vond ik een zelfportret van hem waarin hij zich bijna on-rembrandtachtig afbeeldt. Uiteraard is er het beroemde licht en donker waarin hij de grootmeester is. Maar kijk eens naar de bijna woeste streken waarmee hij de verf op het doek plaatste. En dan die vrolijkheid, misschien ingegeven door een stevig glas wijn – wie zal het zeggen. Het plezier, het letterlijke schilderplezier spat eraf zoals je dat eigenlijk niet zo van hem gewend bent. Tegelijk is het de meester die hier schildert, met oog voor merkwaardig detail van het kuras waarin hij zichzelf portretteert.

Het waren 31 mooie dagen – en ik ga lekker door met deze kunststukjes op mijn eigen site van mijn galerie die morgen opent met een kleurrijke tentoonstelling van Kamagurka (en David Bade en René Daniëls) en fantastisch glaswerk van Jan Verschoor en Bernard Heesen en Carina Riezebos. U bent vreselijk welkom.

www.galeriede7ehemel.nl

Phillippe Parreno – kunst die onder je huid kruipt


Het is weer tijd voor Art Basel. En dan eigenlijk ook automatisch voor een bezoek aan het schitterende museum van Fondation Beyeler in het nabijgelegen Riehen. Eigenlijk moet je eerst daarheen want de FB staat zo synoniem met topkwaliteit en zorgvuldig curatorschap dat het bijna eng is.

Op dit moment (juni 2012) brengt het FB een prachtige overzichtstentoonstelling met werk van Jeff Koons, zoals gezegd schitterend gecureerd en een tentoonstelling met werk van Philippe Parreno. En dat is een naam waarbij kenners al direct roepen dat hij schitterend werk maakt – en waarbij diezelfde kenners ongetwijfeld op hun woorden zullen terugkomen en roepen dat hij onaards prachtig werk maakt. Parreno blijkt zo’n kunstenaar die zijn rust en tijd neemt om elk project tot in de perfectie uit te denken en er vervolgens ook alle tijd voor te nemen om het tot in perfectie uit te werken. Beyeler toont onder meer twee video-installaties die van zo’n ongelooflijke schoonheid en kracht zijn, dat werkelijk woorden tekort schieten.

Parreno (1964, Oran, Algerije – woont/werkt in Parijs) combineert en verbindt film met sculpturen, met performances met tekst. Hij ziet een tentoonstelling als een medium op zich, als een zelfstandig object en niet als een verzameling losse werken. De expositie in het Beyeler wordt omschreven als een choreografie van beeld en geluid. Wat waar is. Maar het is eigenlijk een te bescheiden omschrijving van de ervaring die het je als bezoeker biedt.

De film Continuously Habitable Zones aka C.H.Z (2011)  heeft een ‘territoriaal’ karakter en toont ons een zwarte tuin, aangelegd door Parreno samen met de  Belgische landschapsarchitect Bas Smets in Portugal. Een landschap produceert een film en een film produceert een landschap dat bestaat uit bijna zwart, wuivend lang gras en kreupelhout. De beweging en de positie van de camera vormt als het ware het landschap dat zich nu eens voor ons uitstrekt en dan weer samenvouwt. De soundtrack bij de film bestaat geheel uit ondergronds geruis, opgevang door contactmicrofoons en seismometers die zijn geplant in de aarde. C.H.Z. staat voor Continuously Habitable Zones, een begrip uit de Astrobiologie die wordt gebruikt voor planeten die mogelijk leven kunnen bevatten. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het leven op planeten zich eerder kan ontwikkelen als er twee of meer kleinere zonnen zijn (dwergzonnen), dan wanneer er een zon is. In zulke zones produceert de fotosynthese waarschijnlijk een zwarte vegetatie. De camera voert de kijker in een hypnotiserend ritme langs deze vegetatie. Beschrijven is bijna ondoenlijk, ervaren en ondergaan is eigenlijk de enige oplossing.

Vervolgens is er de tweede installatie, die speciaal voor deze locatie is gemaakt – de film Marilyn (2012). Volgens de toelichting is dit het ‘portret van een geest’. De film roept als het ware de geest op van Marylin Monroe in wat wordt genoemd een phantasmagorische sceance in een suite in het Waldorf Astoria in New York waar zij woonde in de jaren ’50. We zien de suite en horen een stem van een vrouw – Monroe’s stem via een computer gereconstrueerd – terwijl de camera in alle rust telkens opnieuw de suite doorloopt. Het lijkt of de stem opsomt wat we zien. Tegelijk zien we een dat woord en beeld elkaar het ene moment wel en het andere moment niet aanvullen, terwijl de regen tegen de ruiten slaat en een ouderwetse witte telefoon indringend overgaat. Het ritme van de camera, de cadens van de stem die vertelt wat we (deels) niet zien, afgewisseld met indringende close-ups van een vulpen die woorden inkt op briefpapier van het Waldorf Astoria – het krassen van de pen eindeloos versterkt door contactmicrofoons, de voortdurende herhaling van dat alles werkt zo hypnotiserend dat het je spijt als de film voorbij is. Overigens is het slot van de film even verrassend als ontluisterend. Als om de kijker los te rukken uit zijn hypnose en de geest terug te sturen naar het dodenrijk. Bijvoorbeeld. Want je kunt blijven gissen naar de bedoeling achter de bedoeling terwijl je nog dagen na het zien merkt dat Parreno bijna letterlijk onder je huid is gekropen. Hoeveel kunst is daartoe instaat? interview met Parreno nav expositie in Fondation Beyeler

Pure meditatie: punniken


Van mensen die echt het beste met mij voorhebben, kreeg ik op mijn verjaardag een punniksetje van de Hema en het boekje ‘Meer minihondjes haken’ van Mitsuki Hoshi. “De juiste volgorde is dat je eerst leert punniken en dan overstapt op haken,” zei de gever empathisch. “Je hebt nu toch even alle tijd, en dan ga je vanzelf niksdoen dus dan kun je maar beter gaan punniken, vonden wij.” Echte vrienden.

Eerst ging ik op  vakantie, die helemaal niet voelde als vakantie omdat ik de weken ervoor, eigenlijk sinds 1 april, ook al vrij was. Dat is trouwens wel een rare gewaarwording. Tijdens je werkende leven verlang je naar meer vrije tijd en lange vakanties boordevol vergezichten, wijn, parsley, sage, rosemary & thyme – maar is het eenmaal zover dan zit je je verbijsterd te realiseren dat dit ook niet alles is.

Vervolgens ging ik weken achtereen thuis zitten somberen wegens teveel tijd om te somberen en te weinig te doen.Daarna sprak ik deskundigen, nam ik een rondje reconnective healing bij Barbara te Boekhorst en dat zou iedereen moeten doen, voelde me beter, voelde me een week later toch weer kut, voelde me daarna – enzovoort.

Dus ging ik ongelooflijk sporten en lijnen. Meer nog dan ruim een jaar geleden toen ik mezelf zonodig wilde bewijzen aan mijn dierbaren op de afdeling communicatie te Aveen. Dat voelde zo goed, dat ongelooflijk sporten. De eerste week natuurlijk niet – het zal eens vanaf het begin goed voelen, mooi niet. Maar na de tweede week kon ik weer helemaal gedachtenloos zitten roeien, fietsen, gewichten trekken, stoten, duwen. Wat al niet.

Klosje, draad, stokje
En toen zag ik dat punnikdoosje weer staan. En moest ik het gewoon openen en de gebruiksaanwijzing lezen. Nou staat de Hema bekend om haar goeie producten en heldere uitleggen. Nou, mooi niet in dit punniksetje. Letterlijk geen touw aan vast te knopen. Over touw gesproken, de bijgeleverde strengen wol waren ook al geen succes wegens te makkelijk pluizen, te weinig houvast, te simpel splitsen. En dat moet niet, merkte ik later toen mijn schoonmoeder mij op zondagmorgen de edele kunst van het punniken bijbracht aan de hand van een fijne bol rood katoen. En nu punnik er op los. ’s Ochtends. ’s Middags. Soms zelfs ’s avonds, maar dat is lastig want je hebt er vol licht bij nodig.

Punniken is zo ongeveer het domste wat je kunt doen. Je haalt een draad door een klosje, daarna wind je hem langs vier tweepootjes – een soort grote nietjes – en vervolgens draai je het klosje voortdurend rond terwijl je de draad langs de nietjes legt en met een stokje het onderste draadje over het bovenste draadje heentrekt over het nietje heen. Het bovenste draadje is dan het nieuwe onderste draadje. En zo voort. En telkens moet je even aan het draadje trekken dat onder uit het klosje komt. Doe je dat maar lang genoeg, dan komt er vanzelf een soort gebreide drol uit. Die net zo lang wordt als jij blijft punniken.

Tao
Met die drol kun je weer leuke dingen maken. Poesjes bijvoorbeeld, van een opgerolde drol garen. Of wol als je per se wilt. Maar het hoeft niet. Het is eigenlijk zelfs beter van niet. Want dat is de Tao van het punniken. Niks hoeft, zolang je maar gedachtenloos de draad doorhaalt en nimmer verzaakt. Het is heerlijk. Je kunt je hoofd leegmaken terwijl je toch aan het scheppen bent zonder dat het je geestelijk belast. Je kunt zelfs deelnemen aan gesprekken terwijl je toch aan gene zijde bezig bent je te concentreren op het grote niks. Want het gaat natuurlijk helemaal niet om die drol. Het gaat om het scheppen. Om de bezigheid.

Intussen heb ik zo’n 15 meter gepunnikt. Met vallen en opstaan uiteraard, want het mocht eens van een leien dakje gaan. Maar die 15 meter, die stáát. En dat voelt zo goed. Iets gemaakt te hebben dat helemaal nergens toe doet, maar dat toch heel bevredigend aanvoelt om gemaakt te hebben. Ik kan er bijna vrolijk onder worden. En het lukt me om er dit blog mee te vullen.

Ik verheug me nu al op het Hondjes Haken. Achter in het boek staan weer van die prachtige lijntekeningen: Basistechnieken Haken: de beginlosse, de losse, de vaste, het 1 vaste meerderen, het 1 vaste minderen, het 2 vasten minderen, de halve vaste.

Wow. Alleen is er wel een maar. Het zal eens niet. Als ik Hondjes ga Haken, dan ben ik wel met de vorm bezig. Word ik dan niet intens afgeleid van het Hogere Nietsdoen zoals ik dat beleef met het Punniken? Ik denk dat ik nog even blijf Punniken. Die Tao heb ik toch nog niet volledig doorgrond. Punnik, punnik, yeah!

Parantional advise: don’t try this at home. Punniken can seriously damage your consiousness.