Crowdfunding boek ‘David Vertrekt’: € 17,50 pp. natuurlijk doe je mee


cover boek

En toen was het 4 april 2017. We ‘vierden’ Davids sterfdag – hij overleed op 4 april 2015, 23 jaar jong. Samen met heel veel vrienden dronken we een verjaardagsbiertje bij David op Zorgvlied. En we maakten de start voor de crowdfunding-actie om de 38 blogs die ik schreef voor David, te publiceren als boek. Ik nodig je uit om dit project te steunen: door in te schrijven op ten minste een exemplaar van ‘David Vertrekt’ en door eventueel een donatie te doen. Is niet verplicht. Mag wel. Graag zelfs. Alvast veel dank.

Waarom. Daarom.
Tijdens het schrijven van de blogs en ook sindsdien kreeg ik reacties van bekenden en ook onbekenden die schreven hoeveel de teksten voor hun betekenden. Niet zo lang geleden nog werd ik aangesproken door een volstrekt onbekende moeder die vorig jaar haar zoon was verloren: 23 jaar! Zij had veel steun gevonden in de Davidblogs. Het schrijven van de blogs hielp mij in mijn rouwarbeid en als het inderdaad zo is dat anderen er ook baat bij hebben, is het mooi en logisch om de volgende stap te zetten. Ik wil David op 4 november, zijn verjaardag, verrassen met het boek. Zie de voorbeeldpagina’s in dit bericht. De zwarte stip in het ontwerp wordt straks een gat, van voor naar achter – als het ware om de leegte die David achterlaat te benadrukken.


‘David Vertrekt’ – € 17,50
De Davidblogs worden uitgegeven door uitgeverij Leporello uit Amstelveen. Leporello geeft zeer bijzondere boeken uit, bijvoorbeeld over Pierre Audi, Reinbert de Leeuw, Rembrandts Olifant en over communicatie. Maar hoezeer Leporello ook onder de indruk is van het verhaal van David, ze produceren het boek alleen als er voldoende financiële zekerheid tegenover staat.
En dus.
Vraag ik je hulp.
En die van mogelijke subsidiegevers.
Leporello heeft begroot dat 1 exemplaar van ‘David Vertrekt’ voor intekenaars € 17,50 kost bij een oplage van 500 exemplaren. In de boekhandel zal het boek € 19,75 kosten. Alles bij elkaar is € 7.500,- het begrote bedrag. De vormgeving van ‘David Vertrekt’  is in handen van graphic designer Reinoud van Hasselt, een van de beste die ik ken, die David vrij goed heeft gekend en die indertijd ook de vormgeving heeft verzorgd van Davids’ rouwkaart.

We hebben met ‘David Vertrekt’ het volgende plan:

  • het boek kost bij voorintekening € 17,50
  • in de boekhandel  € 19,75
  • het boek wordt ten doop gehouden op 4 november, tijdens een speciale bijeenkomst op een speciale locatie
  • donateurs krijgen een eervolle vermelding in het boek
  • als er winst wordt gemaakt, maken we die over naar het Radboud Ziekenhuis, Nijmegen waar dr. Bastiaan de Galan onderzoek doet naar hypoglykemieën – hij stuurde indertijd een ingezonden brief naar NRC-Handelsblad met zijn diagnose van Davids dood naar aanleiding van het prachtige artikel dat over David in die krant had gestaan
  • het boek zal via een publiciteitscampagne zo breed mogelijk onder de aandacht worden gebracht.

Wij hopen mede namens jou aan David op zijn verjaardag, 4 november aanstaande, een bijzonder verjaardagscadeau te kunnen geven. Bijzonder monument voor een bijzonder mens en bijzondere vriend.

Doe je mee? Natuurlijk doe je mee
We kunnen je hulp goed gebruiken. Ik denk dat we een heel eind komen als alle lezers van de blogs – dat waren regelmatig zo’n 600 – minimaal 1 exemplaar bestellen van ‘David Vertrekt’. Uiteraard staat het je vrij om meer exemplaren te reserveren, graag zelfs want we moeten uiteindelijk ruim 700 verkopen om uit de kosten te komen. Dus nog mooier zou het zijn als je een extra bedrag wilt storten. Of wellicht heb je een familielid dat een financiële bijdrage wil leveren.

Betalen: nog niet, toezeggen: ja graag.
Deze crowdfunding-actie loopt drie maanden vanaf 4 april. Dus rond 4 juli willen we de balans opmaken en het definitieve besluit nemen om wel of niet door te gaan. Het is ons daarom allereerst te doen om toezeggingen – die uiteraard wel bindend zijn. In de tussentijd zullen we regelmatig op Facebook laten weten wat de stand is.

Op deze pagina’s zie je het (voorlopige) ontwerp dat Reinoud heeft gemaakt van de omslag en de eerste pagina’s plus cover van ‘David Vertrekt’. Het wordt een mooi en bijzonder boek van zo’n 160 pagina’s dat ongetwijfeld helpt om de herinnering aan David levend te houden en dat hopelijk inspireert en troost biedt aan iedereen die hem heeft gekend en ieder die zoekt naar de bijna onmogelijke antwoorden op de bijna onmogelijke vragen over leven en dood.

Actie: alle beetjes helpen en jij vooral
Mail mij vandaag nog dat je intekent op een of meer exemplaren van ‘David Vertrekt’ á € 17,50 per stuk. Wil je extra bijdragen met een kleine of grote financiële bijdrage (alles is welkom!), laat dat dan ook even weten in diezelfde mail.

Dus maak geen geld over, dat komt pas als we zeker weten dat de financiering rond komt. Peildatum daarvoor  is 4 juli. Hartstikke bedankt.

Han

hanvanwel@kpnmail.nl

“…Dat het al weer bijna 2 jaar geleden is, had ik me niet gerealiseerd, al kan ik me voorstellen dat dat voor u anders voelt. Ik hoop dat het schrijven u heeft geholpen bij het verwerkingsproces, al blijft er natuurlijk altijd een wond die nooit helemaal geneest. Het is in elk geval mooi dat veel mensen er troost in vonden of er op een andere manier steun aan hadden. Ik kan me goed voorstellen dat het waardevol kan zijn de blogs te publiceren.
Ik voel me zeer vereerd dat u de eventuele winst wilt doneren aan ons onderzoek naar hypoglykemieën. Ik blijf hier graag van op de hoogte en wens u veel succes, zowel (of allereerst) met de verdere verwerking als met de crowdfunding en de publicatie.
Met vriendelijke groet,

Bastiaan de Galan”

Advertenties

David en het mosterdzaad van Kisa Gotami (37)


28 januari 2017. Toch nog een blog. Want het rouwen stopt niet als je op papier er een punt achter zet. Daar ben ik intussen wel achter. Met alles wat ik kan beredeneren blijft de niet-aanwezigheid van David schuren en littekenen. December was wat dat aangaat een complete ramp. Dat verraste me, want de maanden ervoor had ik gedacht dat ik steeds steviger in mijn schoenen was gaan staan. Maar goed, daarover gaat deze blog eigenlijk niet. Of eigenlijk wel. 

Want ondanks al mijn plannen en acties (meer naar buiten, minder foto’s van David in het zicht, socialer worden) ben ik toch vooral bezig om hem levend te houden. De ‘methode’ die ik daarvoor heb ontwikkeld, is het vaste voornemen om deze blogs uit te geven. Als ouder vind ik dat mijn gestorven kind dat verdient, als schrijver krijg ik veel reacties van mensen die zeggen steun en troost te vinden in de blogs. Dus benader ik uitgevers waarvan ik vermoed dat ze geïnteresseerd zijn. De een reageert vriendelijk afwijzend maar behulpzaam, de ander stuurt het manuscript ongeopend retour, de volgende belooft in een slordige mail vol taalfouten binnen enkele weken reactie en laat vervolgens helemaal niets van zich horen, ondanks af en toe een kattenbelletje van mij. Welkom in de echte wereld. Het maakt me vaak verdrietig, maar ‘ergens’ put ik zelfs kracht uit die botte zwijgzaamheid. Het maakt me niet uit – als ik er maar mee bezig kan zijn.

En dan gebeurt er dit.
Een paar weken geleden herinner ik me ineens een bekend boeddhistisch verhaal dat ik zo rond mijn 17e voor het eerst las. Ik weet nog dat het mij toen ontzettend heeft geboeid en ik het langere tijd paraat had. Desondanks verdween het op enig moment ergens in een innerlijk laadje – gedaald in zijn breinpositie. Maar nu, al die jaren later, dringt het ineens naar voren uit mijn vergietachtig geheugen. Mijn onderbewuste ik vindt het blijkbaar de hoogste tijd om mij een spiegel voor te houden. Dit is het verhaal:

“In Savatthi leefde toen een vrouw, Kisa Gotami, wiens kindje plotseling was overleden. De vrouw liep, verdwaasd, met de baby nog tegen zich aangedrukt over straat en vroeg aan elke voorbijganger of deze geen medicijn kende dat haar zoontje opnieuw tot leven zou kunnen wekken. Niemand kon haar echter helpen, maar er werd haar wel aangeraden om naar de Boeddha te gaan; deze werd tenslotte ‘de genezer van mensen’ genoemd. boeddha

Bij de Verhevene aangekomen deed zij haar verhaal en de Boeddha zei dat hij een medicijn kende dat haar zou helpen. Hij moest het alleen nog maken en had daarvoor onder meer een handvol mosterdzaad nodig. De Boeddha vroeg haar naar het dichtstbijzijnde stadje te gaan en aan de inwoners mosterdzaad te vragen. Er was wel een voorwaarde aan verbonden. Het mosterdzaad moest komen uit een huis waar nog nooit iemand overleden was. Aldus.
Kisa Gotami kon zoveel mosterdzaad krijgen als zij wilde, maar aan de voorwaarde kon niemand voldoen. Iedereen die zij sprak had al eens een familielid, grootmoeder, vader, zus of kind verloren.
 Zo kwam Kisa Gotami tot het besef dat zij niet de enige was die met de dood geconfronteerd werd en dat er al meer mensen gestorven waren dan dat er leefden. Waarschijnlijk heeft de Boeddha haar dit gezegd: ‘U dacht dat alleen u een kind had verloren; de wet van de dood luidt dat bij alle levende wezens niets blijvend is.’ Door dit besef hield de gehechtheid aan haar zoontje op; ze begroef hem en keerde terug naar de Boeddha. 


Ik las ergens als commentaar op dit verhaal dat de Boeddha eigenlijk valse hoop geeft aan Kisa Gotami. Hij stuurt haar weg om mosterdzaad in de wetenschap dat aan de situatie niets te veranderen valt. Hij kan haar zoontje met of zonder mosterdzaad, nooit terug tot leven wekken want die macht heeft hij niet. Hij is maar een mens en geen god. Wat hij wel kan, is haar iets bijbrengen door haar dit zelf te laten ervaren. En dat is iets waar de Boeddha telkens op wijst: “Ga niet voort op de woorden van een ander, maar ervaar het zelf.” Woorden (van een ander) kunnen nooit eigen ervaring vervangen.

Stel dat de Boeddha de waarheid van vergankelijkheid aan haar had verteld, zou ze hem misschien wel, maar misschien ook niet geloofd hebben en was zij verder gegaan met haar nutteloze zoektocht. Maar nu had ze het besef van vergankelijkheid zelf ervaren en kon ze vrede nemen met de dood van haar kind. Het boeddhisme leert dat deze klik in het eigen denken vanuit onszelf moet komen. In plaats van: “Waarom moet mij dat nu overkomen?” is er een verschuiving nodig naar: “Waarom zou mij dat niet overkomen? Het overkomt zovelen, over de hele wereld; waarom zou ik hierop een uitzondering zijn!”

Op de site van een boeddhistisch coach lees ik: “Pijnlijke gebeurtenissen, verliezen, ruzies, moeilijke situaties uit het verleden kun je niet loslaten door je “verstand te gebruiken”. Ons verstand kan zelfs in de weg staan om onze tocht verder te zetten, om zorgeloos te genieten van een sprankelend leven.” (coachjan.be)

Graag. Een moment. Stilte. Dat dacht je maar piepkraakt de fuut. Dat kun je wel vergeten, kwaakt de eend. Ha, stilte- kwettert iets met vleugels en snavel. Terwijl over het wijde water het verkeer aan gene zijde dreunend deze plaats overspoelt en verderop een hijskraan zand in een boot stort. Dat is het soort stilte dat we voor lief nemen voor we het onszelf toestaan om af te dalen in onze eigen stilte.

de werkelijkheid van de vergankelijkheid

Ik realiseer me dat ik nog altijd rondloop met mijn kind in mijn armen, op zoek naar iemand die het levend kan maken, vragend om een handje mosterdzaad… nog steeds bezig mezelf te belemmeren in het loslaten en in dat ‘zorgeloos genieten’.
Zo zie ik mezelf bijna 50 jaar later terug in de spiegel van het verhaal dat ik destijds bewonderde en dacht te begrijpen. Het verhaal dat gaat over de waarheid van vergankelijkheid, die je werkelijk moet ondergaan om tot inzicht te komen. Het heeft een mensenleven geduurd en gekost voor ik ook maar in de buurt van dat inzicht kwam.

 

David vertrekt – 1,5 jaar later


 

21 augustus 2016. Het is nu bijna anderhalf jaar sinds Davids vertrek. Toen ik na een jaar bloggen over mijn rouwarbeid stopte, was dat met het idee dat ik alles wel had gezegd. Dat ik alles had ‘gerouwd’ wat er te rouwen viel. Naïef natuurlijk. Het laat zich lastig omschrijven wat zich vervolgens de maanden daarna in mij afspeelde. Als ik er nu op terugkijk, voelt het aan als een nieuwe noodzakelijke periode van rouw. Maar rouw van een heel andere orde. Het was niet het makkelijk op te roepen verdriet, het waren niet de bijbehorende tranen, het was niet de behoefte om hem bijvoorbeeld te projecteren in de bomen rond het hockeyveld waar zijn team trainde en speelde.

Ik had, en misschien wel heb, nog een andere weg te gaan. Het is een diepere vorm van rouw, die je pas bereikt nadat je de eerste lagen hebt afgepeld. Ik merkte dat ik bijvoorbeeld veel minder de behoefte voelde om het gemis met anderen te delen – hoewel iedereen om mij heen er zeker voor open stond. Want er hebben zich momenten voorgedaan dat ik wel graag over Davids vertrek wilde vertellen. En dan vooral over dat ene onderdeel dat mij nog steeds dwars zat, namelijk dat ik nooit afscheid van mijn kind heb kunnen nemen. Immers, zodra hij was gevonden, werd hij ontvoerd naar het NFI waar onder meer zijn hoofdhuid werd losgesneden, zijn schedel gelicht, plakjes hersenweefsel werden weggesneden, zijn schedel gedicht en zijn hoofdhuid dichtgeklapt en vastgezet wat ervoor zorgde dat de zoon die ik vier dagen later in zijn kist zag liggen nauwelijks leek op mijn kind. Deze episode is eigenlijk het meest onverteerbaar geweest in mijn hele anderhalf jaar rouwen.
Er is overigens iets merkwaardigs aan de hand. Ik heb, toen ik hem ten slotte terugzag in zijn kist, met mijn telefoon foto’s gemaakt. Een stuk of drie. Later heb ik die geïmporteerd in mijn laptop. Als ik de afgelopen maanden de map ‘Alle foto’s’ opende (ook om heel andere reden dan om David tegen te komen) en door de verzameling scrolde, leek het alsof die drie foto’s zich onverklaarbaar hadden vermenigvuldigd en verspreid over het hele file. Geen prettige ervaring.

Ik was uitgenodigd op een verjaardagsfeest. Het was mooi weer, de sfeer prima en de mensen die er waren leken me ook bijzonder aardig. Dit was min of meer de eerste verjaardag waar ik kwam sinds Davids vertrek. En hoewel het ruim een jaar later was, voelde ik me behoorlijk gespannen. Ik nam me voor om het niet over hem te hebben. Dus gebeurde het in de loop van de avond dat ik, tijdens een vrolijk gesprek met een echtpaar dat kinderen in Davids leeftijd bleek te hebben, het toch over David had. Ik begon bescheiden, vertelde in het algemeen iets over de zoon die ik niet meer had maar merkte dat ik niet meer kon stoppen. IMG_5313Al gauw zag ik dat mijn gesprekspartners ongemakkelijk op hun tuinstoelen draaiden. Maar ik moest doorgaan. Detail na detail. Tot en met het lichten van Davids schedel. Er viel een ongemakkelijke stilte. Toen stonden mijn gesprekspartners op, gaven me een hand en zeiden dat ze nu toch wel weg moesten want het was nog een heel eind rijden. Ik had mijzelf een bitter vacuum ingepraat en wat ik ook probeerde, het lukte me niet om verdere sociale gesprekjes aan te knopen. Na een minuut of twintig nam ik afscheid en verzekerde de gastheer en gastvrouw dat ik het heel erg naar mijn zin had gehad. Het echtpaar dat ik had gemarteld met Davids Vertrek was nog altijd aanwezig. Blijkbaar was de urgentie om te vertrekken toch niet zo heel groot, bedacht ik terwijl ik met tranen over mijn wangen naar huis fietste. Het was schokkend. Ik had gedacht dat ik allang hier voorbij was. Zo gaat het dus blijkbaar, constateerde ik. Het duurde een aantal dagen voor ik aan dit voorval kon terugdenken zonder dat de rillingen mij over de rug liepen.

Voor zover ik kon ging ik weer verder met mijn dagelijkse leven dat nog altijd behoorlijk stroef verliep. Ik kreeg problemen met lopen. Mijn linkervoet wilde niet wat ik wilde. Ten slotte kon ik alleen nog maar fietsend hond Bob uitlaten. Het bleek dat ik mijn Achillespees had afgescheurd. Hoe en waar is me nog altijd een raadsel. Na een aantal weken werd ik geopereerd en was vervolgens veroordeeld tot twee weken stilzitten en daarna tot zes weken hinkelen met loopgips. Het maakte dat ik meer dan me lief was aan huis was gekluisterd. Ik werd er behoorlijk verdrietig van: opnieuw had het universum mij onaangenaam verrast. Hield dit dan nooit op? Hier zat ik dan met de liefste hond van de wereld die absoluut niet begreep wat er aan de hand was en overal om mij heen foto’s van David die mij voortdurend met mijn neus op het gemis drukten.
Ik besefte dat het zo niet langer kon. Als ik echt werk wilde maken van het accepteren van Davids vertrek, moest ik hem ook letterlijk minder aanwezig maken. Dus ruimde ik de foto’s op, op twee na. Ik merkte dat ik het kon doen zonder mij schuldig te voelen. Na een dag of wat voelde het werkelijk als een opluchting. Toch bleef ik zitten met het besef dat ik nog altijd iets af te maken had. Ik maakte een afspraak met de vrouw die al vaker voor mij Tarotkaarten heeft gelegd en die mij keer op keer verraste met hele treffende interpretaties, waarvan doorgaans 95% ook bleek uit te komen. Ik vertelde haar in grote lijnen over Davids vertrek en over het gevoel van leegte op het laatste punt van mijn rouwverwerking. Haar antwoord verraste: “Ik kan je hierin niet helpen,” zei ze, “je zult het moeten laten voor wat het is. Je kunt het niet overdoen en dat moet je ook niet willen. Het enige wat ik kan doen is kijken of jij en David met elkaar in evenwicht liggen.” Ze liet me een aantal kaarten trekken, legde die voor zich neer en spreidde de andere kaarten in een vaste volgorde daar weer over uit. “Ja, je ligt heel goed met hem. Dat betekent dat het goed is. Dat je ook begrijpt dat dit je situatie is en dat het ook zijn situatie is. Hij is er net zomin gelukkig mee als jij, hij begrijpt het zelf misschien nog wel minder dan jij. Maar tegelijkertijd verzet hij zich niet meer en volgens mij wil hij ook dat jij jouw verzet laat varen. Verzet is negatieve energie. David wil dat je je leven weer oppakt, dat je je meer verbindt met anderen en voor hen openstaat. Leef vanuit je kracht. Leer te leven in vertrouwen. Leer jezelf opnieuw kennen, in alle vrijheid. David wil niet anders.”
Ik kan behoorlijk cynisch zijn. Als iemand anders mij op deze manier zou hebben toegesproken, had ik beleefd geknikt en was overgegaan tot de benauwde orde van mijn dag. Maar nu zij deze tekst uitsprak, hadden de woorden een ander soortelijk gewicht. Ik accepteerde ze en liet ze toe.

De woorden van mijn tarotlezeres zijn intussen ingedaald en hebben me sterker gemaakt. Ik ben op een andere manier in Davids vertrek gaan staan. ‘Accepteren’ is daarbij niet het juiste woord, ook al lijkt het zo voor de hand liggend. Een verlies accepteren doe je in feite al snel: je gaat over tot handelen, organiseren. Maar het verlies verwerken, is van een andere orde. Ik zie nu een David die ooit 23 jaar in de kracht van zijn leven en lichaam was. Die in die jaren vreugde heeft gekend en gegeven, verdriet heeft doorgemaakt en troost, die liefhad en leerde liefhebben, die tegenslagen manmoedig overwon, die hield van zijn broertje en daar alles voor over had, die zoveel genegenheid had voor zijn stiefmoeder, die mij in al mijn, soms extreme, grillen onvoorwaardelijk steunde. Van die David kan ik onvoorwaardelijk houden. Punt. David is liefde.
Dat is alles waar het om gaat in het leven. Materiële zaken zijn niet belangrijk. Aanzien evenmin. Bezit al helemaal niet. Meer geld dan je ooit kunt uitgeven is zinloos (minder geld dan je kunt uitgeven is trouwense hopeloos, geloof me). In de kern is Liefde de zin van het leven. Er zijn momenten dat ik dat begrijp. Dan zie ik dat ook ik in staat ben om liefde te geven door me te verbinden, door er te zijn voor de ander zoals zoveel anderen er ook zijn voor mij.

Natuurlijk is Davids vertrek vreselijk. Zoals het altijd en in elke omstandigheid vreselijk is als een dierbare zijn lichaam verlaat. Of het nu onverwacht is of niet. Of er een slopende ziekte aan vooraf gaat, de flits van een verkeersongeluk, of de klap van een hartstilstand… Maar het afwijzen, het ontkennen van de dood is het onverstandigste dat je kunt doen. Volgens sommigen help je daar ook de ziel van de overledene niet mee. Ik wil dat best geloven. Er zijn momenten dat ik besef dat de dood even normaal is als het leven – of beter: even grillig of absurd. Infeite is het helemaal niet erg om te sterven, ook al is de weg naar het overlijden soms pijnlijk en verdrietig. Net zo als het helemaal niet erg is om te leven, ook al is het vaak geen ‘cadeau’. Als je de continuïteit van de ziel begrijpt (ik zeg expres niet ‘gelooft’), zoals ik een paar blogs geleden beschreef, dan begrijp je ook dat de dood juist de deur opnieuw opent naar die continuïteit waarin je alom aanwezig bent. Tot het weer tijd is om opnieuw te leren van je menszijn in weer een ander lichaam. Of, tot het weer tijd is om het leven af te maken dat je te vroeg moest beëindigen – zoals David’s ziel wellicht doet.

In schema’s die het rouwproces in kaart brengen is de laatste fase de ‘berusting’. Ik weet niet zo goed wat ik daarmee moet. Het voelt niet als ‘leven vanuit mijn kracht’ waardoor ik nu inzie dat Davids vertrek blijkbaar onvermijdelijk was – om welke reden ook – en dus zijn dood. Hoe kwaad of woedend hij in die splitsecond tussen leven en dood is geweest over zijn vertrek, uiteindelijk heeft hij ons zijn liefde nagelaten. Je kunt huilen om wat je mist, maar het mooiste is om de herinnering daaraan te koesteren. Als leven liefde is, is liefde het mooiste van David wat ik kan koesteren.

Goeie reis, jochie.

 

David Vertrekt: “Maar alleen de wind weet de plek die wij waren” – laatste blog


4 april 2016. Een jaar later. We omhelzen elkaar. Hij met zijn knalgele rugzak over zijn schouders, ik met mijn zwarte zomerhoed op. Het is als altijd heerlijk om hem tegen me aan te drukken. Nog steeds kan ik het voelen. Ik koester dat gevoel boven alles. Mijn gozer. Mijn joch. We hebben het zo goed gehad. Nu is het tijd om hem los te laten. Bestemming onbekend. “Laat je?” “Heb je?” “Wil je?” “Kun je?” “Blijf je…?”

Bye, vriendje.

Bye, vriendje.

Nee, hij blijft niet. Dat kan niet. Er is iets dat aan hem trekt. Hij was daarover behoorlijk boos maar heeft er nu vrede mee. Hij weet dat het niet anders kan. Er is een reis die hij moet maken, bestemming onbekend. Hij zal contact blijven houden. Ik huil. Hij niet, ook al zou hij nog zo graag willen. Dit vertrek is te onverwacht. Te definitief. Iets of iemand heeft de regels van het spel veranderd. En we moeten het meespelen.
“Blijf nou nog even het was zo kort. 23 jaar, waar heb je ’t over?”
“Nee,” zegt hij, “ik moet gaan. Je hebt een jaar kunnen wennen.”
“Ik kan er niet aan wennen.Weet je je Spookje op Vlieland nog? Je woestijnratje? Natuurlijk weet je het nog.  Of je vriendinnen. Je vrienden van de Febo, van Borgia, de Groene Maharadja je laatste hockeystick, Daniël, Daniëlle? Of anders jij en ik samen in Oostenrijk en hoe we natuurlijk weer de weg kwijtraakten door mijn eigenwijsheid? Toe, even maar.” De woorden struikelen hopeloos over elkaar.
“Pap, hou op, je moet door. Er is geen even meer. Ik moet door. Daniëlle moet door. Daniël. Vraag me niet waarom.”
Kutzooi.
“Sommige levens duren nou eenmaal korter,” ontnuchtert een hoogbejaarde ervaringsdeskundige niet veel later.

Met deze blogs wilde ik David eren. Zijn overlijden bespreekbaar en mijn rouw voelbaar maken. Woorden gedrenkt in verdriet, in ongeloof, in pijn. Letter voor letter tergende krachtproeven. Ze deden hun therapeutische werk: elk blog de volgende schil die ik afpelde naar Davids definitieve vertrek. Een jaar had ik nodig om te ontdekken dat ik vooral bezig was mijn ontkenning te formuleren. Eigenlijk stelde ik alleen maar Davids vertrek uit. Ik vond dat ik steeds beter kon leven met Davids dood. Tegelijk hield ik hem vast in onze omhelzing bij het afscheid dat uiteraard nooit plaats had mogen vinden. Eenzijdig, verlaat en vertraagd afscheid.

Dat is de frustratie waarmee we achterblijven – we waren niet bij zijn overlijden, wisten pas zeventien uur later dat hij dood was en door de autopsie konden we hem pas vijf dagen later zien, 24 uur voor zijn begrafenis. Dat je kind zomaar overlijdt, is een ding. Maar dat je het vervolgens niet direct mag zien, is van nogal andere orde. Misschien heb ik daarom wel een jaar lang mijn Dode David omhelst en met mij meegedragen, telkens tegen beter weten in: niet hij, maar ik was er nog niet klaar voor om zijn vertrek te accepteren. Immers, een leven dat is gegroeid in 23 jaar bouw je niet af in enkele maanden.

Mensen met bijna-doodervaringen vertellen dat ze vanaf nu het leven alleen nog maar willen vieren. Dat alles waarover we ons zo druk maken eigenlijk bullshit is en er nauwelijks echt toe doet. Helaas is het leven vieren matig aan mij besteed: het kost al moeite genoeg om het Leven te Leven, letterlijk op voeten van leem. Het is de logica van deze opgefokte tijd om te zeggen dat het niet erg is dat je dood gaat, maar wel dat je dan wordt vergeten. Dus dat je er alles aan moet doen om dat, die vergetelheid, tegen te gaan. David zou deze uitspraak met de grond gelijk hebben gemaakt (in een debat waarbij hij uiteraard zijn Spreeklint droeg). Voor hem gold eerder het tegendeel. In zijn DNA logeerde een monnik voor wie materiële zaken oninteressant waren en die zich zeer bewust was van zijn aardse taak: de mens liefhebben – wat uiteindelijk de essentie van het leven is voor ieder weldenkend mens. David had mensen lief ook al zou hij dat nooit zo zeggen. Oke, hij was geen heilige dus kon hij ongelooflijk tekeer gaan over serieus te dikke vrouwen. Soms tot schaamte van zijn vrienden. Maar dat was het dan ook. Davids claim voor de eeuwigheid was zijn oprechte, charmante sociale intelligentie.

Nu maak ik na 365 dagen de balans op van mijn rouwarbeid. Alle stadia heb ik doorlopen. Niet bewust: het is het groeiproces van de clematis die tastend, woekerend, houvast zoekend in de klimop zijn weg gaat. Voor rouwen bestaat geen recept. Rouwen om je kind –misschien ook rouwen om je geliefde – is alles tegelijk: verdriet, verzet, verlangen, verwerping, verlating. Je stelt, tegen beter weten in, alles in het werk om de overledene te onttrekken aan de dood. Het is een bij voorbaat verloren strijd. Dat is de basis van je woede en verdriet. Dus bedenk je formules om dat ‘vertrek’ draagbaar te maken. Elk ritueel is zinvol. Of je nou een tattoo laat zetten, elke dag een kaars brandt, een huisaltaar inricht, altijd een foto van de overledene met je meedraagt. Rouwen is vormgeven aan je machteloosheid, aan de ongelijke strijd. Davids dood is het litteken dat nooit verdwijnt. Zoals de pijn van zijn verlies ook nooit verdwijnt.

Een jaar geleden vielen Pasen en Davids Dood samen. We zouden op maandag 6 april naar Amsterdam komen om bij David en Philip de paasbrunch te genieten. Zaterdag 4 april  was een dag als elke andere zaterdag. Het was mooi weer en we verheugden ons op tweede paasdag. Daniël zag al voor zich hoe hij met Philip en David op de Play Station eindeloos potjes Fifa zou spelen.
Nog steeds voelt het wezenloos aan dat we die dag doorbrachten als elke andere, terwijl David toen al was overleden en onbereikbaar in het ontoegankelijke mortuarium lag. (al die handelingen die met zijn lichaam werden verricht, terwijl wij gewoon opstonden, naar de markt gingen, in de zon zaten – nietsvermoedend; het is zo’n gruwelijk vacuüm).
Nog steeds begint onze herinnering aan Davids dood niet eerder dan half twaalf ’s avonds als de deurbel gaat en twee agenten – Davids leeftijd – mij vragen of ik Davids vader ben. Nog steeds vraag ik me af of het echt is gebeurd. Ik heb me zelden zo vol ongeloof gevoeld, verdoofd en tegelijk direct in de organiseer-modus. Wat doe je als iemand tegen je zegt dat je kind die ochtend is overleden? Wat doen je hersens? Wat doet je maag? Je kind dood is te surrealistisch voor woorden.
Dit jaar ligt er een week tussen Pasen en Davids sterfdatum. Laat die week alsjeblieft zo snel mogelijk voorbij zijn. Ik bedoel, je kunt het iemand niet aandoen om als het ware twee keer binnen een week te overlijden.

“Wir setzen uns mit Tränen nieder
Und rufen dir im Grabe zu:
Ruht, ihr ausgesognen Glieder !
Euer Grab und Leichenstein
Soll dem ängstlichen Gewissen
Ein bequemes Ruhekissen.
Und der Seelen Rohstatt sein.

Een week later. 2016. Zondag 3 april. ’s Middags. De eerste warme dag van het jaar. De achtertuin stroomt vol met vrienden, familie, buren, kennissen. Volle bak. We willen de sfeer van vorig jaar nog eenmaal beleven. Natuurlijk kan dat niet maar je kunt beter collectief kniezen dan in je eentje. We herinneren – bijvoorbeeld hoe de Borgianen, nadat de sloepen hadden aangelegd bij Zorgvlied, massaal de berm opzochten en giechelend hun overvolle blazen leegden tegen twee woonboten (David zou er graag aan hebben meegedaan). Pas daarna kon de kist over de prachtige laan sereen naar de aula reizen langs de dikke haag vrienden, collega’s, familie. We horen nieuwe anekdotes – bijvoorbeeld hoe de dragers van Davids kist de avond voor de begrafenis in de kelder van Borgia oefenden met een omgekeerde eettafel op hun schouders: “Want het moest wel goed gaan hè?”. We lachen het verdriet en het gemis weg, drinken niet met mate, weten dat dit voorlopig de laatste keer is dat we David zo gedenken.”Die eerste twee weken voelden aan als twee dagen,” zegt iemand van de vrienden. Ja, knikken we.

“Heb je weer een tattoo laten zetten?”
“Ja, ik wil vanaf nu elk jaar een jaarring laten zetten op mijn rechterarm. De pijn van het tatoeëren doet me goed. Het maakt de pijn van het verlies voor even concreet. David zou het waarschijnlijk hebben afgekeurd. Hij was wars van dat soort uiterlijk vertoon, had hij geleerd van die innerlijke monnik. Voor mij betekent het zoveel. Het symboliseert de figuurlijke pijn van het verdriet en van het loslaten.”
“Je hoeft je voor mij niet te verantwoorden hoor. Ik begrijp het ook wel zonder tekst.”

We laten vandaag David los. De foto van die zonovergoten jongen met zijn gele rugzak op en zijn eeuwige petje is overal te zien in huis. Mijn zonovergoten jongen.
DSC_0882Hij komt even langs in de tuin. Windvlaagt liefdevol over onze gezichten. We omhelzen hem. Wensen hem behouden vaart. Maar niemand kan hem echt loslaten. Want het houdt niet op. Nooit. Niet in de tranen die af en toe terugkomen. Niet in de gesprekken die ik met hem heb als ik de hond uitlaat. Niet in de eeuwige jongen-met-petje achterin de rode bus naar station Muiderpoort, op weg naar het leven dat hij nog maar net begonnen is. Deze 4e april is niet het gedenken, is niet de virtuele grens oversteken tussen rouw en niet-rouw (want die bestaat niet). Dit is de eerste in een lange, lange reeks, als de jaarringen van een boom. Dit is voor altijd en altijd opnieuw David Johannes: de veel te vroeg gestorven vriend, zoon, broer, stiefzoon die zo diep wortelt in ons hart.

[Wanneer ik de vrijdag voor de herdenking boodschappen doe, bekruipt me hetzelfde gevoel als indertijd vlak na Davids dood: waarom ziet niemand in de supermarkt dat er meer aan de hand is? (omdat ik het evenmin zie aan al die anderen). De caissière wenst me een ‘prettig weekend’. Ik knik. Wat moet ik anders? Er valt niemand iets te verwijten – hoe graag ik het ook zou willen.]

David en ik omhelzen elkaar. Hij met zijn knalgele rugzak over zijn schouders, ik met mijn zwarte zomerhoed op. Het is zo fijn om hem tegen me aan te drukken. Ik koester dat gevoel met mijn hele ziel. Mijn gozer. Mijn joch. We hebben het zo goed gehad. Ik moet hem loslaten, zegt hij. Bestemming onbekend. “Laat je?” “Heb je?” “Wil je?” “Kun je?” –  Ik blijf het proberen.

Maar hij is al weg: en weer door.
Voorbij het leven.
Voorbij de taal, zoals de tekst die zijn graf omhelst:
“Maar alleen de wind weet
de plek die wij waren
waar en wanneer.”

Maar mijn woorden zijn op.

 

Deze laatste blog werd gepubliceerd op 4 april 2016 rond half zeven ’s ochtends: de vermoedelijke tijd van Davids overlijden.

 

Everytime we say goodbye I die a little
Everytime we say goodbye I wonder why a little
Why the gods above me who must be in the know
Think so little of me
They allow you to go

And when you’re near
There’s such an air of spring about it
I can hear a lark somewhere begin to sing about it
There’s no love song finer
But how strange the change from major to minor
Everytime we say goodbye

Everytime we say goodbye I die a little
Everytime we say goodbye I wonder why a little
Why the gods above me who must be in the know
Think so little of me
They allow you to go

When you’re near
There’s such an air of spring about it
I can hear a lark somewhere begin to sing about it
There’s no love song finer
But how strange the change from major to minor
Everytime we say goodbye

 

David en de gekken & dwazen – David vertrekt (34)


4 maart. Nog vier weken. De spanning neemt toe, net als laatst met zijn verjaardag en met Oud & Nieuw. Dit is aftellen naar het moment dat geen genade kende. Het moment dat de onomkeerbaarheid van Davids vertrek bevestigt. De dagen sluipen naar die fatale datum een jaar later. Ik heb me voorgenomen dat het leven daarna weer normaal moet doen. Flauwekul natuurlijk. Het jaar, dat zoveel momenten van vertraagde tijd bevatte, ging belachelijk snel voorbij. Niet alleen die eerste periode na Davids overlijden, ook veel andere dagen of weken zou ik over willen doen. Vooral om alle twijfel weg te nemen. Heb ik het wel goed gedaan? Heb ik intensief genoeg gerouwd? Heb ik voldoende stilgestaan bij het overlijden? Vragen die amper te beantwoorden zijn.

Deze weken zijn als aftellen voor een lancering. Soms kan het me niet snel genoeg gaan. Dan weer precies omgekeerd. In deze situatie is weinig zeker. Maandenlang voelt het alsof ik mijn basis ben kwijtgeraakt. Letterlijk. Eigenlijk sinds Davids overlijden heb ik problemen met mijn voeten. Dat komt voor een deel door de reuma die me nu al enkele jaren behoorlijk irritant op de vergankelijkheid van mijn lichaam wijst. Maar er heeft zich onder meer ook een ontstoken achillespees aangediend die een jaar nodig heeft om te herstellen. Zeggen deskundigen. Je kunt het nauwelijks zelf bedenken. Het maakt dat ik de laatste tijd nog onzekerder op mijn voeten sta. Ik struikel over de kleinste uitsteeksels van bramenstruiken en ander groene gekruip. Val in de modder van het bospad waar de boer met zijn tractor diepe groeven heeft getrokken. Donder zelfs om als ik het Bob-traject op de fiets afleg en kom terecht in een zojuist geploegd veld waarop een laag verse gier drijft. Het zou me voor 4 april vorig jaar nooit overkomen zijn. Laat het jaar ook daarom snel voorbij zijn. Trek me uit dit drijfzand. Geef me vaste grond onder mijn lijf. Help mijn voeten hun stabiliteit heroveren want ik heb nog een leven te gaan.

DSC_1041Een paar dagen geleden gaf coach Mark me de nieuwste almanak van Hockeyclub Naarden, Davids sportieve thuishaven. De eerste pagina van het boek is gereserveerd voor David . Een lief en welgemeend In Memoriam door Mark geschreven met het statie-smoking-portret van David ernaast. De meeste mensen die in de almanak staan hebben David goed gekend. Dat geeft me een warm gevoel, hoe idioot de situatie verder ook is. Het is weer zo’n signaal: David is niet alleen. Zal dat nooit zijn in de harten van velen.
Wat blijft zijn die eeuwig schurende vragen:
1:         Waarom loopt hij dadelijk niet gewoon bij mij binnen?
2:         Waarom is juist deze hypo hem fataal geworden terwijl hij er zoveel heeft gehad?
3:         Heeft hij zich in die laatste split second gerealiseerd dat hij bezig was te overlijden en is hij toen inderdaad even verschrikkelijk boos geworden?

Het zijn de open einden bij een leven dat als open einde tot staan werd gebracht; die je niet oplost met een jaar rouwen; die ik me waarschijnlijk zelfs op mijn sterfbed zal afvragen. Het zijn de open einden waarmee wij nooit kunnen leven maar het desondanks moeten. Hoe onbevredigend wil je het hebben? Zelfs als je weet dat hij er altijd zal zijn (‘Information is never lost’)? Want hij is er wel maar hij is er vooral niet.
Niet als broer en beschermer van zijn broertje dat juist deze dagen heeft besloten om een werkstuk te schrijven over diabetes maar daar nog niet zo heel veel van begrijpt en in zijn Voorwoord noteert dat hij het maken van het werkstuk moeilijk vond omdat het hem zoveel verdriet deed. Tien jaar.
Niet als stiefzoon die na jaren van verzet zich helemaal gaf aan zijn stiefmoeder die van hem houdt alsof het haar eigen kind is en voor wie het verdriet van het missen zo groot is.
Niet als mijn zoon in wie ik het afgelopen jaar zoveel over mijzelf leerde kennen en waarop ik zo onvoorstelbaar trots was.
Die David die ten slotte verhuisde naar Zorgvlied met zijn organen in een vochtabsorberende envelop onder zijn ribbenkast vanwege de autopsie die helemaal niets aan het licht bracht en daardoor in zijn dood niet eens zichzelf kon zijn. Mijn beschadigde David met zijn beschadigde leven en zijn beschadigde lichaam.

Zo zijn wij uit balans gebracht met de onuitgesproken opdracht om ons evenwicht te hervinden want David wenste dat wij gelukkig zouden worden: “En weer door!” Hoe vaak houd ik me dat niet voor? En hoe vaak hoor ik dat ook van andere ouders die hun kind verloren. Op de een of andere manier krijgen ze altijd als boodschap mee dat hun kind wenst dat ze gelukkig worden en vrede hebben met het idee dat hun kind er niet meer is. Mijn rouwproces helpt me bij het realiseren van die wens. Hoop ik. Daarom heb ik SONY DSCvan de naderende 4e april een mentale grens gemaakt. Daarna moet ‘alles’ ‘anders’ zijn. Geen idee hoe dat moet of gaat – maar het is een stimulerende gedachte. Tegen beter weten in. Ik denk dat ik vooral mezelf moet toestaan om meer ruimte voor mijn eigen leven te creëren. (Jaja, weer zo’n zogenaamd diepe uitspraak die ergens nergens over gaat).
Godverdomme David, ik kan je niet levend denken, het jaar ging te snel en als er een ding duidelijk is dan is het dat je niet en nooit te redden was. Evenmin kan ik die eeuwige vragen beantwoorden, ik kan je alleen maar koesteren in mijn hart en herinnering.

Rouwen is vluchten. Rouwen is verzet. Rouwen is het ondenkbare onder ogen zien. Rouwen is voor altijd – al gebeurt het in mijn geval  niet langer elk moment van de dag. Eerder stiekem. Terloops. Rouwen is hopen op het wonder dat nooit komt. (Zie hoe ‘wonder’ zonder –er een heel andere betekenis krijgt. Taal in dienst van het overleven, terwijl tegelijk woorden tekort schieten. Als taal zelfs tekort schiet, hoe zou ik het dan wél kunnen?)
Rouwen is het hervinden van het wankel evenwicht, de grond stabiel onder je voeten. Rouwen is voor niemand hetzelfde: wie zijn kind verliest aan kanker rouwt anders dan wie zijn kind verliest aan een verkeersongeluk rouwt anders dan wie zijn kind verliest aan een bombardement rouwt anders dan wie zijn kind verliest omdat het vliegtuig waarin het met vakantie ging uit de lucht werd geschoten rouwt anders dan wie zijn kind verliest omdat het zelfmoord pleegde en rouwt anders dan wie zijn kind verliest aan het falen van zijn hart.
Wij zijn de achterblijvers
de thuisblijvers
de ongewissen
de zoekers
de verdwaalden
de vluchters
de eenzamen
de het-gaat-wel-weerders
de dodenvereerders
de leven verweerders
de veroordeelden
de in standhouders
de ontkenners
de erkenners
de gewonden
de gekken en
de dwazen
want diep van binnen blijven we hopen op dat wonder, zoals alleen gekken & dwazen dat kunnen. Zo heb ik nog enkele weken te gaan tot het Grote Loslaten. Dat is op zich al een wonder.

 

 

 

 

David het nieuwe jaar in – David vertrekt 31


Het is enkele dagen voor de jaarwisseling. De telefoon aan de andere kant van de lijn gaat drie keer over. “Louwman Exclusive,” klinkt de aangename vrouwenstem van de receptie van De Luxe Autodealer, “wat kan ik voor u doen?” “Ik wil graag een afspraak maken voor’n proefrit op  3 januari in de Bentley Mulsanne Speed.” “Ik verbind u door,” klinkt het zakelijk en vriendelijk tegelijk.

“U spreekt met Jacques Mulder. U wilde de Mulsanne bekijken?” er klonk enige aarzeling in de vraag. “Nou, vooral een proefrit maken. Ik heb namelijk serieus interesse in deze auto. Dat zit zo. Ik win komende donderdagnacht de Oudejaarsloterij van de Staatsloterij en ik ben ontzettend toe aan een nieuwe auto. Mijn Peugeot 203 uit 1995 overleeft de APK niet meer.” “Dat begrijp ik, meneer, Peugeot 203 leuk karretje voor de minvermogende. Mag ik u bij voorbaat feliciteren met uw prijs? Daar kunt u best een paar Bentley’s voor aanschaffen. Of een andere mooi merk. Heeft u al eens gedacht aan de Maserati eventueel een Rolls Royce? Ik heb hier een hele fijne convertible staan…”
“Nou, voorlopig is een genoeg hoor.Wat ik eigenlijk het leukste vind aan de Mulsanne, is dat er standaard twee City Umbrella’s worden bijgeleverd en vooral die Frosted Glass Refrigerated Bottle Cooler with Bespoke Crystal Champagne Flutes.
“Ha! U rijdt dan wel in een eenvoudig Peutertje maar ik moet zeggen, mijnheer heeft smaak. Prima. Dat mogen wij graag horen. Ik zal ook zorgen dat de  Maserati Ghibli 3.0 S Q4 voor u klaarstaat. Gewoon om te vergelijken. Maar eh, ik wil niet onbeleefd zijn, weet u zeker dat u de winnaar bent? Er hebben namelijk vandaag al vijf mensen gebeld die zeggen dat ze donderdagavond de Staatsloterij winnen.”
Shit.
“Oh, dat wist ik niet. Mijn zoon had mij beloofd ervoor te zorgen. Hij is nog niet zo lang geleden overleden en laatst had ik contact met hem en toen vroeg ik of hij ervoor kon zorgen dat ik zou winnen.” Het is even stil in de mond van de heer Mulder. Dan vervolgt hij:
“Tja, dat zeiden die andere bellers ook. Merkwaardig. Laten we afspreken dat u na de trekking nog even belt om uw komst te bevestigen. Dan houden wij de Bentley en de Maserati voor u vast. Is dat een idee?” Ik denk even na. Hij neemt mij niet serieus. Terwijl ik toch in het hiernamaals een hele sterke troef heb. Maar blijkbaar zijn er meer met rechtstreekse contacten aan gene zijde. Lastig. Ik wil niet nu al door de mand vallen. “Ja,” zeg ik zo kalm mogelijk, “dat lijkt me een goed plan. Dan probeer ik nog even contact te zoeken met mijn zoon – al heb ik geen idee wat hij momenteel uitspookt. Goedemiddag.”

Flauw woordgrapje om te zeggen dat je niet weet wat je dode zoon uitspookt. Maar het is eruit voor ik het weet en het zal meneer Mulder waarschijnlijk niet eens zijn opgevallen. Als ik later die avond David in gedachten spreek, vertelt hij me dat hij al een week voor de trekking heeft geprobeerd in de buurt te komen van de computer die de trekking van de Staatsloterij verzorgt, maar dat het toen al dringen was van al die zielen die hun nabestaanden wilden verrassen met de hoofdprijs. “Gekkenhuis, Pap, hysterisch gewoon.” Later was hij nog eens langsgegaan en toen was het bij de Staatsloterij helemaal een mêlée aan zielen die elkaar het licht niet in de ogen gunden. Maar goed, hij zou de 31e zijn best voor me doen, hoewel ik het hem niet kwalijk moest nemen als… En zo voort. Harde wereld. Dat je kind overlijdt is nog tot daar aan toe. Maar dat het vervolgens niet eens zijn taak als schutsengel fatsoenlijk kan uitoefenen, nee. Nog enkele dagen te gaan en dan is het Oudjaar.

Op 2 januari bel ik de autodealer en zeg het voorgenomen bezoek af. Met excuus van David. “Geen probleem,” zegt meneer Mulder, “ik ken het gevoel. Ik heb ook niks gewonnen, maar ik heb ook geen gestorven familielid. Succes met uw barrel uit 1995.” “Hoepel op, sukkel,” antwoord ik vriendelijk en druk hem weg.
De man in de kroeg aan wie ik dit verhaal vertel kijkt mij verbijsterd aan. “Heb je dat echt gedaan?” vraagt hij ongelovig. “Helaas niet,” beken ik, “maar ik had wel een Staatslot en mijn zoon is echt dood.” “Life sucks, jongen,” zegt hij. Ik knik. Ja, life sucks. Death ook, trouwens.

Oudjaar. Mijn volwassen leven lang bak ik op 31 december oliebollen. Ik heb een mooi recept dat zorgt voor oliebollen die bijna pure patisserie zijn. Dit jaar vraag ik me af of ik nu wel of niet oliebollen zal maken. Ik ben met Oud & Nieuw alleen (heb een aanbod voor een feestje afgeslagen) en om nou rond begin maart nog steeds met een schaal oliebollen te zitten – nee, dat is geen opbouwende gedachte. Toch blijft het wringen. Waarover maak ik me nou eigenlijk druk? Hoe belangrijk zijn die stomme  oliebollen voor me? Zit ik nou niet expres een potje zielig te doen? Ik deel mijn twijfels met een vriendin, die heel wijs adviseert om ze gewoon wél te maken. “Het is toch traditie voor je? Waarom zou je jezelf straffen? Ik zou ze gewoon bakken en wat je overhebt hang je straks als vetbolletje in de boom,” zegt ze. Shit, wat doe ik moeilijk. Natuurlijk heeft ze gelijk. Door die oliebollen te maken, geef ik mezelf een taakje voor de middag, maar ik maak mezelf ook duidelijk dat het geen zin heeft om het niet te doen omdat die 31e een zware dag is. Immers, David. Ik weet eigenlijk zeker dat hij dit geneuzel  allemaal lulkoek vindt. Dus ik maak mijn 26 oliebollen en voel me daarna opgelucht en trots. Desondanks zeil ik even later weg in een uit graniet gehouwen droefheid. Want, inderdaad, David. Kutzooi.

Op een van de laatste dagen van het oude jaar bezoek ik de overzichtstentoonstelling van Isa Genzken in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Het is een fascinerende verzameling objecten vol maatschappijkritiek op een ‘gründliche’ typisch Duitse manier. Ergens, in de loop van de expositie kom ik deze vensters tegen. foto 1Ik ben al lang gefascineerd door dit soort objecten waarmee je ruimte afbakent en tegelijk nieuwe ruimte creëert. Het is eigenlijk een definitie van architectuur. En van het leven op zich.
Architectuur: stel je staat in een wijds landschap, zonder gebouwen dus je kunt kijken zo ver je wilt. Dan zie je in de verte iemand aankomen die een lange paal in de grond steekt. Vanaf dat moment wordt het landschap in tweeën gedeeld. Een vreemd lichaam is in het landschap geplaatst en dat is direct niet vrijblijvend. Stel je bouwt in dat landschap een huis van drie verdiepingen. Vanaf het moment dat het geraamte staat, een deel van de open ruimte in beslag neemt, gebeurt er iets bijzonders. Binnen de ruimte van het landschap ontstaan nieuwe ruimtes. Straks zullen bijvoorbeeld op driehoog wellicht kinderen spelen. Was te drogen hangen. Spullen worden opgeslagen. Er ontstaan nieuwe wetmatigheden in die nieuwe vorm. Zo is er ineens de mogelijkheid om van etage naar etage te gaan met een vanzelfsprekendheid die niet bestond toen het huis er nog niet stond. Neem wolkenkrabbers. Ik vind het helemaal niet vanzelfsprekend dat die er ‘zomaar’ zijn. Telkens als ik een zie, besef ik hoe bijzonder het is dat iets een functie krijgt vanuit zijn wezen in een omgeving – de open ruimte – waar dat eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. In de open ruimte bestaan geen lift die je in een paar seconden naar de 35e etage brengt. De open ruimte kent geen etages. De vensters van Genzken laten dat proces zien in zijn meest uitgebeende vorm. Bovendien verleiden ze de kijker tot nieuwsgierigheid en ervaren: toen deze opstelling er niet stond, was dit een witte muur die grenst aan een parketvloer waar iedereen langsliep zonder er aandacht aan te schenken. Nu de vensters er staan nemen nieuwsgierige bezoekers de tijd om door elk van de vensters naar dezelfde muur en vloer te kijken. Er ontstaat een andere ervaring van de ruimte. Het is alsof je kijkt door iemands ogen.
Het leven op zich: ieder leven dat ontstaat, is bezig ruimte in te nemen. Vanaf het prilste begin en de geboorte tot de dood aan toe. Hoe ouder je wordt en hoe groter je nieuwsgierigheid is, des te meer vensters zich openen, des te meer antwoorden je vindt op je vragen, des te meer je toeneemt aan betekenis voor anderen. De ruimte die David bezig was in te nemen, de vensters die hij opende, was nog relatief klein en tegelijk al behoorlijk groot. Iedereen die hij toestond om door zijn vensters naar de open ruimte van het leven te kijken, ontdekte de waarde van sociale vaardigheden, leerde van zijn interesse in menselijke contacten, ervoer zijn kracht als bindende factor en werd geïnspireerd door zijn talent als debater en als hockeyer.

Het is intussen 6 januari. In de aanloop naar Oud & Nieuw noteerde ik dat ik doodsbenauwd was voor het nieuwe jaar: hoeveel ellende zou er nu weer over mij heenrollen? Ik kon slechts door de donkerste vensters naar 2016 kijken en bittere grappen maken die alleen ik begreep. Maar het werd vanzelf 1 januari, en 2 en 3 en 4 enzovoort. Bijzonder genoeg voelde 1 januari anders aan dan de dagen ervoor. Er waren geen gitzwarte vensters meer waarin de somberste vooruitzichten spiegelden. Er was geen angst. Geen verdriet. Alsof ik mijzelf door een sleutelgat had gewurmd en terecht was gekomen in een andere tijd/ruimte-ervaring. Alsof de symboliek van Oud & Nieuw die nacht als een wolkenkrabber de open ruimte van mijn leven had ingenomen en mij had meegevoerd naar de hoogste etage, boven de wolken in zuiverend zonlicht. Met hoopgevend uitzicht.
Dit is eigenlijk geen tekst voor mij. Ik metafoor niet graag tenzij functioneel. Nog minder heb ik sinds Davids overlijden iets met horoscopen, tarotleggingen, uit- of intredingen of wat dan ook. Wellicht komt het doordat de Maan dezer dagen in het teken van de Kreeft staat – je weet het niet, hè?

Desondanks is het intussen 6 januari en ik heb besloten dat het nieuwe jaar het best bekeken en ervaren kan worden als door de open vensters van Genzken. “En weer door in 2016.”
Zo begint het nieuwe jaar: met de schoonheid van mijn roestbakje dat straks zijn APK niet meer haalt, met 4 april de eerste herdenking van Davids overlijden en verder met veel open ruimte om van te genieten. We zien wel wanneer life weer sucks.

 

 

 

David’s December – David vertrekt (30)


Goede voornemens: 31 december, 00.00 uur.
Stilstaan bij het afgelopen jaar: 31 december 00.00 uur.
Stilstaan bij het nieuw jaar… Ik moet er niet aan denken.
Oud & Nieuw is zo symbolisch, vol traditie en betekenis dat je bijna erin gaat geloven – terwijl het natuurlijk een dag is als alle andere, 24 uur inclusief zonsopgang en -ondergang. David was op die avond nooit thuis. Natuurlijk niet. Voor hem was het partytime. Dus schoot ik altijd namens hem een vuurpijl af en wenste hem in gedachten alle geluk van de wereld.

2014 was een heftig jaar: ik had mijn leven compleet en hardhandig binnenstebuiten gekeerd (plus de levens van veel dierbaren). Bovendien moest ik afscheid moest nemen van een van mijn fijnste projecten ooit: galerie De 7e Hemel. Dat leverde een verbitterd Oud & Nieuw op waarvan ik achteraf zou kunnen zeggen dat het boordevol aanwijzingen zat voor het afgelopen rampjaar. Maarja,  achteraf met de ‘wijsheid’ van nu.
Nog even en 2015 kan worden afgesloten. Vrienden informeren hoe het nu gaat en hoe we de feestdagen denken door te komen. Of sturen goedbedoelde, onhandig geformuleerde wensen als “We hopen dat je wat moois van 2016 weet te maken”. Bedankt. De waarheid is dat ik scared as hell ben voor het nieuwe jaar.

In zo’n ‘hoe gaat het nu’-gesprek kreeg ik onlangs nog een Davidanekdote cadeau. Een kennis deed enkele jaren geleden een klusje in mijn huis. David was daar ook, samen met een vriendin. “David kwam naar mij toe en vroeg of ik hem even vijf euro wilde lenen. Hij zou het de volgende dag terugbetalen. Ik heb het geld nooit gekregen. Toen ik hoorde dat hij was overleden, dacht ik direct ‘naar die vijf euro kan ik nu ook wel fluiten’.”
Hoe bot kun je zijn? Ik pakte mijn portemonnee en gaf direct vijf euro aan de kennis met ‘excuus van David’. De kennis voelde zich duidelijk ongemakkelijk maar accepteerde het geld. Het leek op die wrange mop die mijn moeder graag vertelde: Sam is geld schuldig aan Moos en moet het uiterlijk de volgende dag betalen. Hij kan er niet van slapen. Saar, vrouw van Sam, vraagt wat er is. Hij legt het uit. ‘Is dat alles?’ vraagt Saar. ‘Ik los het op.’ Ze belt Lea en zegt: ‘Mijn Sam moet aan jouw Moos morgen geld geven. Maar dat heeft hij niet.’ En hangt op. ‘Zo,’ zegt Saar tegen Sam, ‘opgelost. Nou kan hij niet slapen.’
Toen bij David Diabetes was geconstateerd, vier jaar oud, belde ik mijn ziektekostenverzekeraar. Ik wilde weten of de ziekte consequenties had voor zijn verzekering.. Er ontspon zich een surrealistisch gesprek waaruit bleek dat aanvullend verzekeren onbespreekbaar was. Ik werd steeds bozer. Ten slotte riep de man aan de andere kant van de lijn: “Maar begrijpt u het dan niet, we verzekeren toch ook geen brandend huis?”
Mijn kind, vier jaar oud, brandend huis. Ik heb dat gesprek nooit van mij kunnen afschudden. Het kwam op volle sterkte terug die avond op 4 april toen om half twaalf de twee agenten aan mijn eettafel plaatsnamen en vertelden dat David ‘s ochtends was overleden. Brandend huis tot de grond toe afgefikt.

David heeft zijn eigen boom gekregen. Uit wit karton heb ik rondjes geknipt en daarop foto’s geplakt: van hem alleen, met Daniël, met Daniëlle, met Manouk – zijn eerste Grote Liefde, met mij (die gedenkwaardige keer dat ik zijn stropdas knoopte). De piek is een witte engel met als hoofd de foto waarop hij, stevig blowend, glunderend de wereld inkijkt. Ik hoop dat zijn ziel zich net zo gedraagt. Op verzoek van Daniël hebben we er ook een paar kerstballen bij gehangen: “Anders is het geen kerstboom, Pap.” Ik zit graag naast die Davidboom. De ruim 30 verschillende foto’s geven me rust, maken me op een bepaalde manier ook blij. David is hier even dichter bij mij.

foto 1-6

Kerst, Oud & Nieuw: het is alles leunen op idiote symboliek. De geboorte van het Kerstkind als basis van een boom die een overledene eert: begin en eind verstrengeld in een rare verbondenheid. Met een wrange bijsmaak: niemand weet of dat Kerstkind ooit echt is geboren maar die dood van dat andere kind, mijn kind, die is wel echt. Fucking echt. “Als ouder van een gestorven kind heb je levenslang,” zegt iemand tegen me. Ja, zo voelt het inderdaad. En waarschijnlijk zal dat Kerstkind mij daaraan elk jaar opnieuw herinneren. Het Kerstkind als Portier van de dood.

“You are born and then you die”.

Over vier maanden is het alweer april en overlijdt David wat mij betreft pas werkelijk. Het afgelopen jaar heb ik hem levend gehouden met deze blogs, met herinneringen, met het bouwen aan zijn graf. Schijnbewegingen. Meer was het niet. Noodzakelijke schijnbewegingen om het gevoel van een definitief afscheid uit te stellen. Ik vermoed dat ik het aankan om hem op 4 april echt los te laten, ondanks het ‘levenslang’ dat hem tot aan mijn dood en ‘ver daar voorbij’ aan mij kluistert (citaat uit Toy Story, favoriete film van David en mij. Ook: ‘Jij bent een raar mannetje!’ Buzz tegen Woody) .

Zo ontdek ik per blog wat rouwen en rouwarbeid eigenlijk inhoudt. Het is klaarkomen met teleurstelling, met je ontdekking van het onvermogen om een dierbare overledene terug te krijgen. Mijn verdriet gaat minstens voor de helft daarover. Onmacht die ontstaat uit verzet tegen iets waartegen het zinloos is om je tegen te verzetten. Naarmate de tijd verstrijkt groeit dat besef. Daar kunnen gemakkelijk maanden overheen gaan. Of een jaar. Of langer. Zolang je je verzet, houd je de overledene gevangen. Hoe liefdevol je rouw ook is. Ik sta mijzelf toe om tot 4 april 2016 David voor mijzelf te houden – hoewel hij waarschijnlijk vindt dat het nu al mooi is geweest.

 Als iemand mij vorig jaar op 31/12 om 00.00 uur had gezegd: “Je zoon gaat dood over een maand of wat en verder is het ook nogal een kutjaar voor je…” hoe had ik dan gereageerd? Ik denk dat ik vol ongeloof en voor alle zekerheid achter elkaar een fles champagne naar binnen had gewerkt. Het idee dat achter de deur van het nieuwe jaar een verdord en deels verbrand landschap schuilging. Waar gieren klapwiekend met smeulende vleugels vochten om brokken verkoold vlees. Waar op een begraafplaats in de verte een vlag wapperde waarop Davids portret…
“Wat doe je met Oud & Nieuw?” Nou, eh… gewoon.  Ik zie er verschrikkelijk tegen op. Omdat Davids sterfdatum dan langskomt. Maar vooral omdat ik geen enkel vertrouwen heb in het nieuwe jaar. Natuurlijk heb ik ‘de bodem van de put’ bereikt met Davids overlijden, dat garandeert echt niet dat 2016 een schadevrij jaar wordt. Ik denk dat ik Davids motto uitroep tot thema van 2016.

Hij komt in elk geval langs op eerste Kerstdag. Veel van zijn vrienden zijn hier ’s middags en als die er zijn, is David er ook. Op tweede Kerstdag gaat hij meestal met zijn moeder en zus naar de bioscoop. Vaak naar de nieuwste Harry Potter of In De Ban van De Ring. Met Oud & Nieuw zien we hem nooitt. Dan is het partytime in Amsterdam. Maar om 00.00 uur komt er altijd wel een appje van hem binnen.

“En weer door”
in 2016
en ver daar voorbij…