Exterieur/Interieur – openingsspeech Pim Milo bij de gelijknamige expositie


Op 14  Juli opende journalist/kunstcriticus Pim Milo de expositie Exterieur/Interieur – werk van drie bijzondere fotografen in galerie De 7e Hemel. In bijzijn van Marrigje de Maar, Wim Bosch en Erik Klein Wolterink vertelde hij het volgende:

main-thumb-15355394-200-HLQrlbUsCxQ22RU2wnxYERMtTekhODOT

Dames en heren,

Wij Nederlanders zijn een nieuwsgierig volkje. Ooit ontstond hier, in de delta van de grote rivieren een multiculturele samenleving, een amalgaam van religies en etniciteiten. Elk met hun eigen gewoonten en culturen en dus een nieuwe rechtvaardiging voor nog meer nieuwsgierigheid. Misschien dat we daarom ‘s avonds onze gordijnen openhouden, in de hoop dat de buren dat ook doen en we vrijelijk bij elkaar naar binnen kunnen kijken.

Die nieuwsgierigheid zal er ook toe hebben bijgedragen dat wij Nederlanders op het gebied van fotografie inmiddels een traditie hoog te houden hebben. Wij zijn meesters in de documentaire fotografie. Documentaire fotografie, gefundeerd op nieuwsgierigheid naar de kleine en grote dingen van het leven. Het leven van onszelf. Het leven van anderen. Uiteenlopend van de inhoud van een keukenla of hoe men huizen bouwt tot hoe nomadenvolken wonen in Binnen-Mongolië.

De documentaire fotograaf verbindt sociologie met antropologie en etnologie. Door het onderwerp nauwgezet te definiëren ontstaan verzamelingen met een repeterend karakter die intrigeren en onthullen en die door consistente beeldvoering de mogelijkheid tot vergelijken biedt. Zo geeft de documentaire fotograaf ons een kijk op de wereld. Hij of zij komt op plekken waar wijzelf misschien nooit zullen komen. Al was het maar omdat die voor ons door gesloten deuren onbereikbaar zijn. De documentaire fotograaf vergroot ons wereldbeeld en beïnvloedt onze mening over de ander.

En de documentaire fotograaf bevredigt onze nieuwsgierigheid. Dankzij Erik Klein Wolterink weten we wat er in de laatjes en achter de kastdeurtjes ligt van de Turkse, Pakistaanse, joodse, Marokkaanse, Surinaamse en Ghanese keukens in Amsterdam.

Dankzij Marrigje de Maar kunnen we de interieurs bekijken van mensen in Chinese, Russische en Japanse steden en bij nomadenvolken in Binnen-Mongolië. En dankzij Wim Bosch worden we ermee geconfronteerd hoe hermetisch wij onszelf, ons bezit en onze privacy achter gesloten gevels proberen af te schermen. En terwijl uw nieuwsgierigheid bevredigd wordt, wordt de mijne juist opgewekt. Naar het verhaal achter de foto’s. En naar de drijfveren van de fotograaf.

Als journalist en fotocriticus zie ik het als mijn taak een brug te slaan tussen foto’s en fotograaf. Met mijn kijk op de foto’s ga ik naar de fotograaf en vervolgens met zijn of haar blik terug naar de foto’s. Om u die foto’s als het ware door zijn of haar ogen nogmaals te laten zien.
Als ik deze tentoonstelling had moeten recenseren, als ik geen openingstoespraakje maar een artikel had moeten schrijven, dan had ik de drie fotografen geïnterviewd.

Ook, en vooral omdat ik geloof dat alles wat een documentaire fotograaf maakt, op autobiografische elementen is gefundeerd. Immers, hij fotografeert wat hij herkent. Hij gaat er een bijna instinctieve verbinding mee aan. Ik ben nieuwsgierig naar die autobiografische aspecten. Naar de bron van hun nieuwsgierigheid. Maar ik heb ze niet geïnterviewd. Althans, niet voor deze gelegenheid. Dus moet ik gissen.

Ik weet – want dat kan ik zien – dat Klein Wolterink in 2007 nog ouderwets lekkere filterkoffie zette in zijn keuken. Ik weet ook dat zijn vriesvak toen wel eens ontdooid mocht worden. Moet hoor!

Ik weet – want dat kan ik op zijn website lezen – dat Klein Wolterink opgroeide als boerenzoon in een gereformeerd Achterhoeks gezin. Zijn dubbele achternaam deed even vermoeden dat hij van adel is en de ouderlijke keuken het exclusieve domein voor het huispersoneel. Ik hoopte op een jeugdtrauma. Niet dus. Waar die fascinatie voor keukens dan wel vandaan komt? Geen idee.

Ik weet dat Wim Bosch in alle jaargetijden gevels heeft gefotografeerd. Want ik zie bloesems en kale takken. Ik vermoed dat de foto’s vooral in Duitsland zijn gemaakt, want ik zie voor Nederlandse begrippen opmerkelijk veel gesloten vitrage, gordijnen, luxaflex en rolluiken. Ik zie een feitelijke manier van registreren, zonder oordeel van de maker.

De hermetische gevels – zelfs het speelhuis zegt ‘Geen toegang voor onbevoegden’- contrasteren mooi met de binnenopnames van Erik Klein Wolterink en Marrigje de Maar. Wat bij mij de speelse vraag oproept: had Wim Bosch misschien ook binnen willen fotograferen, maar durfde hij niet aan te bellen? Vanuit beperkingen ontstaan de mooiste dingen. Ik noem maar iets: Anton Corbijn is mensenschuw. Maar kijk eens wat een fantastisch oeuvre dat heeft opgeleverd. Maar nee, op de website van Wim Bosch staan ook interieur-opnames. En waar zijn fascinaties zitten, wordt op zijn site helder uitgelegd. Het scala aan strategieën dat de mens gebruikt om grip te houden op zijn bestaan. Maar waar die fascinatie voor dit onderwerp vandaan komt? Geen idee. Maar het intrigeert me enorm.

De enige van wie ik wel wat weet, is Marrigje de Maar. Eerder dit jaar interviewde ik haar in café Hoppe, aan het Spui in Amsterdam. Ze vertelde toen dat ze een rechtvaardiging zocht om bij anderen over de vloer te komen. Daaruit ontstond haar thema, consistent uitgewerkt in verstilde kleuren bij aanwezig licht. Geen ingrepen van haar kant. Uit haar beelden blijkt dat de mens, ook in economisch moeilijke omstandigheden, baas in eigen leven kan zijn.

U ziet, ook zonder hen alledrie te spreken, zijn er antwoorden te geven. Hoewel niet alle. Waar de voyeur in ons de ogen de kost kan geven, blijft de psycholoog in ons met vragen zitten. Waar komt hun fascinatie voor hun onderwerpen vandaan. Wat zijn hun drijfveren. Waar doet het pijn? Daarvoor is een interview, een gesprek met de maker, onontbeerlijk.

Maar wat let u. U bent hier, de fotografen zijn hier. U kunt het hun zelf allemaal vragen. De legendarische Joop Swart, geestelijk vader van het onovertroffen maandblad Avenue – waar elk van deze fotografen perfect in gepast zou hebben – zei ooit dat er iedere ochtend overal op de wereld mensen wakker worden die bij het ontwaken niet twee, maar drie nieuwsgierige ogen openslaan. Inderdaad. Fotografen.
We mogen ze dankbaar zijn voor hun nieuwsgierigheid, wat hen ook beweegt en waar die fascinatie ook vandaan komt.

Dank jullie wel.

Exterieur/Interieur is te zien op vrijdag van 14.00 – 17.00 en zaterdag van 13.00 – 17.00 tot 1 september
Galerie De 7e Hemel
Kerkstraat 10
Bussum
http://www.galeriede7ehemel.nl

Advertenties

Kunstpraat 7.5.2013: Anouk Griffioen en de zwartwitte tederheid


Het kan nog net. Nog tot 19 mei kun je naar het Gorcums museum om je daar onder te dompelen in zwart/witkunst. Als reactie op alle kleurigheden waarmee we ons omringen. En als statement tegen het ongenuanceerde denken van vandaag de dag. Gorcum was in de jaren ’60 hometown van kunstenaars als Ad Dekkers.  Dat gevoel, houd dat vast als je er toch bent.

Er valt aardig wat te genieten daar. Bijvoorbeeld van Anouk Griffioen.

Misschien ken je haar werk. Je kunt er in elk geval niet aan voorbij, alleen al door zijn enorme afmetingen. Want groot is wel zo’n beetje haar handelsmerk. Maar gelukkig is het dat niet alleen. Want het is ook ‘gewoon’ een ongelooflijk knappe beeldend kunstenaar: wat Anouk kan met houtskool of met (zwart/wit)fotografie is altijd de moeite waard. Eigenlijk vind ik haar fotografie het interessantst. Die is niet in Gorcum te zien. Wel deze, en die is bijna fotografisch:

0165156griffioen_a

Anouks fotoserie New York 2013  (te vinden op haar site: www.anoukgriffioen.nl) is een schitterend voorbeeld van haar zwart/witwerk. Het is als fotografie gedurfd en onvoorstelbaar sfeervol. Maar ook met zoveel plezier en liefde gemaakt dat het in zijn zwart/witheid ook kwetsbaar wordt. Teder – om dat woord maar eens uit de letterkast te halen. Ik vind dat bijzonder. Want meestal is zwart/witfotografie behoorlijk uit op effect: lekker contrasteren en je hebt een sprekende afbeelding. Maar zo niet bij Anouk, die als het ware met houtskool fotografeert.

Afbeelding 52

Neem deze foto. Het is jaloersmakend dat Griffioen deze spiegeling zag en wist vast te leggen in een dromerige bezwering van de werkelijkheid. Je weet niet (precies) wat je ziet, en toch weet je iets, je vermoedt beton, vermoedt glas, vermoedt zon? Vermoedt nacht? Maar, kom, er is meer:

Afbeelding 41

Ik kan minutenlang hiernaar kijken en er zoveel bewondering voor hebben. Het origineel zal ongetwijfeld een Newman zijn of zoiets in zware kleuren. Anouk legt het brutaal vast als het ware naast de werkelijkheid. In elk geval naast de werkelijkheid van het museum met zijn haast sacrale stemming. Het lijkt oneerbiedig wat zij flikt, maar tegelijk maakt ze van het tentoongestelde werk een nieuw werk, een nieuw verhaal.

Ik sprak laatst Wim Bosch, ook een fotograaf die zijn carriėre begon als schilder (hij exposeert van de zomer in onze Galerie De 7e Hemel, samen met Marrigje de Maar en Erik Klein Wolterink). We hadden het over zijn bijzondere zwart/witserie kinderspeelhuisjes. Hij vertelde me dat het oorspronkelijk kleurenfoto’s waren waar niks mee mis was. Tot hij de kleur eruit filterde. Toen kregen diezelfde huisjes een ander karakter. Een ander verhaal. Een andere betekenis. ‘Sinister’ noemde Wim het zelfs, meen ik me te herinneren.

Tegelijk zie je het verschil met Griffioen. Het gaat me ook niet om de vergelijking tussen die twee. Het gaat me om het verschijnsel. Dat is interessant. Het doet me ook denken aan de vroege fotografie van Breitner die als een van de eerste beeldend kunstenaars dit toen gloednieuwe medium omarmde. Maar het gaat me vandaag vooral om het werk van Anouk Griffioen, waarover terecht al veel is geschreven. Dus nog een keer, omdat ik er geen genoeg van kan krijgen. Griffioen meets Hopper:

Afbeelding 13

en ten slotte Anouk meets Anouk:

Afbeelding 1

Kunstpraat 6.4.2013: uit de keukens van Erik Klein Wolterink


Elke naam kan zowel mooi zijn als vreselijk. Dat ligt er namelijk maar net aan bij wie hij hoort. Vaak is het zo dat je iemand die je niet kent allerlei eigenschappen en dik- of dunheden toedicht op grond van zijn naam – omdat je iemand anders kent die die eigenschappen en dik- of dunheid heeft. Dat is niet aardig, niet terecht – maar zo zitten we in elkaar. Nouja, ik in elk geval. Voor mij heeft de naam Erik altijd een prettige klank gehad.
Misschien kwam het door mijn aardige buurjongetje dat mij leerde papieren vliegtuigjes te vouwen. Of misschien kwam het door het boekje van Godfried Bomans: Erik, of het Klein Insectenboek.

Daarin figureert een jongetje Erik dat in de insectenwereld verzeild raakt en daar de moraal van de kleine dieren leert kennen. Gisteravond leerde ik Erik Klein Wolterink (een beetje) kennen en direct wist ik het: deze Erik heeft de juiste klank. Qua naam. Qua mens. En de juiste vorm – grapje.

Erik koketteert ermee dat hij boerenzoon is. Alsof dat veel verklaart. Maar leuk is het ‘ergens’ wel. Erik is fotograaf. Erik houdt van ordening. Erik houdt zijn gefotografeerde wereld klein. Hij fotografeert keukens. Dat doet hij al langer en dat doet hij bijna letterlijk een op een. En zonder deurtjes. Het resultaat is ontzettend bijzonder. Als kijker kom je letterlijk in iemands keuken. Maar het voelt toch anders aan. Alsof het net niet helemaal iemands keuken is. Echt is. Het is een aangenaam, vrolijk soort voyeurisme. Het is intrigerend om te zien hoe andere mensen hun keukenleven ordenen. En hoe Erik in die orde zijn eigen orde lijkt aan te brengen. Het is een beetje zijn eigen kleine insectenboek, keukenboek.

pakistaans amst

 

Het is knap om in het kleine tegelijk het grote vast te leggen. Want die keukens van Erik vertellen veel. Over gewoontes, over eigenschappen, over wel- of nietstand, over voorkeuren, over rijkdom aan fantasie – en dat alles zonder dat je de bewoners ziet. En juist omdat je die niet ziet, vraag je je voortdurend af wie het zouden zijn. Maar omdat je hun namen niet weet, kun je je er geen voorstelling bij maken zoals ik aan het begin van dit tekstje beschreef.
Dat is dus het oneindig knappe van de ordeningen van Erik: de foto’s die in eerste instantie niet meer dan kale keukenfoto’s lijken, bevatten eindeloze verhalen – die je voornamelijk zelf kunt invullen.

Erik vertrekt binnenkort naar New York. Om keukens vast te leggen. Uiteraard, zou je bijna zeggen. Ik ben benieuwd naar de overeenkomsten. En dus ook naar de verschillen.

Het goede nieuws is dat Erik komende zomer in Galerie De 7E Hemel exposeert. Samen met Marrigje de Maar en Wim Bosch – waarover ik later meer vertel. Drie supersterren uit de fotografie in onze galerie. Ik ben er waanzinnig trots op.