Strijklicht in beeld en tekst – Johan Tahon en Justine leClerq


‘We’ zijn beroemd om onze luchten en om het toepassen van het licht. Of het nu gaat om Rembrandt of om hedendaagse fotografen als Rieneke Dijkstra en Erwin Olaf – het zijn de meesters van het licht. Je kunt ook zeggen: ze zijn het licht meester. Ieder virtuoos op zijn eigen manier. Licht, dat is iets om je leven aan te wijden. In beeld. In tekst. 

Natuurlijk licht heb je in zo ongelooflijk veel soorten. Elk met zijn eigen waarde en beleving. Bijvoorbeeld het avondlicht in het najaar, met zijn krachtige laagstaande zon – is totaal anders dan het bijzondere licht met een sneeuwlucht. Het merkwaardigste licht, eigenlijk het ‘gemeenste’ licht vind ik het strijklicht. Ik weet niet of het aan de tijd van het jaar ligt, maar het komt me voor dat het momenteel vaker te zien is dan op andere momenten in het jaar.

Strijklicht stort zich bij wijze van spreken vanaf zijn zijkant op voorwerpen. Of op je huiskamer en keuken. Waardoor je meer dan anders ineens ziet op welke plekken je de laatste tijd minder aandachtig in de weer bent geweest met je stofzuiger, je plumeau, je stofdoek of je 1000dingendoekje. En het rampzalige is, dat het op zulke momenten ook geen zin heeft om te gaan poetsen. Dan wordt alles alleen maar erger. In die zin is strijklicht intens en gemeen.

Gelukkig het heeft ook een goede kant. Doordat het voorwerpen zo  ‘scherp’ aanlicht – geeft het aan die voorwerpen ook iets extra. De schaduwwerking verdiept, de contouren verscherpen – de dialoog met het voorwerp wordt directer, confronterender.

Johan Tahon Op Faceboek is een mooie actie aan de gang. Iemand plaatst er een afbeelding van een kunstwerk dat hij bewondert. Als jij dat werk vervolgens ‘liket’ krijg jij de naam door van een andere kunstenaar. Vervolgens kun je die op zijn site bezoeken en als je dan daar werk vindt dat je aanspreekt dan kun jij dat weer op Facebook zetten. Op die manier ontstaat een even prachtig als grillig virtueel museum. Ik reageerde op de oproep van beeldhouwer Erik Buijs, die mij vervolgens een link gaf naar het werk van de Belgische beeldhouwer Johan Tahon.

Tahon maakt echt fantastisch werk. Het is monumentaal, het is museaal. Het confronteert, bevraagt de kijker, vertelt een verhaal. Kortom, Tahon moet – Tahon doet je goed.
Nu moest ik dus een werk van op Faceboek zetten. Dat was behoorlijk lastig. Toch vond ik er een. Nota bene een zonder titel, wat in het universum van Tahon best bijzonder is, want hij strooit graag met mysterieuze titels als: “Semen (Ich. Detail)”, of “Nan-Ping I”. Maar mijn keus heeft geen titel meegekregen.

johantahon_obsc_website

Het werk bestaat uit een kop, bijna letterlijk getrokken uit grijzige klei. Rond de kop is een eenvoudig rood draadje wol gestrikt. Het is een kale kop, het gezicht heeft een peinzende uitdrukking. De kop rust op een soort lange nek. Het is een ontzettend expressief beeld.
Bovendien is het gefotografeerd in … strijklicht. En hier is het niet gemeen of meedogenloos. Hier is het zacht en hard tegelijk. Het strijklicht draagt intens bij aan de expressie van het titelloze beeld. Even nadrukkelijk als achteloos. Het licht voegt zoveel toe, dat ik er ontzettend nieuwsgierig naar ben om het werk te zien in heel plat, alledaags licht. Het zal dan ongetwijfeld ook prachtig zijn, maar toch…

Justine leClerq Datzelfde licht, of eigenlijk diezelfde sensatie kan zich ook afspelen op papier. En dat is best bijzonder. Want licht dat een object omspeelt, ja, dat kan iedereen zich voorstellen. Maar licht dat taal bespeelt, dat als het ware deel uitmaakt van het universum van een boek – dat is minder voor de hand liggend. Zo af en toe kom je dat tegen. En dan moet je ervan genieten. Dat is een opdracht, maar het is bijna ook vanzelfsprekend. Het vanzelfsprekende van dat strijklicht in taal – laat zich lezen in het nieuwste boek van Justine leClerq.

In haar verhalen staan de bewoners van de zelfkant centraal, de ‘normale’ mensheid is verbannen naar de periferie.  LeClerq neemt je als lezer mee in de wereld van junks, hoeren, dealers, zwervers op een onnadrukkelijke manier. Zodra je begint te lezen in ‘Wegens geluk gesloten’ maak je deel uit van haar vanzelfsprekende universum. Het licht strijkt terloops over de woorden, over de karakters die je vooral leert kennen uit hun dialogen. Want dat is het bijzondere aan deze bundel verhalen (en het knappe van haar schrijverskunst): Justine leClerq biedt de ‘zelfkanters’ aan als een registerende camera. Het is een  ‘you see is what you get’ stijl. (Ze bewondert niet voor niets Bukowski). Wat je waarneemt is wat je leest – geen karakteromschrijvingen, geen uitweidingen over het weer of over het uiterlijk van de personen in de verhalen. Niks daarvan. Dialogen. En niet meer. En beslist niet minder.

Met haar camera schrijft leClerq de belevenissen op. Kleine gebeurens – met de intensiteit van een zwart/witfilm in de beste Hitchcock-traditie. Dat is het strijklicht waardoor haar karakters even nadrukkelijk als terloops tot leven komen. Ze lijken te bestaan op dat ene moment dat het licht over hen strijkt. Die terloopsheid maakt de verhalen net zo luchtig als indringend tegelijk.

Dat boek moet je dus lezen: ‘Wegens geluk gesloten’ kost maar 17,50 en is te koop in elke zichzelf respecterende boekhandel.

Advertenties

Kunstpraat 12.12.13: Noortje Zijlstra’s dierlijk universum (R.I.P.)


Ze dragen titels als ‘degrootstezullennietaltijddesterkstezijn’ en ‘mijnregenboog’ of ‘ongewonetapijten’. Zonder uitzondering gaat het hier om dieren. Opgezette dieren. Vogels. Muizen. Eekhoorns. Het is het dierlijke universum van Noortje Zijlstra.

En waar soms de naam al iets zegt over waar iemand mee bezig is (firma Beenhakker doet in rolstoelen, de heer Baksteen was voorzitter van de vereniging van piloten en Berend Strik…), is die van Noortje eerder misleidend. Dat komt vooral door die –tje. Dat maakt dat je verwachtingspatroon iets doet met ‘klein’, ‘lief’, ‘meis-je’.
Tot op zekere hoogte is dat ook zo. Vervolgens is het ook niet zo. Want Noortje haalt merkwaardige dingen uit met haar dieren. Ze plaatst ze in een ander perspectief. Geeft ze postuum een nieuw hoofd of andere lichaamsdelen. Desnoods maakt ze van een eekhoorn een kaarsenhouder. Of beglittert zes rattenschedeltjes in vrolijke kleuren en hangt die in soeppotjes. 

36_dsc7220-2

Daarnaast is Noortje gefascineerd door haar. Of misschien nog meer door iets als ‘aaibaarheid’. Dus plet ze een rat en legt die elegant op de vloer met de titel ‘ongewoontapijt’. Maar evengoed plakt ze zelf baarden aan haar gezicht en laat zich daarmee fotograferen. En, nog wat extremer, ze neemt een echte baard, pluist die haar voor haar uit elkaar en vult daar zeven canvassen mee. Als extra commentaar bij ‘1baard7canvassen’ vermeldt ze nog dat het een jaar kostte om alle haartjes uit elkaar te halen. Voer voor psychologen, zou je zeggen. Maar gaat het echt daarom?
“Noortje, vanwaar die fascinatie voor deze dieren?” vraag ik.
“Tis vooral een grote liefde voor dieren waarom ik werk maak over en met dieren. Tis meer de vraag/ boodschap erachter: hoe gaan we met dieren om? Die ik naar voren wil brengen. Mijn thema’s zijn vaak mijn fascinaties voor bepaalde zaken; zo heb ik veel werk gemaakt rond “de baard”, algemene maatschappelijke kwesties als “weet wat je eet” en hoe gaan we met dieren om. Maar ook persoonlijke gebeurtenissen zoals het krijgen van een neefje of nichtje zie je terug in mijn werk.”
“Oké, maar eh…”
“Omdat het de mens is die zo IDIOOT met de dieren om gaat en niet anders om. Daarbij ben ik een grote dierenliefhebber.”

th-24_dsc0309

Natuurlijk, dat verklaart alles – not. Natuurlijk not. Als het zo simpel was, als het zo simpel aanvoelt zou iemand als de Belgische kunstenares Stephanie Leblon er absoluut geen been in zien om samen met Noortje te exposeren in Galerie De 7e Hemel. Want Stephanie is behoorlijk kritisch – zoals veel van haar Belgische collega’s. Dus is er meer aan de hand met Noortjes werk.

Het gaat over maakbaarheid – uiteraard, maar net zo goed over kwetsbaarheid. Het gaat over herschikken, over ‘tweede gebruik’, het gaat over humor – onmiskenbaar, maar net zo goed over cynisme. En het gaat over het opzoeken van grenzen. Maar wat mij betreft gaat het vooral om voor- en tegenstanders. Om geen middenweg. Noortjes werk is behoorlijk extreem, het dwingt standpunten af. Bij geen enkel van haar werken kun je een tussenweg bewandelen. Je vindt het of niks – eventueel walgelijk – of je vindt het prachtig. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat iemand dit ‘een beetje mooi’ vindt. Of ‘een beetje lelijk’. Of ‘een beetje grappig’. Noortje dwingt je om je standpunt te bepalen en bovendien jezelf af te vragen waarom je dat vindt.
Natuurlijk zijn ‘ongewonetapijten’ niet meer dan ‘voorstudies’ die waarschijnlijk nooit verder komen dan deze fase, maar ze zorgen wel ervoor dat je er stil bij staat en of je het wilt of niet er ‘iets’ van vindt: een papegaai als tapijtje is dat nou zieliger dan een schapenvacht op de vloer, of een zebrahuid? Of niet

37_dsc7257-2

En van een dode rat een koddig trekpopje maken – dat is toch eigenlijk hartstikke fijn voor die rat?

SONY DSC

Nou dan!

In de beeldende kunst hebben we het vaak over de ‘gelaagdheid’ van een werk. Vooral bij schilderijen is dat een betrekkelijk ‘makkelijk’ criterium om te gebruiken bij het bespreken/beoordelen. Je kunt er dan voor kiezen om het letterlijke standpunt in te nemen of het conceptuele. Bij Noortjes werk kun je eigenlijk alleen het conceptuele standpunt innemen als je praat over de gelaagdheid van haar werk. En dan kom je moeiteloos uit op meerdere lagen. Waarbij het nog altijd zo is dat je voor of tegen kunt zijn. Zo blijft Noortje vlijmscherp verrassen. Mooi is dat. Beestachtig mooi.

SONY DSC

Vanaf 16 februari t/m 22 maart 2014 in Galerie De 7e Hemel, Bussum dubbelexpositie: “Opduiken”  Noortje Zijlstra en Stephanie Leblon – dier en doek, zogezegd.

In november is de Hemel van Glas


Glasposter3.2 - uitnodiging-1 kopie

Kunstpraat 24 oktober 2013: Nick Andrews – Engelse Belg overdondert met intens werk.


In een van mijn favoriete Belgische galeries, De Zwarte Panter – Antwerpen, is momenteel werk te zien van de Engelse Belg Nick Andrews onder de titel Beyond the Scene. Nick (Londen, 1972) is in 1996 afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en ‘dus’ Belgisch schilder. Wat mij betreft. Maar afgezien daarvan is Nick zo’n schilder/tekenaar waarop je verliefd wordt omdat alles wat hij maakt zo intens is, zo gekund, zo verhalend, zo godvergeten goed dat je het eigenlijk nooit over hem wilt hebben want je wilt hem voor jezelf houden. (Zegt de galeriehouder die bezig is een bestaan op te bouwen met zijn 7e Hemel).

In Beyond The Scene presenteert Nick gebeurtenissen, gedroomde scenes, bij verhalen die waarschijnlijk nooit zullen worden verteld, in elk geval niet door hemzelf. Hij geeft daarmee de toeschouwer alle ruimte om zelf het verhaal te bedenken. Het is zoiets als met 6-woord verhalen, die ooit door Hemingway waren bedacht, onder het motto ‘het beste verhaal vertel je in zes woorden’. Zijn oervoorbeeld luidde: “For Sale, Baby Shoes, Never Worn”. Op het moment dat je zo’n tekst leest ben je eigenlijk al bezig zelf het verhaal te (re-)construeren. Een paar jaar geleden heb ik met zulke teksten – gemaakt door Nederlandse en Belgische schrijvers tijdens de ‘Night writer’-avonden van Kluun – een serie spannende affiches gemaakt. Ze zijn nu nog te zien op de site van de openlucht-galerie waar ik ze exposeerde: www.k2g.nl

De scenes van Nick Andrews zijn als het ware het beeld bij de tekst die er nog moet komen. Nou is dat niet uniek. Er zijn genoeg andere schilders die dat ook doen. Maar de formule die Nick toepast is dat je als toeschouwer niet meer te zien krijgt dan het noodzakelijke – zijn scenes zijn vrijwel nooit ‘overzichten’, het zijn eerder details. Die je naar zich toe zuigen. Daardoor is de betrokkenheid met het beeld enorm. En dat maakt zijn werk bijzonder. Hoe merkwaardig de scene ook is die hij neerzet – er lijkt geen afstand te zijn tot de toeschouwer. Oke, oke – dat is uiteraard strikt persoonlijk, maar dat is deze hele blog. Net zoals elk kunstwerk dat is.

Tegelijk zijn de scenes wel degelijk te plaatsen. Zeker als je ze bij elkaar ziet – dan ontdek je dat het momenten zijn uit een circusbestaan. Er is zelfs een circusdirecteur te zien en er is een intrigerend werk waarin de cast van het circus wordt gepresenteerd – een van de weinige ‘totalen’ in deze serie. Nou is die associatie met circus niet zo vreemd als je weet dat Andrews Frederico Fellini (Italiaanse filmmaker) nam als uitgangspunt voor deze serie. Fellini was gek op circussen en extravagantia.

Nick circus totaal

 

Beyond The Scene betekent dan letterlijk ‘achter de schermen’. Maar er zijn ook genoeg werken bij die ‘voor’ de schermen spelen. Je kunt zelfs zeggen dat voor- en achtergrond in zekere zin samenvallen, ook in elk afzonderlijk werk. De afgebeelde personen hebben een achtergrond nodig – een open raam bijvoorbeeld van waaruit je een deel van het verhaal ‘hoort’.

Overigens speelt Andrews een uitermate subtiel spel met zijn ‘voorgrond’ en ‘achtergrond’. Je kunt niet zeggen dat hij slordig omspringt met de achtergrond, zeker niet. Je kunt wel zeggen dat zijn achtergrond, of eigenlijk de ‘setting’ ten dienste staat aan de figuren die hij daarin laat optreden. Zijn deze figuren al in een bijna impressionistische (voor veel toeschouwers overigens ook een verdedigbare ‘Ensor-istische’) penseelvoering afgebeeld – de omgeving waarin zij zich bevinden is nog een graad abstracter. Maar zodanig dat het lijkt of de figuren eruit zijn ontstaan. En juist doordat ze zich eraan ontworsteld hebben hun vorm krijgen. Je kunt zeggen dat Andrews organisch schildert. Die aanpak geeft zijn schilderwerk een enorme kracht en dynamiek – zelfs als hij twee (liggende) lijven schildert, gaat daar een ontzettende energie vanuit.

Die energie in kleuren en lijnvoering is kenmerkend voor alle werken van Nick Andrews. Het is intens in elk opzicht. Zo intens, zo impressionistisch, zo barok, zo overweldigend als de films van Fellini – ik weet het zeker, Frederico zou een groot liefhebber zijn geweest van Nick’s werk.

Naast tekeningen, aquarellen, grafiek en keramiek wordt ook het tapijt ‘Vessel Virgins’ tentoongesteld dat Vera Vermeersch Atelier naar een schilderij van Andrews heeft gemaakt.

Beyond The Scenes, Galerie De Zwarte Panter, Hoogstraat 70-72-74, Antwerpen, www.dezwartepanter.com , Beyond the scenes is nog te zien tot en met 3 november. Op deze site vind je ook meer afbeeldingen van de expositie.

Kunstpraat 17 oktober: Raphaël Hermans beklimt de bergen van zijn intuïtie


De ene berg is de andere niet. Objectief gesproken. En subjectief. Ben je een wandelaar op vakantie dan is de berg die je beklimt meestal een recreatieve attractie. Ben je beroepsklimmer dan is de berg meestal een fysiek/organisatorische uitdaging. Woon je tussen de bergen, dan is elke berg een noodzakelijk gegeven, dat wordt beheerst door de seizoenen en waarmee je in het beste geval hebt leren leven.

 Een van de mooiste boeken die ik ken, is het middendeel van de trilogie die Jon Kalman Stefánsson schreef ‘Het verdriet van de engelen’. Kalman Stefánsson is een van de weinige schrijvers waarop ik echt jaloers ben. Zoals hij zijn woorden pakt, op een heel natuurlijke manier met metaforen werkt, erin slaagt om elke zin pure poëzie te laten zijn en tegelijk een echte verteller is – Wow! Het boek gaat over een postbesteller en een verder naamloze jongen die samen post moeten bezorgen in een onbekend, schaars bewoond gebied op IJsland . Er volgt een gevaarlijke tocht over bergen, langs fjorden, in de vrijwel voortdurend striemende sneeuw. Die waait als het ware uit het boek recht in je gezicht. ”De sneeuw klapt in hun gezicht als koude handen die raak slaan.”,  noteert Kalman Stefánsson. Zo, dus.

Die tocht die ze maken is bijna eh, ‘intuïtief’ – ze lopen op hun innerlijke kompas tegen de gevaarlijk steile hellingen op, struikelen even hard weer naar beneden, deels over paden, deels over ja, over wat eigenlijk? Intussen dromen ze over diezelfde bergen in de lente, als het gras frisgroen is, als er bloemen bloeien, als de schapen en de geiten erover lopen, als er liefde in de lucht zit.

Goed, lange inleiding, maar noodzakelijk. Want ik ben op bezoek bij Raphaël Hermans. Die schildert. Eigenlijk zijn leven lang al. Maar dan werkelijk. Daarnaast is hij bassist – dat je het weet, want een bassist in een band behoort tot de ritmesectie. En dat hoor je als het ware weer terug in zijn schilderwerk. Dat is namelijk behoorlijk ritmisch als je goed kijkt.

Nou is er iets bijzonders aan de werkwijze van Raphaël: hij heeft geen vooropgezet plan, geen idee – zou je bijna zeggen. Raphaël is zo’n schilder (en dat is hij echt) die zijn leven laat dicteren door zijn verf en zijn kwasten. Zoals veel schrijvers ervaren dat de ene zin logisch voortkomt uit de voorafgaande, zo accepteert Raphaël het dat hij ‘t niet zo voor het het zeggen heeft in de relatie tussen zijn materialen. Hij is vooral intermediar. Intuïtieve intermediair. Die tot voor kort nogal figuratief werkte, maar die nu steeds abstracter schept. Niet omdat hij dat vooraf heeft bedacht, maar omdat het zo gaat.

_MG_4424

Nou zou je kunnen denken dat Raphaël er ook verder niet over wil nadenken. Maar dat is dus niet zo. Wat hij doet is allereerst accepteren dat het process hem leidt – en niet andersom. Vervolgens, op een bepaald moment in dat proces, neemt hij weer de leiding, beredeneert het werk, kiest uiterst zorgvuldig zijn kleuren en kwasten en rondt het proces beheerst af.

Deze dagen werkt hij aan een tentoonstelling van schilderijen in De Nieuwe Liefde, Amsterdam. Ik zie twee soorten ontstaan: portretten, waaruit blijkt dat Raphaël – zoals zovelen – een groot bewonderaar is van Bacon, zonder echter de nieuwe Bacon te willen zijn, wat ook godsonmogelijk is. En bergen. Eindeloos veel bergen. Vooral toppen van bergen. Met hier en daar een ijslijk. Eindeloos veel bergen die eindeloos op elkaar lijken en die daardoor een bepaald ritme ontwikkelen – zie ‘bassist’ – wat nogal hypnotiserend werkt. Ongeveer zoals een berg zijn beklimmer in zijn greep kan krijgen. En ongeveer zoals een sneeuwstorm diezelfde beklimmer opeet.

Raphaël weet niet wat er voor hem ‘achter’ zijn bergen ligt. Hij vermoedt nog veel meer abstractheid. En als je een uurtje met hem praat, ontdek je dat hij oprecht dat avontuur wil aangaan. Voor hem geen interessant-doenerij, geen strategische afwegingen – Raphaël is bijna de boeddha onder de schilders die ik ken. Hij laat het materialisme voor wat het is en accepteert dat daarvoor in de plaats processen komen die hij simpelweg moet volgen zonder te vragen.

_MG_4410

Dat levert nu dus ijzingwekkende bergen/bergtoppen op. En dito portretten. Het leuke is, als je dit allemaal weet en hebt geprobeerd te begrijpen, dat je net als Raphaël nieuwsgierig wordt naar wat er komen gaat. Dus wat er achter die bergen ligt. Dus eigenlijk wat er achter zijn intuitie ligt. Ik vermoed, nog heel wat bijzonder werk. En op een dag ontstaat een werk dat leest als een roman van Jon Kalman Stefánsson, met zinnen als deze: ‘”De sneeuw klapt in hun gezicht als koude handen die raak slaan.” Maar dan in verf. In De Nieuwe Liefde ontdek je het begin van die bergbeklimming.

Ik kan het  niet laten Goehte moet erbij:

Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.

 1815

luister maar

 

Verkorte weergave openingstekst bij Magic Convocation. (Handig als handleiding bij de werken van Yoshiyuki in De 7e Hemel.)


In Galerie De 7e Hemel is tot en met 17 november de expositie Magic Convocation van de Japanse beeldend kunstenaar Yoshiyuki Koinuma te zien. Magic Convocation bestaat uit een serie werken die je bij oppervlakkige beschouwing gemakkelijk kunt afdoen als exotische schilderijen. Punt. Uit. Maar dan doe je Yoshi’s werk geen recht. Dus is nadere beschouwing geboden. Voor de opening heb ik de volgende speech geschreven, die makkelijk als handleiding bij de wondere Japanse wereld en geest van Yushiyuki’s werken kan worden gebruikt. (Want een bezoek aan de expositie is absoluut de moeite waard).

Magic Convocation, het themawerk van deze expositie, is een natuurschilderij dat rechtstreeks wortelt in het Shintoïsme, hier en daar voorzien van een ultramodern accent zoals een abstract toetsenbord en een computermuis. Letterlijk vertaald betekent Shinto ‘de weg der goden.’ (hieronder een detail uit het vier meter brede werk):

detail Magic Convocation

Het Shintoïsme is een religie. Het wordt weleens verward met het Boeddhisme, maar dat is per definitie geen religie. In Japan liggen het Shintoisme en het Boeddhisme dicht naast elkaar, zijn zelfs behoorlijk met elkaar verweven. Het een als godsdienst, het ander als levensvisie. Shinto is een sterk ontwikkelde natuurgodsdienst (animisme), die diep verankerd is in de Japanse maatschappij. Maar het is ook een ideologie die nog niet zo lang geleden misbruikt werd om het toenmalige Japanse militarisme te rechtvaardigen.

Shintoïsten geloven dat elk individu na zijn of haar dood een Kami, een natuurgeest wordt. Hoe beter je geleefd hebt, hoe belangrijker je wordt als Kami en hoe meer je dus wordt vereerd. Kami vind je overal in de natuur. Het kunnen bijvoorbeeld speciaal gevormde bomen en mooie stenen zijn. Naarmate het Shintoisme langer bestond werden de Kami steeds menselijker. Er zijn zo vele mythen ontstaan waarin menselijk lijkende Kami belangrijke rollen spelen.

De meest belangrijke zijn de kami die zorgden voor de schepping van Japan (en dan met name Izanagi, Izanami en Amaterasu, de zonnegodin). Tijdens het hele scheppingsproces ontstonden ook allerlei kami die een duidelijke functie op aarde kregen, zoals Inari, de rijstkami.  Een andere groep kami zijn de demonen of ‘oni‘ en andere vreemdsoortige wezens.  Zij vertegenwoordigen het kwaad al hebben ze vaak ook wel goede trekjes, ze zijn soms ietwat dommig of goedgelovig.

Naast de oni, die als demonen of duivels worden gepresenteerd zijn er ook kappa of watervampiers. Dit zijn de meest woeste wezens, slijmerig met schubben. Het vreemdste is dat ze een uitholling boven op het hoofd hebben waarin vloeistof ligt. Zodra ze iets van die vloeistof verliezen, verliezen ze ook hun kracht. Ze hebben ook iets positiefs, ze houden namelijk altijd hun woord. Meestal bedoelt een Japanner met Kami meerdere goden. Ook Boeddha wordt als Kami beschouwd. En dat is dus een merkwaardige situatie. Maar goed. Tot zover de Kami.

Nu de zee als thema in deze expositie.
We weten het allemaal: Japan wordt  rondom omgeven door de zee. De afhankelijkheid en de verbondenheid zijn dus groot. Niet voor niets is een van de indrukwekkendste Japanse kunstwerken de beroemde golf van houtsnijder en schilder Hokusai. Japanners leven al sinds hun ontstaan met zeedraken, zeegoden – en met de meest wonderlijke zeedieren. De bekendste is de wonderlijke Kogelvis. Yoshi toont zich ook hierin een echte Japanner: hij schept een wereld van zeedieren die zo ‘echt’ lijken, dat je je bijna niet kunt voorstellen dat ze niet werkelijk bestaan. Je komt ze hier ook overal in de galerie tegen.

Maar, als je van de natuur houdt, zoals volgens mij alleen een Japanner dat kan doen, weet je ook dat die natuur zich tegen je kan keren. De tsunami die Japan in 2011 raakte – ontstond uit een zeebeving die zich voordeed om 14:46:23 uur lokale tijd en zich bevond op ongeveer 130 kilometer ten oosten van Sendai, op zo’n 10 kilometer diepte.

Het officiële aantal doden en vermisten lag op 14 mei 2011 op 24.525
410.000 mensen werden geëvacueerd uit de getroffen gebieden
87.772 huizen raakten beschadigd.

De Reincarnatieserie die Yoshi maakte en die hier volop te zien is, vindt zijn inspiratie in deze gruwelijke gebeurtenis.  Hij neemt hier als thema de wedergeboorte. En gebruikt daarvoor twee symbolen: de vlinder en de spiraal.

homepage facebook Yoshi

In Japan en China wordt de vlinder veel gebruikt als teken bij momenten van geluk of vreugde. In Japan schenkt men een bruidspaar of jonge ouders zelfs twee vlinders die het stel of het gezin “op vleugels naar het geluk dragen”.
Men vereert de vlinder ook als symbool voor de ziel van de overledene of als beschermer van de levenden – niet alleen in Japan overigens.

Als we dus hier op veel werken vlinders zien, weet dan dat het de zielen zijn van de slachtoffers van de tsunami. Maar Yoshi gaat een stap verder door de vlinders spiraalsgewijs af te beelden. De spiraal is het teken van de reis van het innerlijke leven en de ziel naar buiten. Het is de reis van de ziel die het lichaam verlaat na de dood. De spiraal heeft zo een hoge spirituele betekenis. Bij veel natuurvolken symboliseert hij de cyclus van leven en wedergeboorte.

Door het samenvoegen van de vlinder en de spiraal symboliseert Yoshi de reis die de zielen van de slachtoffers van de tsunami afleggen van leven naar dood naar wedergeboorte. Overigens is onlangs vastgesteld dat de vlinders in Japan ernstig muteren als gevolg van de kernramp die door de tsunami werd veroorzaakt… Uiterlijk, in de vleugels en de ogen, en genetisch! (En hoe gruwelijk dat wellicht ook lijkt, eigenlijk ontstaan daardoor nieuwe natuurgeesten, Kami).

Yoshi’s grootvader (schilderij)
In de visie van het Shintoïsme treedt, als iemand overlijdt, de geest uit het lichaam en voegt zich bij de andere kami. Het is aan de nabestaanden om ervoor te zorgen dat de ziel na de dood goed terechtkomt in het hiernamaals. Deze voorouderverering is zeer belangrijk voor Japanners.

Yoshi vertelde mij dat zijn, 10 jaar geleden overleden, grootvader een grote rol heeft gespeeld in zijn opvoeding. Het schilderij dat hij heeft gemaakt van en voor zijn grootvader is een prachtig voorbeeld van de grootouderverering. Yoshiyuki beeldt hem af omgeven met natuursymbolen die verwijzen naar zijn bewondering voor zijn grootvader: de uil die geluk symboliseert, de slang (die eenvoudig ook weer te duiden is naar de spiraalvorm van de wedergeboorte), de slak die liefde symboliseert, maar ook een zichtbare foetus – hoe letterlijk wil je het hebben..

Als je al die zaken zo overziet, dan kun je alleen maar vaststellen dat Yoshiyuki ons laat kennismaken met zijn door en door Japanse ziel. Wat zijn werk bijzonder maakt is dat het een mengeling is van eeuwenoude tradities en een moderne ‘geest’,
wat een beeldtaal oplevert die absoluut oorspronkelijk is en die mij – in elk geval – nieuwsgierig maakt naar zijn verdere ontwikkeling als beeldend kunstenaar.

Yoshiyuki’s ‘Magic Convocation’ – vanaf a.s. zaterdag 17.00 in De 7e Hemel, Bussum


Onder de intrigerende titel ‘Magic Convocation’ vindt in Galerie De 7e Hemel, Bussum, een even intrigerende expositie plaats met werk van de jonge Japanse kunstenaar Yoshiyuki Koinuma. De opening van de expositie is op zaterdag 12 oktober om 17.00 uur, in bijzijn van de kunstenaar. 

Yoshiyuki Koinuma woont en werkt sinds twee jaar in Rotterdam. Hij studeerde beeldende kunst in Japan, aan de Universiteit voor beeldende kunst van Musashino, en in Nederland als ‘artist in residence’ aan de Rijksacademie. Het werk van Koinuma wortelt diep in de Japanse schilderstradities – waarin de natuur een grote rol speelt -, en is tegelijk uitermate modern in zijn stripachtige benadering die weer duidelijk is gebaseerd op de bekende Japanse Mangastrips. Hieronder een detail uit het magistrale ‘Magic Convocation’:

Magic Convocation, 1500

Maar ook zit er een flinke vleug (Japans) boeddhisme in veel van zijn werk. Vooral in de schilderijen die hij heeft gemaakt naar aanleiding van de de beruchte tsunami die enige jaren geleden de kust van Japan teisterde.

IMG_2108

Koinuma is een schilderende verteller die ons spannende verhalen vertelt over bosnimfen, saters, merkwaardige demonen en watergoden – zoals in het titelstuk van de expositie ‘Magic Convocation’. Maar met evenveel intensiteit brengt hij een hommage aan zijn grootvader, die hij schildert omgeven met tal van symbolen die verwijzen naar de lessen die hij van hem kreeg.

Yoshiyuki Koinuma maakt schilderijen volgens de beproefde aanpak van olieverf op doek én hij maakt spannende collages die bestaan uit olieverf op doek, uit collagetechnieken en dat alles onder een laag epoxyhars. Welke techniek hij ook hanteert, hoe groot of hoe klein zijn werken ook zijn, de wereld die hij ons voorschotelt is absoluut origineel, on-europees – het is een wereld die intrigeert, verrast, betovert en indringend verhalen vertelt. Het is een wereld die je niet wilt missen.

IMG_2118

‘Magic Convocation’ by Yoshiyuki Koinuma

12 oktober t/m 17 november

Opening 12 oktober, 17.00 uur

Galerie De 7e Hemel, Kerkstraat 10, Bussum