Jakob de Jonge en wat nog niet gezien is


‘Schoonheid,’ zegt Jakob, ‘wil zeggen dat iets mooi is wat ongerept is. Ik wil schilderen wat nog niet gezien is. Ik verzet me tegen het pessimistische denken dat je op dit moment veel om je heen hoort. Ook in kunstenaarskringen.Schoonheid kun je overal ontdekken: in het leven, in gedroomde landschappen, in karakters van mensen, maar bijvoorbeeld ook in propagandafoto’s uit de Sovjettijd of uit de tijd van Mao.’

Jakob de Jonge werd opgevoed met de opvatting dat men iets nuttigs dient te doen in dit leven. Niet zo vreemd met een vader die predikant is. Dus besloot hij godsdienstfilosofie te studeren, aangevuld met een minor ontwikkelingsstudies.  Het was onvoldoende  voor hem, zegt hij nu. In deze studies was niemand geïnteresseerd in wat jij als student van een vraagstuk vond. Het bleek voornamelijk literatuurstudie, waarbij vooral de opvatting van al die invloedrijke geschriften en gerenommeerde geleerden belangrijk is. Niet die van jou als student. Als je aan het eind van je academische carrière één oorspronkelijke gedachte zou formuleren, gold dat al bijna overmoed. Immers, over de zoektocht naar de Zin van het Bestaan bestaat al zoveel literatuur. Dus wie ben jij eigenlijk in vergelijking met figuren als Plato, Aristoteles, Spinoza, Hegel of Heidegger?

jakob-de-jonge-source-170-x-240-cm-acryl-op-doek

Na zijn afstuderen ging Jakob aan de slag bij Justitia & Pax, een wereldwijde organisatie voor mensenrechten. Hij bleef daar precies vijf jaar en vond het een tijdlang een nuttige baan. Ontmoette verlichte mensen – straks meer daarover – die hij waarschijnlijk zijn levenlang bewondert. En kreeg van zijn vriendin een schildercursus cadeau.

Nadat vervolgens zijn schilderdocent hem adviseerde naar de Kunstacademie te gaan, maakte hij de stap naar de Kunstacademie Den Haag.

Daar ontdekte hij hoe je in alle vrijheid kunt studeren. In vergelijking met zijn eerdere universitaire studie, was de Kunstacademie een verademing.

‘Op de academie doet het er helemaal niet toe wat je allemaal niet aan kennis bezit over bijvoorbeeld de kunstgeschiedenis of over andere kunstenaars,’ zegt hij. ‘De aandacht gaat meteen uit naar jou als individuele student. Vanaf het allereerste begin is het daar van het hoogste belang om te achterhalen wie jij zelf eigenlijk bent en wat jij te zeggen hebt aan de wereld, door middel van je kunstwerken.’

jakob-de-jonge-70-x-100-cm-fog-acryl-op-doek

Tijdens deze studie leerde hij vooral ‘zien’.Leerde op zoek te gaan naar het verhaal achter het verhaal. Leerde zoveel over compositietechniek (‘je moet weten wat je wilt zeggen, dan volgt de techniek vanzelf ‘– ‘je compositie moet wel kloppen’), leerde scherp te kijken, letterlijk vanaf één stoel voor de inhoud en vanaf een tweede stoel voor de vorm, leerde over de houding die je moet aannemen om een goed schilderij te maken (‘een groot schilderij moet ook op de vierkante centimeter kloppen’). En ontdekte de meergelaagdheid van het schilderen. De vorm – ‘dat is waarmee je een schilderij binnenstapt’ en de inhoud – ‘wat nog niet gezien is, kun je ook politiek vertalen’.

jakob-de-jonge-love-beard-170-x-120-cm-acryl-op-doek

Jakob kan zijn religieus/filosofische achtergrond niet helemaal loslaten en zijn ervaringen in het werken met mensenrechtenactivisten al helemaal niet, wordt in ons gesprek al snel duidelijk. Als we komen te praten over de ‘schoonheid in karakters’ vertelt Jakob vol passie over Sylvestre Bwira, een Congolese strijder voor de mensenrechten die hij regelmatig ontmoet. ‘Wat Sylvestre bijzonder maakt,’ vertelt hij, ‘is iets dat ik heel vaak bij dit soort mensen ben tegengekomen. Het is het met doodsverachting tegen de stroom ingaan. Je doet iets absoluut niet uit eigenbelang, maar omdat het ‘gewoon’ moet. Veel van deze mensen, hebben de dood vaak letterlijk in de ogen gekeken. Die hoef je niets meer te vertellen over hoe je naastenliefde uitvoert, die zijn door hun uiterste grens gegaan. Dat zijn zulke bijzondere karakters, zo gezuiverd door alle ellende die ze hebben meegemaakt en overleefd. Ik heb daar alle bewondering voor. Dat laat me ook niet los. Zij hebben een soort optimisme dat lijnrecht ingaat tegen het doemdenken dat je hier veel tegenkomt. Dat soort positieve energie kan kunst ook overbrengen.’

Jakob schildert in felle acrylkleuren. Gedroomde steden waarboven als een UFO een eiland zweeft vol frisse groene bomen, struiken, planten. Een bomengroep in strak architectonisch gelid. ‘De natuur is voor mij een verwijzing naar het ongerepte,’ vertelt Jakob, ’naar het paradijs.’

Ik merk dat hij dat met enige aarzeling zo zegt. Want bijvoorbeeld zijn boom, die hij als een atoompaddestoel laat oprijzen uit de binnentuin van het Pentagon, heeft allerminst paradijselijke trekken. Als je goed kijkt zie je dat de takken en bladeren bestaan uit allerei agressieve voorwerpen: geweren, raketten – noem maar op. Maar goed, die boom onstaat dan ook uit het Pentagon en dat is een heel eh… bijzonder paradijs.

jakob-de-jonge-i-have-a-drone-170-x-250-cm-acryl-op-doek

Hiermee hebben we wel de ware Jakob te pakken denk ik. Want als iets meergelaagd is, dan is het zijn visie op ‘schoonheid’. Meer en meer besef je als kijker dat Jakob’s vrolijke kleuren, opmerkelijke perspectieven en onverwachte combinaties een geladen boodschap bevatten. ‘Schoonheid’ is in de handen van iedere beeldend kunstenaar een ander begrip. In de handen van Jacob is het de schijn van de ongereptheid, de vaak bijzondere toepassing van het perspectief en vooral de soms merkwaardige combinatie van zogenaamd wezensvreemde elementen, als Osama bin Laden omgeven door paradijsvogels. Het zijn stuk voor stuk verhalen in verhalen, waarbij niet lijkt wat het is. Bovendien zijn het geen vrijblijvende verhalen in de meeste gevallen. Je kunt zeggen dat Jacob een nieuwe ‘ongereptheid’ creëert die soms behoorlijk schuurt.

‘Maar,’ zegt Jakob,’als je mijn politieke boodschap niet wilt zien, vind ik dat ook niet erg. Ik wil niks opdringen. Het is alleen wel mijn persoonlijke fascinatie. Kunst is voor mij eigenlijk altijd politiek geladen. Het is ook een middel voor propaganda. Nouja, wat is eigenlijk geen propaganda. Alles dient een doel, alleen wij zijn ons lang niet altijd daarvan bewust. Die boodschap heeft zijn eigen schoonheid, die wil ik blootleggen, weergeven. Want dat is wat ik toch het meeste wil: schilderen wat nog niet gezien is.’

Van 21 september tot 13 oktober exposeert Jakob samen met Marit Dik bij Galerie Helder in Den Haag. De opening is op 21 september vanaf 16:00u. De titel van de expositie is ‘The Ideal World’. Zie ook: www.galeriehelder.nl/exhibitions?id=57.

Van 2 tot 6 oktober vindt de eerste professionele kunstbeurs van Den Haag plaats: Art The Hague. Op deze beurs is werk van Jakob te zien bij de stand van Galerie Helder. Zie voor meer informatie over deze beurs: www.artthehague.nl.

Meer informatie is ook te vinden op zijn website: www.jakobdejonge.com

Kunstpraat 1 juli 2013: Leonard en Jans – paar apart


Gisteren had ik de eer om een bijdrage te leveren aan de vernissage van ‘Mirror of the Unknown’ – de expositie in Galerie Helder, Den Haag, van Jans Muskee en Leonard van de Ven. En aangezien de mannen bij het inrichten van de expositie hadden bedacht dat hun werken ‘ergens’ goed op elkaar aansluiten, had ik bedacht dat ik die vermeende symbiose tot onderwerp van mijn afhechting zou maken. En er een fysieke symbiose aan toevoegen. So far, so good.

 Ik gaf een korte inleiding over mijn haagsche roots – mijn eerste jaren bracht ik op steenworp afstand van Helder door in de Anna Paulownastraat, schuin tegenover bloemenmagazijn Kooijman tegenwoordig Galerie Livingstone, altijd leuk om te vermelden – en stapte snel over naar de werken van Leonard en Jans en de manier waarop ze elkaar versterken.

Nou is dat niet zo moeilijk, want leg twee willekeurige afbeeldingen naast elkaar en met een beetje fantasie kun je beweren dat ze elkaar aanvullen, samen een verhaal vertellen en voor elkaar gemaakt lijken te zijn. Maar het leuke van Jans en Leonard is dat ze ieder zo’n ander handschrift hebben, dat het ook nog spannend wordt om te kijken waar die gewenste symbiose tot stand komt. Bijvoorbeeld hier:

foto-2

met daarnaast:

foto-1

Jans schildert met zichtbaar plezier vrouwen – dat is intussen bekend, en in deze serie voegt hij telkens iets toe aan dat beeld. De ene keer is dat een rolletje papier, zoals hier. De andere keer is er een vrouwenportret waaronder een soort notenkrakers hangen. Eigenlijk is Jans in zijn eentje ook bezig verbanden te creëren. Persoonlijk vind ik dat dat weinig toevoegt, en dat het zelfs hier en daar een hoog ‘sta-of-ik-schiet’-gehalte heeft, maar oké het kan ook heel integer geïnterpreteerd worden als de volgende fase in zijn oevre.
Leonard is veel ingetogener in zijn aanpak. En alleen al daarom is het leuk om een aantal werken van de mannen naast elkaar te hebben. Zoals deze combinatie waarin Leonard ons een somber bos geeft, waarin in het midden een naakte man die min of meer leunt op een schep. Je hoeft niet eens zo creatief te zijn om een verhaal te laten ontstaan tussen deze werken.

Veel lastiger wordt het in deze combinatie:

foto-3

foto-4

Jans bouwt een plateau met daarop een mini-tuinscherm en daarachter een groot ‘doek’ van een gehurke vrouw. Daarnaast hangt deze Leonard, een van de meest intrigerende van allemaal. Voor Leonard is hier de symboliek van de ‘heerser’ en het ‘spel en de knikkers’ – die je denkt in een bepaalde richting te kunnen schieten, maar die gewoon hun eigen baan nemen.

En nu ik er over nadenk, is dat eigenlijk ook wat aan symbiose niet gebeurt tussen deze werken. Ze kiezen hun eigen baan. Maar goed, het blijft interessant om op deze manier te praten over beeldende kunst en bovendien vinden Leonard en Jans dat hun werken wel degelijk elkaar versterken.
Dus had ik bedacht om die symbiose ook verder tastbaar te maken door de mannen aan te zetten tot een spelletje Twister. Ik liet de aanwezigen vragen aan beiden opschrijven en kon zo per twisterhandeling telkens een vraag stellen en laten beantwoorden. Nou kun je dat leuk bedenken, maar wat je niet wilt is dat een van je slachtoffers net daarvoor door zijn rug is gegaan. Zoals Leonard. Oeps, daar gaat je gedroomde letterlijke symbiose. Leuk werd het overigens wel. En nog even scherp ook – qua vragen en discussie en dat is ook wat waard.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Achteraf kun je ook nog stilstaan bij de vraag hoe het komt dat juist Leonard last heeft van zijn rug, terwijl de oudere Jans soepel als een sater over de stippen van Twister bewoog. Maar die kant van de psychologie heb ik nog niet voldoende onder de knie.

Kunstpraat KunstRai 18,19.5.2013: Zou ik gaan of zou ik niet – ja, vanwege Jakob de Jonge


Je hebt dit weekend toch weinig te doen. Je vindt dat je het toch een keer gedaan moet hebben. Je wilt met eigen ogen zien of die KunstRai nou wat is of niet. Je hebt gewoon trek in een lading beeldende kunst. Zoiets. Dus je gaat wel.

Dat is prima. Vergeet dan vooral niet langs te gaan bij Galerie Helder. Altijd goed voor veel nieuws dat de moeite waard is. Ze staan er een beetje onhandig bij (vind ik), maar er is veel te zien. Werkjes van Manou Bayens bijvoorbeeld, die hopelijk nou eindelijk eens besluit om groter te gaan werken. En een werk van Jakob de Jonge. En dat is echt de moeite waard.

Misschien komt het door zijn achtergrond als ‘theologisch filosoof’ – als ik het zo mag samenvatten – in combinatie met zijn opleiding tot beeldend kunstenaar en zijn werk als Human Rights Watch Officer. Maar zijn acrylschilderijen ademen een niet-westerse kijk en sfeer uit. Dat komt natuurlijk mede door het acryl, waarmee ja al snel een uitgesproken statement kunt maken. Maar het komt ook door zijn typische vormtaal, perspectiefkeuze en beeldtaal. Sohee. Ik bedoel maar. Jakob de Jonge mag er gewoon zijn. Het is lekker werk. Van deze tijd. Verhalend. Spannend. En hartstikke concreet. (dat mag weer, volgens insiders).

Het is niet het type werk waarover ik zo lyrisch word als met die andere kunstenaar die je beslist moet bekijken, Hervé Martijn, bij galerie Wilms. Dat laat het werk niet toe. Het is meer werk dat je kunt bewonderen om zijn eh… oorspronkelijkheid, om zijn ongewone benadering – de ene keer in onderwerp, de andere keer in keuze van perspectief, of in vertelling. Pardon? Ja, vertelling. Want het zijn pure acrylverhalen die Jakob vertelt. Hier is alvast een voorproefje.

2013-s-4a

 

2013-s-6

 

2012-s-8

 

2012-s-5

 

2012-s-4