Kunstpraat 22 – 25 september: Angeline’s bed – keramiek.


Op dit moment is in onze galerie De 7e Hemel de expositie ‘Gratis is het Woord niet’ te zien. Ruim 30 kunstenaars reflecteerden op het gelijknamige, ontroerend mooie gedicht van Arnon Grunberg over Hoer C. Het is geen geruisloze expositie. Het gedicht nodigt uit tot behoorlijk expliciet werk op uiteenlopende formaten en in uiteenlopende materialen. Dat maakt het kijken een waar feest. Terwijl ik bezig was met het inrichten, kreeg ik een mailtje dat Angeline Dekker haar oorspronkelijke inzending verving door een nieuwe. Er zat een foto bij van een eenvoudig bedje. Een keramiek bedje. Een eenvoudig, wit keramiek bedje. Een eenvoudig maar vooral reuze kwetsbaar, wit keramiek bedje. Een bloedmooi bedje.

Omdat ik houd van confrontaties en tegenstellingen en dialogen en wat al niet meer om nog meer lawaai en tegelijk echte stilte te veroorzaken, besloot ik om Angeline’s bedje (op witte sokkel, onder perspex doos) een prominente plaats te geven. Tussen Aat Verhoog (Pute C) en Charlotte Schleiffert (Hoer C) in. Tussen € 5.000,- en € 12.000,-. Tussen olie op doek en gemengd/papier.

Daar staat het nu. Onder de prachtige titel “… dat was niet de afspraak”. Het staat daar precies zoals je wilt dat iets kan staan. Kan passen. Het doet precies wat het moet doen. Het creëert ruimte tussen de Verhoog en de Schleiffert. Maar voor alles dwingt het aandacht af, op een manier waarop dit soort fragiele objecten het patent lijkt te hebben. Dat wil zeggen, het verleidt de kijker. Het lokt hem naar zich toe. Het prikkelt de nieuwsgierigheid – meer dat welk expliciet werk ook. Als de bezoeker er eenmaal voor staat, staat hij bijna letterlijk voor een raadsel. Een raadselachtig bed(je). Het matras is verwijderd. De spiralen ook. Alleen de ‘outlines’ zijn over – dunne draden keramiek die samen de bekende geometrische vormen van elk bed vormen: een rechthoek en twee rechthoeken. De essentie van de notie ‘bed’.

Bedje Angeline Dekker

Een tijdje geleden was ik in een kringloopwinkel. Er was een aparte hoek ingeruimd voor bedden. De meeste daarvan waren oud. Niet mooi. Maar zo onmiskenbaar vol verhalen dat je er bijna niet langs durfde te lopen. Ik in elk geval niet. Ik zag er levens in ontstaan en vergaan. Ik voelde er vreugde en verdriet en eenzaamheid. Vooral dat.

Die eenzaamheid vind je ook terug in het bed van Angeline. Je vraagt je af of kwetsbaarheid en eenzaamheid elkaar aanvullen. En verdriet. Het bed van Angeline verdient een plaats bij een verzamelaar die het koestert, bewondert, die er verhalen bij bedenkt en die vertelt aan zijn mogelijk verbaasde bezoek want wie koopt er nou zo’n uitgemergeld bedje? Dan vertelt de verzamelaar over zijn passie voor schoonheid, over de weerloosheid van kunst en over Hoer C, het prachtige gedicht van Grunberg dat Angeline inspireerde tot het maken van dit object van keramiek – dat temidden van alle expliciete lawaai zo knap stand hield. Daarom, zegt hij, daarom moest ik het hebben. Er gaat zoveel kracht van uit.

‘… dat was niet de afspraak”, Angeline Dekker, € 1.350,-

angeline's bed (2)

Kunstpraat 1.5.2013: De broze wereld van Teja van Hoften


Transparant – jarenlang is dit woord te pas en te on- gebruikt om van allerlei te definiëren: werkprocessen, organisaties, relaties, gebouwen, personen zelfs. Daardoor is het woord flink afgevlakt. En er zijn maar weinig contexten denkbaar waar transparant van toegevoegde waarde is.

Een daarvan heeft wat mij betreft te maken met het werk van Teja van Hoften. Voor zover ik weet is zij al jaren bezig zich het wezen van transparantie eigen te maken. Teja is (onder meer) keramist. En dan een van de meest fijnzinnige soort. Het is niet makkelijk om haar werk samen te vatten. Het is emotioneel, diepgravend, vol subtiliteiten en ‘ondraaglijk licht’. Alles wat zij maakt is meer dan poëzie. Het is taal voorbij. Het is transparantaal. Of zoiets.

0166350hoften_t

Het heerlijke is, dat haar werken geen titel hebben. Hooguit ‘textiel’. En dat is mooi. Geen gelul, gewoon een vorm en ‘gewoon’ een aanpak die gewoon uniek is en gewoon voor zichzelf spreekt. Gewoon vreselijk transparant en tegelijk ook helemaal niet. De ruimte tussen de lijnen is namelijk net zo goed ruimte, vulling en object. Dus hoezo transparant.

Maar overdrachtelijk – ja. Wat ik mooi vind aan Teja’s keramiek is dat ze kiest voor die fragiele aanpak, dat ze betekenissen terugbrengt tot oervormen – iets wat ze trouwens ook doet in haar andere objecten. Of het nu het karakter van textiel is dat wordt teruggebracht tot organische structuren, of dat het gaat om de lieve schaartjes van een krab als handschoenen aan een rood draadje. Het zijn verhalen gebakken in subtiele kleivormen, ontleed in textiel of subtiel aangebracht op een klei-ondergrond. Het is te mooi voor platte woorden – wat nodig is, is transparantaal. Pure emotie – zo eh… transparant als wat.

0166413hoften_t

0166414hoften_t