Kunstpraat 24.5.2013: Armando’s zon schittert in Amstelveen


Cynische Amstelveners noemen hun stad (die overigens nog altijd geen stadsrechten heeft) ‘de pyama van Amsterdam’. Ik heb nooit goed begrepen waar dat cynisme vandaan kwam. Goed, Amstelveen is niet Amsterdam en een voorgeschiedenis van turfstekers is evenmin erg avontuurlijk. Maar om het nou een slaapstad te noemen, nee. En in elk geval niet op cultureel gebied.
Binnen een omtrek van een paar honderd vierkante meter heb je hier een fantastisch poppodium, een schouwburg met een nog altijd vooruitstrevende programmering, een volksuniversiteit en een muziekschool, een van de beste bibliotheken van Nederland, een swingende kunstuitleen en twee fantastische musea: het museum Jan van der Togt en het Cobra.

Kunstuitleen Gisteren was ik op bezoek in de Kunstuitleen en het Cobra. De Kunstuitleen is tijdelijk verhuist uit haar prachtige locatie hoog bovenin de bibliotheek naar de veel zakelijker begane grond aan de overkant, pal naast het Cobra. Het resultaat van die verhuizing is een verviervoudiging van het dagelijkse aantal bezoekers. Die vervolgens ontdekken dat de moderne Kunstuitleen van totaal andere orde is dan tot enkele jaren gelden het geval was. Vandaag is een Kunstuitleen zowel galerie, als designwinkel, als locatie voor extra activiteiten en ten slotte ook nog de plaats waar je kunst kunt lenen.

Cobra Pal naast de Kunstuitleen vindt u het Cobra Museum. Momenteel zijn er twee tentoonstellingen die exact aantonen waarom het Cobra een museum is om rekening mee te houden. En om vaker te bezoeken. De eerste is de tentoonstelling rond het multitalent Michael Tedja.

Tedja schildert, tekent, schrijft, praat. Eigenlijk praat hij voortdurend. In reeksen geschilderde collages – ongeveer 400 die samen een verhaal, ‘Snake’ – vertellen. In muurhoge en lange installaties als enorme stripverhalen die de fantasie van een geobsedeerd en gedreven kunstenaar laten zien. De tentoonstelling heeft in de pers unaniem juichende kritieken gekregen en dat snap ik wel. Het is even wennen, maar het kost uiteindelijk weinig moeite om je ervoor open te stellen en je mee te laten sleuren in de maalstroom van Tedja’s bijzondere geest.

Armando De andere tentoonstelling is gewijd aan Armando. Ik ken zijn werk al jaren, kom het ook regelmatig tegen op kunstbeurzen en ik moet bekennen dat ik er niet altijd warm voor loop. Maar in het Cobra gebeurt er iets bijzonders met de Armando’s. Het kan de ontzettend sterke selectie zijn die het team van het Cobra heeft gemaakt van de schilderijen, het kan het licht zijn dat hier sowieso prachtig is – ik weet het niet. Als ergens de Armando’s tot hun recht komen is het wel hier. Plotseling zie je hoe sterk en doorleefd zijn schilderwerk is. Hoe hij onverstoorbaar doorwerkt aan een prachtig oeuvre.

Armando’s zon Het zal wel komen doordat ik nu al twee dagen op mijn blog schrijf over het effect van zonlicht op schilders, dat ik gisteren een dreun tussen mijn ogen kreeg toen ik in het Cobra een van de mooiste zeegezichten van Armando zag. Ook hier voltrekt zich het wonder van het licht zoals ik dat gister en eergister beschreef bij het werk van Wiel Wiersma en Jan de Vliegher. Net als Wiersma is Armando gefascineerd door het licht van de zon, laat hij het licht fel weerkaasten op de golven van een zee die er eigenlijk niet eens zoveel toe doet. Nee, dat is natuurlijk niet helemaal waar. Maar net als Wiersma kiest Armando ervoor om de zon, of eigenlijk de reflecties van de zon een hoofdrol te geven.

foto-1

Om dat te bereiken, kiezen beiden een ruimte – de een kasteelkamers, de ander de zee – die er vooral is ter meerdere glorie van het licht. Bij de een overweldigt het licht de ruimte. Bij de ander overweldigt het licht het water. Glijdt erover heen. Danst van golf naar golf. Schrijft een gedicht in verf op het onrustige water. Maakt het blauw blauwer, de ruimte wijdser, het water ‘oneindiger’.

Hoe knap Armando dat doet, zie je als je dichterbij komt en nog dichterbij. Dan zie je met welke intensiteit de meester zijn verf behandelt.

foto-2

Hoe dichterbij je komt hoe meer je de grammatica van het licht ontdekt.

foto-3

Hoe dichterbij je komt, des te intenser de taal van het licht wordt. Hoe dichterbij je komt hoe meer je ook de letterlijke poëzie van Armando nadert. Het licht in de schilderkunst – ik denk dat het een van mooiste thema’s is om bij stil te staan.

Kunstpraat 4.4.2013: de ware erotiek moet weer aan de muur


Oooo, kom er eens kijijke! Wat ik in mijn tuiuintje vind. We kijken naar het ‘Portrait d’Antoine de la Roque’ van Jean-Antoine Watteau (1684-1721). Het schijnt dat hij met dit soort schilderijen furore maakte in de rococo-salons. Het is een en al zinnebeelding. En dan een van de hoogste soort. Het gaat in dit werk helemaal niet om die Antoine die daar met zijn wandelstok een beetje gelaten ons aankijkt, met zijn zinnebeeldige hondje aan zijn zij. Welnee, het gaat gewoon om al die lekkere wijven die daar met derlui lelieblanke huid uiteraard aan de opening van een grot zitten – we kijken van binnen naar buiten lijkt het, maar het kan ook gewoon een muur zijn waarin een gat. En verder is het natuurlijk vooral zo allegorisch als de pest.

0163105watteau_jMaakt niet uit – de erotische betekenis kan niemand ontgaan. Om de hoek van de boom roept naakte tuinman Eros de dames toe niet teveel  en te luid te kwebbelen, daar kan meneer Antoine niet tegen. Nee, het is natuurlijk ook een allegorische halfgod. Wie die dames zijn – zijn het courtisanes? Zijn het de erotische droomvrouwen van Antoine? Het doet er niet toe. Ze zijn er en de witste, de best gevormde zit nog eens extra in het licht. Ik denk dat zij de hoofdcourtisane is. In elk geval zijn droombabe.

Dit soort schilderijen zijn de verre voorouders van onze hele porno-industrie. Het mooie is dat het vrij normaal was om dit soort werken in je huis te hebben. Misschien in een aparte kamer waar je je vrienden in een geile bui kon brengen – of alleen jezelf. Waar je kon mijmeren wat je met al die lekkere dames zou kunnen doen – en misschien zelfs had gedaan, reden waarom ze een mooie plek kregen op het doek.

En let nog even op de handen van die Antoine. Kijk hoe hij zijn linkerhand spreidt in een gebaar van ‘tja, hierop had ik ook niet gerekend; kom ik gewoon met mijn allegorische hondje hier aangewandeld, ligt daar die kuil vol vleesch’. Antoine de Onschuldige.

Het is zo jammer dat dit soort schilderijen tegenwoordig helemaal niet meer wordt gemaakt. Erotiek in de kunst gaat tegenwoordig bijna steeds gepaard met geweld, met kwelling, met pijn, met enge dingen. Alsof het onmogelijk is met aandacht voor het lichaam een prachtig werk te schilderen. Nouja, gelukkig hebben wij Veldhoen, maar veel meer dan deze oude bok is er niet voorhanden.
En verder zit iedereen te koekeloeren naar de meest uiteenlopende pornosites waar alle regie gericht is op de Daad in de meest uiteenlopende vormen en soorten. Eigenlijk niks erotisch aan, niks anders dan pompen of verzuipen – bij wijze van spreken.

Dit is dus een pleidooi voor de erotiek om de erotiek en die weer in onze doorzonwoningen aan de muur. Maar weet je wat het is? Met al ons geloer in die pornosites en met al die heftige gemartelde, gekwelde lijven – is pure, knap geschilderde erotiek gewoon ‘not done’. En weet je waarom? Omdat dat pas echt de allerverleidelijkste soort is.

Als ik een kunstuitleen was, zou ik daar een aparte hoek voor inrichten. Reken maar dat het ineens erg druk werd.