Kunstpraat 1 en 2 augustus 2013: Olga en Co – Wiese en Westerik


En café de Vlaamsche Reus. Want daar begon het. Leven. Drinken. Versieren. Lullekoek en studentensores. In Groningen. Zoete herinneringen en blijkbaar niet alleen voor mij. Want naar aanleiding van een andere opmerking over de ‘Reus’ in een van mijn blogs twitterde all the way from Canada Judith van Praag met de vraag of ik wist van wie de schilderijen waren die daar aan de muur hingen.

Ik schreef haar terug dat ze mij aan Berserik deden denken, maar ik bedoelde Westerik (1924), maar zij bedoelde iemand anders schreef ze en een paar dagen later twitterde ze triomfantelijk ‘Bingo’ want iemand anders had haar verteld dat het schilderijen waren van Olga Wiese.

En dat prikkelt de mens. Dan wil hij meer weten. Dus de mens gaat graven en stuit al snel op Olga, bijna in levenden lijve op YouTube bij een expositie twee jaar geleden in Eelde. En van daar naar haar site is het nooit ver en dus komt de gravende mens terecht bij een ‘Realist’, vergeet die term. Maar vergeet Olga (1944) niet, want zij is in haar genre hartstikke interessant. Een paar voorbeelden:

02-mevrouw-staartjeskopie

en:

18-wallflowerskopie

Maar ook deze en dat is toch een soort bruggetje naar mijn associatie met Westerik:

08-greenlandkopie

dit dus zijnde Olga (2000-2008), en dit dus zijnde Westerik in 1979:

img_6316c900cf922531c7714f683a390c1e.jpg_2_a4edc53d33cc6197be80e291757cb2eb

Het heeft natuurlijk weinig te betekenen, en er zijn wel meer slootjes geschilderd die naar de horizon wandelen, maar de overeenkomst is wel treffend. Ware het niet dat Olga haar werk schilderde toen de Vlaamsche Reus in de Poelestraat allang was ontmanteld.

En omdat Olga ‘realist’ is en omdat Co niet minder realistisch is, is het aardig om die twee enigszins aan elkaar te koppelen. Zeker de vroege Co, die indertijd precies schilderde waaraan ik behoefte had. Die hele precieze aanpak, dat vaak typische perspectief – het was in de jaren ’70 een geheel eigen stijl, zo ontledend als een botanicus of een grafisch chirurg. Neem het gruwelijke ‘gras snijdt vinger’:

img_934748b540c5b1493b8c562cfe2d8bea.jpg_2_a4edc53d33cc6197be80e291757cb2eb

geschilderd met zoveel gevoel voor detail dat je er onwillekeurig zelf pijn van krijgt. Helaas is hij in het echt niet veel groter dan zo’n 30 x 25 cm en dat is wel jammer, want je zou die snee graag tot pijnlijk grote proporties willen zien afgebeeld. Vinger gaat door gras. Door dor gras. Door dor gras dat snijdt niet elk gras snijdt dit is van dat droge dorre gras dit is gras waar geen voetballer een sliding door maakt dit is gras in het wild maar wat moet die vinger daar nou toe en waarom? Het is een gruwelijke reportage, inderdaad erg realistisch, maar ook vertellend.

Of neem deze:

img_3884b2d3e6941d65fb3de6f71fdb35c0.jpg_2_a4edc53d33cc6197be80e291757cb2eb

Een van zijn beroemdste werken, ‘Schoolmeester met kind’ (1961). De blik van die man vergeet je niet – maar laat je ook achter met vragen. Zoals: is dit nou een aardige man of niet en heeft hij zijn linkerhand om de hals van het kind terwijl hij met zijn rechterhand het hoofdje tegendhoudt of is het een liefdevolle handeling nee dat kan eigenlijk niet het kind kijkt niet blij, het heeft huilerige ogen en een verschrikte mond dus watskebeurd? Is de schoolmeester een sadist-oude-stijl en het kind een kind van alle tijden of is het een hele lieve, troostende persoon? Ik betwijfel het – er is iets aan de hand tussen die twee. Iets dat niet vrolijk is, vermoed ik.
Overigens moet ik ‘ergens’ bij het zien van dit werk denken aan Botero (1964):

Familia_Botero

Of draaf ik nu door? Sleep ik dingen aan de haren? Maakt niet uit. Het is mijn associatie, dus is het goed. ‘Ergens’ is er altijd wel iets verbonden met iets anders, de man in het slootje bij Olga heeft een tegenhanger bij Co en de onderwijzer van Co zou zomaar een noords familielid kunnen zijn van Botero aan wie ik een dezer dagen graag wat meer tekst besteed.

Maar nu terug naar hoe het begon. Of eigenlijk het onverwachte bruggetje dat vanuit Canada werd gelegd naar ‘een stukje’ verleden en vandaar naar de schilder die in mijn Haagse jeugd voor mij het prototype was van Je Ware. En nog steeds maakt het werk van Co uit die tijd dat in mij los. Bijvoorbeeld ook deze zwemmer (1969):

img_123a2da5ba6530318457f27589ebb9f6.jpg_2_a4edc53d33cc6197be80e291757cb2eb

Het zijn stuk voor stuk perspectiefstudies die vervolgens in uiterste perfectie worden uitgewerkt. Geen wonder dat Co een uiterst lage productie kende. En ook geen wonder dat zijn werk bijna technische registraties lijken: intrigerend genoeg, knap genoeg maar ook bijna te afstandelijk – als een botanicus die ontleedt. Ik ontkom niet aan die metafoor.

Maar goed, de cirkel moet rond. Olga – waar ben je? Hier:

10-loner-5kopiecopy_5187

Ze noemt hem de Loner (1985-2000) en ik vind het een mooi beeld om mee af te sluiten. Want het laat zien dat Olga Wiese absoluut kan schilderen en of ze het nou wil of niet behoorlijk dicht in de buurt komt van Westerik. Of, waarom niet, Westerik behoorlijk dicht in haar buurt komt. Het lijkt me een mooie tentoonstelling als die twee ooit samenkomen.

Voor de ware Westerikliefhebber nog het volgende:

Eind 2013 wordt in het Rijksmuseum Amsterdam een nieuw boek gepresenteerd, uitgave Uitgeverij de Kunst Wezep. Prachtige reproducties van 90 à 100 schilderijen met daarbij ideeschetsen en quotes uit Westeriks werkdagboeken. Met medewerking van Véronique Baar en een essay van Hans de Hartog Jager.

Ik nodig mijzelf van harte uit om daarbij te zijn.

Advertenties

Kunstpraat 29.4.2013: de Groningse eenvoud van Leen Kaldenberg


Wat is dat toch met Groningen? Een tijdje geleden schreef ik over Barteld, de schilder die woont en werkt op het Groningse platteland en die eenvoud en kracht bundelt in het prachtigste werk. En nu is er Leen Kaldenberg, die bestaat trouwens ook al weer een tijdje – sinds 1957. Kaldenberg woont en werkt in het Groningse dorp Leermens. En hij stelt zich met zijn temperaschilderijen net zo kwetsbaar op als Brandes.

Het zijn geen schilderijen van enorme formaten, ook daarin kiest hij voor eenvoud. Ik vind dat wel jammer, ik zou diezelfde eenvoud graag eens groot uitgewerkt willen zien. Het zijn werken die vertellen van de schoonheid van een schraal landschap, gedichten bijna die met veel vakmanschap en inzicht zijn gecomponeerd. Ze duwen aan tegen de grens van het abstracte, maar ze zijn zo figuratief als je maar wilt. Het is intrigerend wat er allemaal gebeurt op gebied van beeldende kunst in Groningen. Was er ook ooit niet De Ploeg met onder anderenWerkman opgericht in 1918. Kaldenberg zou er zo deel van kunnen uitmaken.

kaldenberg1

Kaldenberg2

Kaldenberg3

Kunstpraat 14.4.2013: de tastbare leegte van Wim Biewenga


Dit gaat over al wat er niet is. Dit gaat over al wat er is en wat er niet is. Dit gaat over alles. En niets. Dit gaat over de weergegeven en de weggedachte essentie. Dit gaat over rust, zonder ruis. Dit gaat niet over. Dit blijft. Dit is mooi, na de barok die ik de afgelopen dagen op deze plaats het podium gaf.

Ik ben toe aan een moment van meditatie. Even geen beeldend geweld, maar wel geweldige beelden die ontstaan door zaken weg te laten. Ik denk dat Klee hierop jaloers zou zijn geweest. Maar de maker heet Wim Biewenga. Wie? Wim Biewenga. Precies. Daarom. Geboren in Groningen. Je zou bijna zeggen, iemand die met de leegte is opgegroeid en die met zich meedroeg en uitschreeuwde op het doek.  In zekere zin sluit het aan op het werk van Barteld. Ook zo’n man van het Noorden. Die de leegte die hem omringt, vat in prachtig puur werk (ik heb er op Galeries.nl al eens over geschreven).

0168328biewenga_w

Dit werk roept, als elk werk dat ertoe doet, van die typische vragen op over ruimte en eigenlijk ook over tijd. Over vergankelijkheid en eeuwigheid. Over de plaats van het ene vlak ten opzichte van de andere twee. En over de plaats van het middelste vlak ten opzichte van het rode en ten opzichte van het zwarte. En over de rol van het vierkant ten opzicht van de afgeplatte rechthoek. En over de waarde van het krijtwit. Wat het knap maakt is de spanning van de drie figuren ten opzicht van elkaar. De spanning van de suggestie. De tastbare leegte.

Ik weet het uiteraard niet zeker, maar ik kan me voorstellen dat aan dit schilderij een eindeloze reeks vooraf is gegaan, die het steeds net niet was. Tot deze ontstond. En Wim Biewenga zag dat het goed was.

Kunstpraat 8.4.2013: Barend Blankerts slapende man.


‘Bij kachel liggende man’ luidt de volstrekt overbodige titel van dit werk, 125 x 125 cm. En ik herken dit zo ontzettend goed. Eigenlijk bestaat er ook niets heerlijkers dan voor een zoemende kachel aan het eind van de dag plaats te nemen. Je begint min of meer rechtop. Eventueel zelfs op een stoel die met zijn gezicht naar de kachel staat. Je zet je attributen klaar: kopje thee, glaasje wijn, lekker boek, krant – dat soort.

En langzaam, bijna ongemerkt schuif je in de loop van de tijd dat je daar zit onderuit in je stoel, gaat op de grond zitten met je rug er tegenaan, schuift wat verder – staat vertraagd op om nog snel een kussen te veroveren en neemt weer plaats voor de kachel die ijverig doorzoemt. O, goddelijk moment als je ogen langzaam dichtvallen en je weet dat je nu lekker even wegdrijft. Je krult je op, bent allang vergeten wat je aan het lezen was, bent allang vergeten hoe laat het is en wat je verder van plan was, dan bedenk je ineens dat je toch nog wat van plan was maar je gunt jezelf even een minuutje dat al snel uitslaapt tot een uur of twee of twee en een half en je ineens weer wakker schiet uit je droomloze slaap wat is er nog over van je avond? Er zit niks anders op dan op dat moment maar even naar je stamkroeg te gaan. Dat was in mijn Groningse tijd Café De Vlaamse Reus. Bestaat niet meer. Is ook te lang geleden. Net als dat kacheltje, maar nu is er die Groningse schilder die/

slapende man bij kachel

Sommige mensen kunnen alleen maar naar een schilderij kijken vanuit de vraag of ze dat werk zouden willen hebben, thuis ophangen, geld aan uitgeven. Ik vraag me nu af wie dit zou willen komen, waarom. Om het kloeke, maar ook weer niet zo enorme formaat zodat het mooi past boven de 3zits? Om het terloops onschuldig erotiserende beeld – ik kan me er zonder moeite een Reviaans gedicht bij voorstellen. Om het verhaal – alweer: het verhaal– wat je er bij kunt verzinnen op eenzame avonden, of juist op avonden met vrienden: wie ligt daar, wat droomt hij, wat las hij, wat heeft hij gegeten, wie was er met hem die er nu niet meer is want er staat twee glazen, is hij onschuldig, onwetend, had hij verdriet, was hij echt moe – nee dat niet, te gewoon? Om die heerlijke herinnering aan betrekkelijk onbezorgde tijden? Ja, waarom eigenlijk?

Mooi is dat. Die zogenaamd onschuldig slapende man bij kachel roept een wereld aan mogelijkheden op. Zijn gelaagdheid zit hem wellicht ook in het werk zelf, maar vooral in wat het oproept, verbergt en biedt tegelijkertijd. Allejezus!, was je even gaan liggen – gebeurt er dit!