Kunstpraat 27.06.2013: geen angst voor formaten – Thomas Houseago


Steeds als ik stilsta bij het onderwerp beeldhouwkunst, objectkunst of welke term je er ook aan wilt geven – kom ik altijd weer uit bij grootheden van enige tijd geleden. Ik mis gewoon mensen die het lef hebben van Henri Moore, van Brancusi, van Giacometti, van Barbara Hepworth. Jaja, die generatie.

Ze zijn er momenteel ook wel, maar om de een of andere (economische) reden zullen ze zelden groter dan twee meter gaan. En dan mis je toch ‘iets’. Natuurlijk, klein formaat heeft ook zijn charme enzo en ik houd bijvoorbeeld ook vreselijk van Erik Buijs en Anton Vrede – om maar eens twee iemanden te noemen. Maar waar is het Grote Gebaar in graniet, marmer, klei, staal? Waar is de beeldhouwer die ons verrast met een visie op zijn materie en vorm, zoals bijvoorbeeld Brancusi dat deed (nee, niet Koons, dat is een concepthouwer)? Misschien ben ik onvoldoende ingevoerd, zou zomaar kunnen. Dan mijn excuus daarvoor. En weer door.

Maar goed, ineens zie ik dat Xavier Hufkens in Brussel nieuw werk toont van Thomas Houseago, 1972 (hoe vertaal je die naam adequaat? – Verledenhuis?). Die overigens ook twee jaar aan De Ateliers studeerde. Thomas maakt Groot Werk. Met een duidelijk eigen handschrift. Hij beschouwt Giacometti’s Schrijdende Man  als de Heilige Graal. (ik kan me dat goed voorstellen). Hij heeft tussen 1996 in het SMA en 2003 hier enkele keren geëxposeerd, veelal in groepstentoonstellingen. Daarna nooit meer. Onbegrijpelijk.

Nouja, hij zal er niet mee zitten denk ik, als vaste gast bij onder meer Gagosian en Hauser & Wirth. Maar toch is het jammer.

thomas_houseago_figure2

“In Amsterdam you have the Rijksakademie and de Ateliers, which kind of have competing philosophies. At de Ateliers, the rooms are big, weird, and echoing, at the Rijksakademie they are small and have telephones. The idea at the Rijksakademie being: network, manage yourself, learn the structures of the art world. Whereas at de Ateliers, you weren’t even allowed to have a show while you were there; if you had one, you were asked to leave. De Ateliers was this kind of stern, monastic thing. Once you went in there, you went on a journey, and you were mostly talking to other artists, and it was a totally unfiltered discussion. You could meet Jan Dibbets or Thomas Schütte or Marlene Dumas and they would tell you what they thought about your work – often very unedited. (-) It was the first time I was in an environment that I understood. I was amongst these great artists. Stanley Brouwn was hugely important to me. He would say “A work has to be strong in the universe.” He had this great cosmic sense of scale. Even though the work at de Ateliers varied a lot, there was an ethos – you’re an individual and you are on a journey and this is important, and, regardless of the thing you make, it is the journey through the world that is important. It was not like you have to look like a Marian Goodman artist before Marian Goodman will call you. It was totally anti-that.”

image-7-Q55rH0

“There is nothing primitive in my work! I really think that Jeff Koons is more of a Primitivist than me! As for ugly, yes, sometimes I agree they can be quite ugly, but that’s not the point. People say I make monsters, but I don’t think I do. I am just trying to be realistic, in a sense pragmatic, about how a figure is built, made, how it feels to think about a body. How the body comes to us. There is a simplicity or rawness to working with clay, but that is because I want to see my- self, my process, my thoughts clearly right now. I believe all objects – buildings, sculptures, lamps, cups – become part of a lineage of other manifestations of these objects. They are part of a history that stretches back through time – that has nothing to do with Primitivism or ugliness or whatever. Those judgments aren’t important. ”

52.-houseago_-updated_640

“I hope if you look at my sculptures – if you really sit with them – you can see that I am a kid raised on cartoons and comics but that I am also fascinated by the history of sculpture, by modernism but also by Romanesque sculpture, and that I am trying to bring together a visual language and trying to do it in sculpture, which is of course the most humiliating of all.”

IMG_6364-copia

Ik gun ons een Houseago-expositie in Kröller Muller, of Beelden aan Zee, of minstens 1 Houseago op de beeldenroute in Amsterdam. En als het toch niet anders kan, wil ik hem best exposeren in Galerie De 7e Hemel en in de rest van – de Kerkstraat – Bussum 😉 Laat me even dromen.
Tip voor Boijmans & Sjarel Ex. Sjarel, volgend jaar Houseago in de onderzeebotenloods? Ik kom er graag over bloggen…
Meer Houseago: http://www.hauserwirth.com/artists/53/thomas-houseago/images-clips/

Kunstpraat 7.06.2013: Axie! Woody in het Boijmans.


Toen ik eeuwen geleden in Rotterdam kwam wonen, was hij de eerste kunstenaar waarvan ik hoorde. En hij was toen al niet de eerste de beste. Hij was bijzonder. Hij was hartstikke kind van zijn tijd. Hij was naar New York gegaan en daar twee jaar gebleven. En daar helemaal aan de PopArt gegaan. Verslaafd als een echte junk. Maar dan aan PopArt. Hij deed maffe dingen. Ik herinner me een optreden waarin hij als heilige rondliep, een laken om hem heen, om zijn nek bungelde een cassetterecorder waaruit Bachcantates klonken ofzoeiets en Woody riep maar Holy, Holy, Holy, Holy.

Ja merkwaardige dingen blijven de mens bij in de Loop van Zijn Leven. Voor vandaag houd ik het bij deze.

Maar hoe en wat dan ook, Woody van Amen groeide en bloeide door als PopArt-kunstenaar. En werd ruimschoots gewaardeerd. In 2003 kreeg hij zelfs en volkomen terecht een overzichtstentoonstelling in De Valkhof. Met ‘oeuvrecatalogus’. En vorig jaar was er ruimschoots belangstelling van Frenk van der Linden, Hans Hartog de Jager en ArtMen. Dat is niet voor niets.

En terwijl de meeste galeries over elkaar struikelen in het brengen van het nieuwste talent en bestaand talent niet even automatisch mag rekenen op zoveel aandacht,  is er ineens een – bescheiden expositie – in de Ronmandos Galerie in Amsterdam met recent werk van hem onder de titel Shan 2013 – Moments to Remember. Met bijvoorbeeld deze:

0171776amen_w

Over het algemeen maakt Woody minder expliciet werk, meer dit (in dezelfde serie):

0171778amen_w

0171771amen_w

Het is Woody, zoals alleen Woody dat kan. Iemand noemde hem ooit ‘onze enige echte PopArt-kunstenaar’. En dat is wel een juiste titel, denk ik. Deze expositie geeft een mooi beeld van de Woody van de laatste jaren, maar tegelijk mis ik ook de vroegere Woody.

images-2

Woody (1936) kreeg vorig jaar in de media al veel aandacht, maar wat mij betreft verdient hij nog een keer een echt grootst retrospectief. In Rotterdam, de stad die voor hem gemaakt lijkt. Want, correct me if I am wrong, tot dusver is hij nooit zo geëerd in Rotjeknor. Dus, Sjarel, denk er eens over na. Geef die stadgenoot de tentoonstelling die hij verdient. Ik zie het al voor me: Woody in het Boijmans. De juiste man, op het juiste moment, op de juiste plaats. Holy! Holy! Holy!

PS: juist vandaag besteedt Galeries.nl ook aandacht aan Woody. Het kan geen toeval zijn.