David vertrekt – 1,5 jaar later


 

21 augustus 2016. Het is nu bijna anderhalf jaar sinds Davids vertrek. Toen ik na een jaar bloggen over mijn rouwarbeid stopte, was dat met het idee dat ik alles wel had gezegd. Dat ik alles had ‘gerouwd’ wat er te rouwen viel. Naïef natuurlijk. Het laat zich lastig omschrijven wat zich vervolgens de maanden daarna in mij afspeelde. Als ik er nu op terugkijk, voelt het aan als een nieuwe noodzakelijke periode van rouw. Maar rouw van een heel andere orde. Het was niet het makkelijk op te roepen verdriet, het waren niet de bijbehorende tranen, het was niet de behoefte om hem bijvoorbeeld te projecteren in de bomen rond het hockeyveld waar zijn team trainde en speelde.

Ik had, en misschien wel heb, nog een andere weg te gaan. Het is een diepere vorm van rouw, die je pas bereikt nadat je de eerste lagen hebt afgepeld. Ik merkte dat ik bijvoorbeeld veel minder de behoefte voelde om het gemis met anderen te delen – hoewel iedereen om mij heen er zeker voor open stond. Want er hebben zich momenten voorgedaan dat ik wel graag over Davids vertrek wilde vertellen. En dan vooral over dat ene onderdeel dat mij nog steeds dwars zat, namelijk dat ik nooit afscheid van mijn kind heb kunnen nemen. Immers, zodra hij was gevonden, werd hij ontvoerd naar het NFI waar onder meer zijn hoofdhuid werd losgesneden, zijn schedel gelicht, plakjes hersenweefsel werden weggesneden, zijn schedel gedicht en zijn hoofdhuid dichtgeklapt en vastgezet wat ervoor zorgde dat de zoon die ik vier dagen later in zijn kist zag liggen nauwelijks leek op mijn kind. Deze episode is eigenlijk het meest onverteerbaar geweest in mijn hele anderhalf jaar rouwen.
Er is overigens iets merkwaardigs aan de hand. Ik heb, toen ik hem ten slotte terugzag in zijn kist, met mijn telefoon foto’s gemaakt. Een stuk of drie. Later heb ik die geïmporteerd in mijn laptop. Als ik de afgelopen maanden de map ‘Alle foto’s’ opende (ook om heel andere reden dan om David tegen te komen) en door de verzameling scrolde, leek het alsof die drie foto’s zich onverklaarbaar hadden vermenigvuldigd en verspreid over het hele file. Geen prettige ervaring.

Ik was uitgenodigd op een verjaardagsfeest. Het was mooi weer, de sfeer prima en de mensen die er waren leken me ook bijzonder aardig. Dit was min of meer de eerste verjaardag waar ik kwam sinds Davids vertrek. En hoewel het ruim een jaar later was, voelde ik me behoorlijk gespannen. Ik nam me voor om het niet over hem te hebben. Dus gebeurde het in de loop van de avond dat ik, tijdens een vrolijk gesprek met een echtpaar dat kinderen in Davids leeftijd bleek te hebben, het toch over David had. Ik begon bescheiden, vertelde in het algemeen iets over de zoon die ik niet meer had maar merkte dat ik niet meer kon stoppen. IMG_5313Al gauw zag ik dat mijn gesprekspartners ongemakkelijk op hun tuinstoelen draaiden. Maar ik moest doorgaan. Detail na detail. Tot en met het lichten van Davids schedel. Er viel een ongemakkelijke stilte. Toen stonden mijn gesprekspartners op, gaven me een hand en zeiden dat ze nu toch wel weg moesten want het was nog een heel eind rijden. Ik had mijzelf een bitter vacuum ingepraat en wat ik ook probeerde, het lukte me niet om verdere sociale gesprekjes aan te knopen. Na een minuut of twintig nam ik afscheid en verzekerde de gastheer en gastvrouw dat ik het heel erg naar mijn zin had gehad. Het echtpaar dat ik had gemarteld met Davids Vertrek was nog altijd aanwezig. Blijkbaar was de urgentie om te vertrekken toch niet zo heel groot, bedacht ik terwijl ik met tranen over mijn wangen naar huis fietste. Het was schokkend. Ik had gedacht dat ik allang hier voorbij was. Zo gaat het dus blijkbaar, constateerde ik. Het duurde een aantal dagen voor ik aan dit voorval kon terugdenken zonder dat de rillingen mij over de rug liepen.

Voor zover ik kon ging ik weer verder met mijn dagelijkse leven dat nog altijd behoorlijk stroef verliep. Ik kreeg problemen met lopen. Mijn linkervoet wilde niet wat ik wilde. Ten slotte kon ik alleen nog maar fietsend hond Bob uitlaten. Het bleek dat ik mijn Achillespees had afgescheurd. Hoe en waar is me nog altijd een raadsel. Na een aantal weken werd ik geopereerd en was vervolgens veroordeeld tot twee weken stilzitten en daarna tot zes weken hinkelen met loopgips. Het maakte dat ik meer dan me lief was aan huis was gekluisterd. Ik werd er behoorlijk verdrietig van: opnieuw had het universum mij onaangenaam verrast. Hield dit dan nooit op? Hier zat ik dan met de liefste hond van de wereld die absoluut niet begreep wat er aan de hand was en overal om mij heen foto’s van David die mij voortdurend met mijn neus op het gemis drukten.
Ik besefte dat het zo niet langer kon. Als ik echt werk wilde maken van het accepteren van Davids vertrek, moest ik hem ook letterlijk minder aanwezig maken. Dus ruimde ik de foto’s op, op twee na. Ik merkte dat ik het kon doen zonder mij schuldig te voelen. Na een dag of wat voelde het werkelijk als een opluchting. Toch bleef ik zitten met het besef dat ik nog altijd iets af te maken had. Ik maakte een afspraak met de vrouw die al vaker voor mij Tarotkaarten heeft gelegd en die mij keer op keer verraste met hele treffende interpretaties, waarvan doorgaans 95% ook bleek uit te komen. Ik vertelde haar in grote lijnen over Davids vertrek en over het gevoel van leegte op het laatste punt van mijn rouwverwerking. Haar antwoord verraste: “Ik kan je hierin niet helpen,” zei ze, “je zult het moeten laten voor wat het is. Je kunt het niet overdoen en dat moet je ook niet willen. Het enige wat ik kan doen is kijken of jij en David met elkaar in evenwicht liggen.” Ze liet me een aantal kaarten trekken, legde die voor zich neer en spreidde de andere kaarten in een vaste volgorde daar weer over uit. “Ja, je ligt heel goed met hem. Dat betekent dat het goed is. Dat je ook begrijpt dat dit je situatie is en dat het ook zijn situatie is. Hij is er net zomin gelukkig mee als jij, hij begrijpt het zelf misschien nog wel minder dan jij. Maar tegelijkertijd verzet hij zich niet meer en volgens mij wil hij ook dat jij jouw verzet laat varen. Verzet is negatieve energie. David wil dat je je leven weer oppakt, dat je je meer verbindt met anderen en voor hen openstaat. Leef vanuit je kracht. Leer te leven in vertrouwen. Leer jezelf opnieuw kennen, in alle vrijheid. David wil niet anders.”
Ik kan behoorlijk cynisch zijn. Als iemand anders mij op deze manier zou hebben toegesproken, had ik beleefd geknikt en was overgegaan tot de benauwde orde van mijn dag. Maar nu zij deze tekst uitsprak, hadden de woorden een ander soortelijk gewicht. Ik accepteerde ze en liet ze toe.

De woorden van mijn tarotlezeres zijn intussen ingedaald en hebben me sterker gemaakt. Ik ben op een andere manier in Davids vertrek gaan staan. ‘Accepteren’ is daarbij niet het juiste woord, ook al lijkt het zo voor de hand liggend. Een verlies accepteren doe je in feite al snel: je gaat over tot handelen, organiseren. Maar het verlies verwerken, is van een andere orde. Ik zie nu een David die ooit 23 jaar in de kracht van zijn leven en lichaam was. Die in die jaren vreugde heeft gekend en gegeven, verdriet heeft doorgemaakt en troost, die liefhad en leerde liefhebben, die tegenslagen manmoedig overwon, die hield van zijn broertje en daar alles voor over had, die zoveel genegenheid had voor zijn stiefmoeder, die mij in al mijn, soms extreme, grillen onvoorwaardelijk steunde. Van die David kan ik onvoorwaardelijk houden. Punt. David is liefde.
Dat is alles waar het om gaat in het leven. Materiële zaken zijn niet belangrijk. Aanzien evenmin. Bezit al helemaal niet. Meer geld dan je ooit kunt uitgeven is zinloos (minder geld dan je kunt uitgeven is trouwense hopeloos, geloof me). In de kern is Liefde de zin van het leven. Er zijn momenten dat ik dat begrijp. Dan zie ik dat ook ik in staat ben om liefde te geven door me te verbinden, door er te zijn voor de ander zoals zoveel anderen er ook zijn voor mij.

Natuurlijk is Davids vertrek vreselijk. Zoals het altijd en in elke omstandigheid vreselijk is als een dierbare zijn lichaam verlaat. Of het nu onverwacht is of niet. Of er een slopende ziekte aan vooraf gaat, de flits van een verkeersongeluk, of de klap van een hartstilstand… Maar het afwijzen, het ontkennen van de dood is het onverstandigste dat je kunt doen. Volgens sommigen help je daar ook de ziel van de overledene niet mee. Ik wil dat best geloven. Er zijn momenten dat ik besef dat de dood even normaal is als het leven – of beter: even grillig of absurd. Infeite is het helemaal niet erg om te sterven, ook al is de weg naar het overlijden soms pijnlijk en verdrietig. Net zo als het helemaal niet erg is om te leven, ook al is het vaak geen ‘cadeau’. Als je de continuïteit van de ziel begrijpt (ik zeg expres niet ‘gelooft’), zoals ik een paar blogs geleden beschreef, dan begrijp je ook dat de dood juist de deur opnieuw opent naar die continuïteit waarin je alom aanwezig bent. Tot het weer tijd is om opnieuw te leren van je menszijn in weer een ander lichaam. Of, tot het weer tijd is om het leven af te maken dat je te vroeg moest beëindigen – zoals David’s ziel wellicht doet.

In schema’s die het rouwproces in kaart brengen is de laatste fase de ‘berusting’. Ik weet niet zo goed wat ik daarmee moet. Het voelt niet als ‘leven vanuit mijn kracht’ waardoor ik nu inzie dat Davids vertrek blijkbaar onvermijdelijk was – om welke reden ook – en dus zijn dood. Hoe kwaad of woedend hij in die splitsecond tussen leven en dood is geweest over zijn vertrek, uiteindelijk heeft hij ons zijn liefde nagelaten. Je kunt huilen om wat je mist, maar het mooiste is om de herinnering daaraan te koesteren. Als leven liefde is, is liefde het mooiste van David wat ik kan koesteren.

Goeie reis, jochie.

 

Advertenties