Kunstpraat 18.4.2013: Geert van Kesteren, fotograaf


Je hebt fotografie als kunsttoepassing en je hebt fotografie als journalistieke toepassing en heel af en toe heb je fotografie die de combinatie van beide is. Gisteren zat ik luidkeels na te denken over het gemis aan Punk in de beeldende kunst van nu. Vandaag zal ik niet beweren dat ik ineens die Punk heb gevonden, maar ik ben wel een foto en een fotograaf tegengekomen die werk maakt dat wat mij betreft naast veel andere beeldende kunst staat.

Het is  Geert van Kesteren – internationaal gelauwerd om zijn baanbrekende fotowerk over onder meer Irak. Van Kesteren was daar rond 2007 en kwam terug met twee projecten: ‘Baghdad Calling’ en ‘Why, Mister, Why?’ Dit laatste is ook als app verkrijgbaar en je bent bij voorbaat gewaarschuwd: zo indringend heb je zelden de gruwelen van een oorlog tussen je ogen gekregen. Maar het mooie is dat Geert van Kesteren net even verder gaat dan zaken signaleren. Hij is fotograaf met toegevoegde waarde. Hij heeft grote aandacht voor terloopse zaken en legt die vast met veel liefde voor het onderwerp. Deze foto:

0103668kesteren_g

is ook afkomstig uit Why, Mister, Why? Als je het verhaal van Geert niet kent en je bekijkt deze foto dan maak je ongetwijfeld je eigen verhaal. Daarin zal zonder meer het contrast tussen die mooie wervelende goudvisjes en dat vuilnis op de achtergrond een rol spelen. Dat klopt allemaal.

Maar als je weet dat Irak is op het hoogtepunt van de oorlog, dan kijk je anders naar diezelfde visjes en datzelfde afval. Bijna ongemerkt komt dat een andere woordkeus je hoofd ingeslopen. Woorden als ‘waanzin’, ‘surrealisme’, ‘schoonheid’ dwarrelen net als die goudvisjes door je hoofd. Het is het engagement van de knappe fotograaf, die weet dat je het verhaal van een oorlog niet indringend genoeg vertelt als je je beperkt tot de geijkte oorlogsfoto’s. Geert weet hoe het wel moet. Juist dit soort verhalen is de Punk die ik zo vaak mis in de moderne kunst – die weliswaar van alles onderzoekt, reflecteert, spiegelt, analyseert, maar die eigenlijk vooral over zichzelf gaat. Dat is goed en dat mag uiteraard (ik verdien er ook mijn brood aan). Maar ik merk dat dat voor mij niet genoeg is.

Kunst mag van mij best – weer – een maatschappelijke rol vervullen, een reflectie zijn op de maatschappij. De goudvissen van Geert van Kesteren zijn dat. En het mooie is dat zijn verhaal na al die jaren nog steeds overeind staat – ook al moet het even worden afgestoft. Eigenlijk pleit ik ervoor dat de moderne kunst zichzelf eens ontzettend afstoft en de blik weer naar buiten richt.

Kunstpraat 17.4.2013: Tove versus Albert/Hag tege zag.


Met de deur in huis: ik mis Punk. Kan er niks aan doen. Ik mis Punk. De beweging. De tegendraadsheid. De boosheid. De ergernis. De hoekigheid. De grofheid. De creativiteit. Ik mis Punk in alles, eerlijk gezegd. Maar vooral in de beeldende kunst. Net zo goed als ik in beeldende kunst bijvoorbeeld het zware kaliber beeldhouwers mis – ‘een’ Moore, ‘een’ Zadkine’, ‘een’ Brancusi. Waar wij als kijkers mee worden lastig gevallen zijn pielebeeldjes in brons die niet hoger zijn dan 40 centimeter en die vol zogenaamde symboliek zitten en die te pas en te onpas worden uitgereikt bij conferenties en dat soort.

Dat is de ene kant van het spectrum der beeldhouwers. De andere kant is van het type Tove Storch, die in alle integriteit op zoek is naar (delicate) tegenstellingen. Bijvoorbeeld deze, waarin Tove ‘onderzoekt’ wat het effect is van tule tegen staal. Hag tege zag – zegge wij in de haag.

0168935storch_t

 

Het levert een intrigerende voorstelling op, dat zeker en ‘ergens’ kan ik er ook nog voor warmlopen. Maar het is zo, eh… onPunk. Als ik het zeggen mag. Het is knap werk, ik zal dat niet ontkennen. Maar het doet me bijna verlangen naar het goeie ouwe constructivisme. Dat zijn grote metalen objecten in het landschap plaatst en daarmee gewoon een gevecht aangaat. Niks reflecteert of onderzoekt. Het is hoekige agressie die zelden een midden kent, alleen een ja en een nee, een goedkeuring of afkeuring van de kijker.

Nou dacht ik dat dat constructivisme zo dood was als Punk zelf, maar wat blijkt, er is in België een galerie die helemaal daarin is gespecialiseerd: ‘Den Heeck, centrum voor constructivisme en concrete kunst’.

In Den Heeck exposeert momenteel Albert Rubens. En Albert is constructivist vanuit zijn nieren. Vanuit zijn DNA. Hij maakt schilderijen, objecten, installaties – alles vanuit een bijna dogmatisch constructivisme. En er zijn momenten, dat ik dat gewoon schitterend werk vind. Bij gebrek aan echte tegendraadsheid. Bijvoorbeeld werk ‘B.XXII-P.23’. Prachtige titel, hartstikke constructivistisch. Prachtig werk. Zomaar. Omdat ik het vind:

0163886rubens_a