Kunstpraat 14.5.2013: Ronald Ophuis’ pijnlijk schilderen


Executie. Sweet violence. Srebrenica. Footbal players. Op Wikipedia valt (godzijgeloofd in normaal NL) veel zinnigs te lezen over de misschien wel meest controversiële beeldend kunstenaar die momenteel in Nederland rondloopt. Ronald Ophuis heeft ervoor gekozen om zijn vakmanschap te koppelen aan grote politiek/maatschappelijke betrokkenheid. Hij confronteert, vraagt aandacht en vooral begrip – niet voor de slachtoffers maar vooral voor de daders. Je moet het lef maar hebben.

Over Ophuis, hoe hij zichzelf ziet en zijn werkwijze valt genoeg te lezen op Wikipedia. Dat is interessant en zeker de moeite waard. Maar waar het mij om gaat is wat hij met mij als kijker doet. In alle blogs die ik tot nu toe heb geschreven, ben ik toeschouwer gebleven. Emotionele toeschouwer. Ik probeerde de afstand te verkleinen tussen mij en het werk dat ik besprak. Zo persoonlijk mogelijk. Maar in de loop van de blogs merk ik dat ik zoek naar ander werk. Dat meer teweegbrengt. Controversiëler is. Dwingender. Gemener desnoods. Ik weet niet waarom. Het is misschien een reactie op al die prachtige ingetogen, veelgelaagde, beslist knappe maar ook zeer veilige, absoluut niet confronterende werken waar heel wat musea en galeries volhangen. En die ook gretig bezocht worden. Want kunst die confronteert is per definitie niet zo geliefd, behalve waarschijnlijk bij verzamelaars. Die kunnen het zich permitteren.

En toch is dat jammer. Zeker in geval van Ophuis. Die kiest voor de controverse om te confronteren, om de kijker vragen te stellen die hij liever niet gesteld krijgt. Net als al zijn collega’s is Ophuis een verhalenverteller. Een hele oprechte. Bovendien is een fantastische vakman. En dat maakt zijn werk waarschijnlijk ook zo hard en indringend.

Bij veel beeldende kunst weet je bij de eerste confrontatie al of je het wat vindt of niet, en vaak ook nog waarom. Toen ik voor het eerst werk van Ophuis zag en erover praatte met iemand die er voor haar studie kunstfilosofie een essay over schreef – wist ik het gewoon niet. Het werk stootte niet af, ook al was het een afschuwelijke afbeelding, maar het riep ook niet direct ‘bekoring’ op. Wel bewondering. En vooral een erg ongemakkelijk gevoel. Het was Sweet Violence:

1996_sweetviolence_01

Het werk stamt uit 1996 en is eigendom van een privécollectie. En eigenlijk is dat jammer, want een werk met zoveel kracht zou openbaar moeten zijn. Je kunt er net niet omheen lopen, maar verder heeft Ophuis het zo geschilderd dat het lijkt alsof je er zelf bij staat. Je wilt je omkeren, maar je moet blijven kijken. Of je wilt of niet. Je kunt je niet verstoppen. Je vraagt je af wat je ziet terwijl je weet wat je ziet je vraagt je af of het een kind is dat wordt verkacht of een jonge vrouw of een volwassen vrouw en je vraagt je af of dat een vraag is of het een walgelijker is dan het ander en waarom de daders veel explicieter zijn weergegeven dan het slachtoffer en dan wil je weten wie de daders en waarom en wie van de drie het eerst ging en hoe vaak daarna en in welke volgorde en als je daarna je hebt afgevraagd in wat voor gore ruimte dit zich allemaal afspeelt realiseer je je dat het schilderij ‘Sweet Violence’ heet wat een heel andere lading geeft aan het vreselijke tafereel dat Ophuis je voorschotelt dus wat bedoelt hij met die titel verheerlijkt hij de daad is het helemaal geen verkrachting of helemaal wel en wie de ‘daders’ zijn en of Ophuis aandacht voor de daders vraagt en alles omkeert. Zoiets.

Ik merk dat dit werk veel meer met mij doet dan veel ander, niet of minder controversieel werk. De laatste jaren heeft Ophuis veel kindsoldaten geschilderd, vooral om aandacht te vragen voor het kind in de soldaat. Het is een boodschap die voor veel mensen, mede dankzij instanties als WarChild, beter te pruimen is. Het zijn fascinerende portretten en schilderijen. Er is geen verheerlijkende titel bij, alleen de constatering dat het om een kindsoldaat gaat.

1302527761_lrg_d2

En dan zie ik ineens het afschuwelijke dilemma waarin Ophuis zich bevindt. Want ook al wil hij zijn verhaal vertellen, hij blijft ook de stylist van dat verhaal in verf en dat levert – als in al zijn schilderijen – een hele sterke compositie op, die de pijnlijke boodschap bijna in eh… diskrediet brengt. Dat lijkt me ook het lastige voor Ophuis, die zijn vragen over leven en dood, over geweld en oorlog, over daders en slachtoffers, over schuldige en slachtoffer graag zo confronterend mogelijk wil schilderen, maar die tegelijk een ongelooflijk knappe schilder is en dat niet kan ontkennen in zijn werk. Waardoor zelfs het grofste geweld in zijn schilderijen elke esthetische toets kan doorstaan. Wat een onvoorstelbaar ingewikkeld en prachtig dilemma.

Kunstpraat 11.4.2013: goddelijk verontrustende kunst in KW14


HA! Eindelijk een expositie waar onverbloemde kritiek op de actualiteit centraal staat. Waar de agressie uit de werken spat. En waar kunst af en toe pijnigt. Als dat lukt, mag je gerust spreken van een effectieve reflectie.

KW14 in Den Bosch viert haar haar twintigjarig bestaan met een groepsexpositie waarvan het focus ligt op het thema polariteit: opbouw – verwoesting. Die een essentie is van de menselijke conditie. De kunstgeschiedenis toont een staalkaart van kunstwerken met deze thematiek. De Bijbel staat er vol mee; lijden en de dood zijn onlosmakelijk verbonden met opbouw en wederopstanding. De titel van de expositie: The Glorious Rise and Fall…

De deelnemende kunstenaars aan deze expositie onderzoeken de polariteiten in vier hoofdstukken: de menselijke conditie, architectuur, natuur en de maatschappelijke en politieke realiteit.

The Glorious Rise and Fall … (and so on) is zo stevig ingebed in de actualiteit, die zich kenmerkt door een grote crisis in het internationaal monetair stelsel (onder andere als gevolg van buitensporige macht en hebzucht), een veranderd machtsevenwicht tussen de grote mogendheden, grootschalige afbraak van sociale, culturele en democratische verworvenheden, toenemende macht- en inkomensongelijkheid wereldwijd en een groeiende invloed van de financiële markten op de politiek.

In deze tijd waarin ideologische denkrichtingen (en verdieping an sich) failliet zijn verklaard en religie voor velen zijn betekenis heeft verloren, is beeldende kunst hét instrument om op deze onderwerpen te reflecteren. Sterker nog, het is wat mij betreft een taak van de beeldende kunst om juist hier van zich te laten horen. Want: wie anders in deze visueel ingestelde tijd?

0169918assmann_g

de uitdaging van de liefde – Gijs Assman

Ik betrap mezelf er de laatste tijd op dat ik meer en meer behoefte heb aan dit soort confronterende, cynische, bittere, agressieve kunst. Ik voer er gesprekken over met Hetty, mijn VOFgenoot van onze galerie. Ik praat erover met bevriende kunstenaars om te ontdekken hoe zij daarover denken. Ik probeer het zoals dat heet een plaats te geven. Want als je dag in dag uit blogt over kunst zoals die ‘gemiddeld’ te zien is in NL galerieën, kan het haast niet anders of je voelt langzamerhand de behoefte opkomen aan schuurpapier. Aan kettingzagen. Aan scheermessen. Aan echte confrontaties. Eerst denk je dat die nauwelijks bestaan omdat het huidige aanbod er niet veel van laat zien. En dan is er goddank ineens dat 20-jarig jubileum in Den Bosch dat eigenlijk een grote inhaalslag is.

Hetty, mijn VOFgenoot maant mij tot kalmte en bezinning. ‘Ik hoop maar dat er publiek voor is, in onze galerie,’ zegt ze tactvol. Dat is ook haar rol in onze relatie. Zij is wijs (en erg commercieel). Ik zoek liever de uitersten op – want gemiddeld is mij niet genoeg. Ik wil visie. Ik wil durf. Ik wil lijden. Ik wil meer dan gemiddeld. Dus word ik ‘gelukkig’ van werk als dit:

0092399ophuis_r

Srebrenica 1 – Ronald Ophuis

0121872jong_f

The Balance – Folkert de Jong

0169932kempen_m

Mark van Kempen

Over elk van deze werken kan ik blog na blog vullen. Ik ga dat de komende dagen ook doen. Ik wil de verontrusting fileren, filteren, beschrijven. Ik wil de pijn voelbaar maken. Dat is wat ik kan. Dat is wat moet.